Werkcolleges MK
Werkcollege 1; Ademhalingsstelsel
Begrippen:
- Tongue = tong
- Throat = keel
- Trachea = luchtpijp
- Bronchi = longen
- Bronchiolen =
- Elveoli = longblaasjes
- Diafragma = grote spier die zich onder de longen bevindt
Gaswisseling
- A=X - F=1
- B=4 - G= 2
- C=8 - H=3
- D=7 - I=9
- E=5 - J=6
Spirometrie
Spirometrie = techniek om de longfunctie of longcapaciteit te meten en vervolgens grafisch uit te
beelden
Het is belangrijk dat COPD zo vroeg mogelijk ontdekt wordt.
Met een spirometrie kan COPD 10-15jaar eerder aantonen vergeleken met symptomen, bloedgassen en
radiografieën
- Symptomen COPD; benauwdheid, kortademig, (langdurig) hoesten
- Shock = een te lage bloeddruk, je lichaam gaat compenseren en concentreren naar organen
, Werkcolleges MK
FEV1 = Forced expiratory volume in
1 second betreft het
uitgeblazen volume tijdens de
eerste seconde van de test
- FEV1 : FVC X 100%
- FVC = het totale wat je kan
uitademen %
Normaal is 80%
Iemand met een
luchtwegobstructie is 40%
- Berekenen:
o A= 4 : 5 X100 = 80%
o B = 3 : 7 X100 = 42 %
Opdracht spirometrie
1. Ademvolume dat tijdens de normale ademhaling de longen in/uit gaat
Teugvolume
2. Hoeveelheid lucht die na een normale inademing nog kan worden ingeademd
IRV (inpiratoir reserve volume)
3. Delen van de luchtwegen waar de lucht niet deelneemt aan de gaswisseling
Dode ruimte
4. Totale hoeveelheid lucht tussen maximale inspiratie en maximale expiratie (maximale uit- / inademing)
Vitale capaciteit
5. Hoeveelheid lucht die na een maximale uitademing nog uitgeademd kan worden
ERV (expiratoir reserve volume)
Observeren van de ademhaling
o Wat is een normale ademhalingsfrequentie?
Tussen de 15-19 ademhalingen per minuut
o Hoe observeer je de ademhaling?
Kijk naar de borstkas, de gelijkmatigheid en de diepte tijdens een ademhaling
o Waar let je ondertussen nog meer op?
Geluid tijdens de in-/uitademhaling, snelheid van het ademen, kleur vd patiënt, gebruik van
hulpademhalingsspieren (schouders omhoog, neusvleugels openen, etc.)
Werkcollege 1; Ademhalingsstelsel
Begrippen:
- Tongue = tong
- Throat = keel
- Trachea = luchtpijp
- Bronchi = longen
- Bronchiolen =
- Elveoli = longblaasjes
- Diafragma = grote spier die zich onder de longen bevindt
Gaswisseling
- A=X - F=1
- B=4 - G= 2
- C=8 - H=3
- D=7 - I=9
- E=5 - J=6
Spirometrie
Spirometrie = techniek om de longfunctie of longcapaciteit te meten en vervolgens grafisch uit te
beelden
Het is belangrijk dat COPD zo vroeg mogelijk ontdekt wordt.
Met een spirometrie kan COPD 10-15jaar eerder aantonen vergeleken met symptomen, bloedgassen en
radiografieën
- Symptomen COPD; benauwdheid, kortademig, (langdurig) hoesten
- Shock = een te lage bloeddruk, je lichaam gaat compenseren en concentreren naar organen
, Werkcolleges MK
FEV1 = Forced expiratory volume in
1 second betreft het
uitgeblazen volume tijdens de
eerste seconde van de test
- FEV1 : FVC X 100%
- FVC = het totale wat je kan
uitademen %
Normaal is 80%
Iemand met een
luchtwegobstructie is 40%
- Berekenen:
o A= 4 : 5 X100 = 80%
o B = 3 : 7 X100 = 42 %
Opdracht spirometrie
1. Ademvolume dat tijdens de normale ademhaling de longen in/uit gaat
Teugvolume
2. Hoeveelheid lucht die na een normale inademing nog kan worden ingeademd
IRV (inpiratoir reserve volume)
3. Delen van de luchtwegen waar de lucht niet deelneemt aan de gaswisseling
Dode ruimte
4. Totale hoeveelheid lucht tussen maximale inspiratie en maximale expiratie (maximale uit- / inademing)
Vitale capaciteit
5. Hoeveelheid lucht die na een maximale uitademing nog uitgeademd kan worden
ERV (expiratoir reserve volume)
Observeren van de ademhaling
o Wat is een normale ademhalingsfrequentie?
Tussen de 15-19 ademhalingen per minuut
o Hoe observeer je de ademhaling?
Kijk naar de borstkas, de gelijkmatigheid en de diepte tijdens een ademhaling
o Waar let je ondertussen nog meer op?
Geluid tijdens de in-/uitademhaling, snelheid van het ademen, kleur vd patiënt, gebruik van
hulpademhalingsspieren (schouders omhoog, neusvleugels openen, etc.)