of learning
Kernwoorden: Uitgebreid leren, innovatieve kennisgemeenschappen, kennis building, kenniscreatie,
metaforen voor leren
Focus artikel
De vraag in dit artikel is hoe innovatieve gemeenschappen zijn en hoe deze in een organisatie
georganiseerd om praktijken en kenniscreatie te faciliteren. Auteurs analyseren en vergelijken drie
innovatieve kennisgemeenschappen:
1. Nanaka en Takeuchi’s model van kenniscreatie
2. Engeström’s model van uitgebreid leren
3. Bereiter’s model van kennisopbouw
Ondanks de fundamentele verschillen, hebben de modellen pertinente kenmerken gemeen:
Meest fundamenteel, ze benadrukken de dynamische processen voor het transformeren van
geldende kennis en werkwijzen/voorbeelden. Naast het feit dat je leren kunt karakteriseren als kennis
verwerven (acquisitie metafoor), en als deelname aan een sociale gemeenschap
(participatiemetafoor), onderscheiden de auteurs van dit artikel een derde aspect: het leren (en
intelligente activiteit in het algemeen) als kennis schepping (kenniscreatie metafoor).
Deze aanpak focust zich op onderzoeken van gemedieerde processen van kenniscreatie die in het
bijzonder belangrijk zijn in een kennismaatschappij.
Concepten/theorie artikel
Anna Sfard (1998), stelde voor dat er twee manieren zijn van denken over het ontstaan van nieuwe
kennis, namelijk: acquisitie en participatie metaforen.
- Acquisitie metafoor is gebaseerd op de folk (mens) theorie van de geest en het leren. Het
gedrag van mensen wordt bepaald en kan worden verklaard door hun overtuigingen en
wensen. In deze visie is de geest een soort van ‘container’ van kennis en leren is een proces
dat de container vult. Vandaar dat kennis wordt opgevat als een eigenschap of de capaciteit
van een individuele geest, waarbij leren een kwestie is van het opbouwen, verwerven en
resultaten verkrijgen die worden gerealiseerd in het proces van overdacht (transfer = het
proces van het gebruik en toepassen van kennis in nieuwe situaties).
- In contrast, de participatie metafoor onderzoekt het leren als een proces van deelname aan
diverse culturele praktijken en gedeelde leeractiviteiten. In deze visie, ligt de nadruk op
activiteiten (kennen = het ontwikkelen van en leren hanteren van impliciete kennis) meer dan
op de resultaten of producten (kennis). Kennis bestaat niet in een eigen wereld of in
individuele geesten, maar is een aspect van deelname aan culturele praktijken. Cognitie en
kennen zijn verdeeld over zowel individuen als over hun omgeving, en leren is "gesitueerd" in
deze relaties en netwerken van gedistribueerde activiteiten van participatie. Argument is dat
kennis en kennen kan niet los gezien worden van situaties waar ze worden gebruikt of waar
ze plaatsvinden. In de participatie metafoor, is het leren een kwestie van deelname aan
praktijken en acties, ‘inculturatie’ of ‘legitieme perifere participatie’.
Acquisitie metafoor is altijd overheersend geweest, maar nu is participatie metafoor veel meer in
opkomst. Beide perspectieven zijn nodig, omdat ze elkaar aanvullen.
Drie modellen van innovatieve kennisgemeenschappen
Deze modellen beschreven hoe innovatieve gemeenschappen zijn en hoe deze georganiseerd
moeten worden om praktijken en kenniscreatie te faciliteren.
1. Nonaka en Takeuchi’s model: richt zich op kennismanagement en organisatie in bedrijven om
hen in staat op innovatief te opereren.
2. Engeström’s model: is sterk geworteld in de traditie van de cultuurhistorische activiteiten
theorie. Het streeft niet alleen het analyseren, maar ook het veranderen van het leren en
werken in organisaties.
3. Bereiter’s kennis theorie: is een nieuwe manier van het begrijpen van onderwijzen, op basis
van de kritiek van de folk theorie van geest en kennis.
De modellen lijken niet direct iets gemeen te hebben, daar zij ontwikkeld zijn voor andere doeleinden.
Toch hebben de auteurs een algemene analyse losgelaten op de vergelijkbare delen van de
modellen, en onthullen belangrijke aspecten van innovatieve kennisgemeenschappen en