4 analysemethoden om veevoeding te waarderen:
- Visuele voeranalyse (1)
- Weender- analyser (2)
- Van Soest- analyse (3)
- Nirs methode (4)
Visuele voeranalyse (1):
Er wordt gekeken naar:
- Kleur voer - Grassenbestand
- Blad/stengel verhouding - Rottingen/vuil in ruwvoer
- Prik - Schimmel
- Textuur - Broei
- Deeltjesgrootte
Deeltjesscheider wordt gebruikt om gemengde rantsoenen te beoordelen. In Nederland wordt er
veel mee graskuil gevoerd (lange deeltjes) dus deze methode is in Nederland minder toepasbaar.
Weender- analyse (2):
In 1860 ontwikkeld voedermiddelen geanalyseerd op groepen van stoffen.
5 bepalingen:
- Droge stof bepaling (ds) droogstoof om vocht te verdampen
- Anorganische stof bepaling (as) monster verbrander
- Ruw eiwit bepaling (re) d.m.v. methode van Kjelldahl
- Ruw vet (Rvet) bepaling d.m.v. Soxlet apparaat
- Ruwe celstof (Rc) bepaling d.m.v. zuur en loog
Berekening organische koolhydraten bij weender- analyse als volgt:
100 – (% vocht) – (% as) – (% re) – (% Rvet) – (% rc)
Weender methode is erg bewerkelijk en kent zo zijn gebreken.
Van Soest- analyse (3):
Jonge plant heeft alleen een primaire celwand, nog niet de secundaire.
Primaire celwand (buitenste celwand) Cellulose
Secundaire celwand (binnenste celwand) Hemicellulose
Tussen beide celwanden in lignine onverteerbaar
De Van Soest analyse geeft inzicht in structuur van een voedermiddel.
NDF (non detergent fiber) Cellulose + hemicellulose + lignine
ADF (acid detergent fiber) Cellulose + lignine
ADL (acid detergent lignine) Lignine
NDF van rantsoen omhoog, dan voeropname naar beneden.
ADL zorgt voor de prikkeling van de pens, is dus de werkelijke pensprik.
, Nirs methode (4):
Analyse door middel van infrarood licht welke door voedermiddel wordt teruggekaatst Spectrum is
afhankelijk van de chemische samenstelling van het voedermiddel.
Snelle en goedkope methode nu veel gebruikt.
Samenstelling veevoeders.
- Suikers (1) - Vetten en oliën (2)
- Eiwitten (3) - Mineralen (4)
- Vitaminen (5) - Water (6)
Suikers (1):
- Monosachariden bouwstenen voor complexe koolhydraten
3 belangrijkste glucose, galactose en fructose
In pens afgebroken tot vluchtige vetzuren
- Disachariden belangrijkste: lactose, sacharose en maltose
Sacharose voornamelijk uit suikerbiet enzym sacharase nodig produceren herkauwers
niet dankzij pensmicroben wel afbreekbaar.
Kalveren hebben nog weinig pensactiviteit kunnen suiker nog slecht verteren.
- Zetmeel polysacharide voor 75-95% verteerbaar.
De bestendigheid van zetmeel is afhankelijk van het product en van de rantsoensamenstelling in
verband met de verblijftijd in de pens.
- Niet zetmeel koolhydraten (NSP)
NSP bestaat uit cellulose, hemicellulose, pectinen en oligosachariden.
Dus alle koolhydraten zonder zetmeel en suiker
Worden niet verteerd door dierlijke enzymen, uitsluitend mogelijk door pensmicroben
Pectine onderdeel van celwand, voornamelijk in bieten- en citruspulp zorgt voor meer
azijnzuurvorming.
Lignine onverteerbaar.
Oplosbare koolhydraten vertering binnen 6 uur
Zetmeel en fructosanen vertering binnen 12 uur
Hemicellulose en cellulose vertering binnen 24 uur
Vetten en oliën (2):
Hoeveelheid energie in vet is 2,25x zo hoog dan die van koolhydraten en eiwitten hoofd fuctie van
vet is het leveren van energie.
Verzadigd vetzuur enkele binding tussen C-atomen
Onverzadigd vetzuur dubbele binding tussen 2 of meer C-atomen
3 belangrijke onverzadigde vetzuren:
- Oliezuur - Linolzuur
- Linoleenzuur