Wat is stotteren?
Stotteren wordt gekenmerkt door een abnormale hoge frequentie en/of de duur van het
stoppen in de voorwaartse stroom van praten
Stotteren is een verstoring in het ritme van de spraak waarbij de spreker precies weet wat hij
wil zeggen, maar dat voor dat moment niet kan vanwege onwillekeurige – stille en hoorbare
– herhalingen en verlengingen van spraakklanken
Type onvloeiendheden
Type 1: stotter-onvloeiendheden:
Snelle of gespannen herhaling van een klank of lettergreep
Verlenging
Blokkade
Kenmerk: de eenheid van het woord wordt doorbroken. De spreker ervaart een gevoel van
controle-verlies
Type 2: normale onvloeiendheden:
Langzame herhaling zonder spanning, herhaling van een heel woord of zinsdeel
Aarzeling, pauze of gevulde pauze (op grammaticaal logische plek)
Ongrammaticale pauze
Revisie
Interjectie
Kenmerken van stotteren
Kernstottergedrag: type 1; herhalingen, verlengingen, blokkades
Secundair gedrag: vecht- of vluchtreacties
Cognities/attitudes
Gevoelens Iceberg – Sheehan
Feiten over stotteren
Begin:
Meestal tussen 2 en 4,5 jaar, gemiddeld 2,8 jaar
Geleidelijk of plotseling
In periodes of constant
Stotteren komt voor in alle culturen
75% van de stotteraars heeft spontaan herstel
Oorzaak/ontwikkeling
Multifactorieel
Aanleg: timingszwakte bij de complexe en snelle
coördinatie van spraakproductie
Persoonlijke factoren
Interpersoonlijke factoren
, Werkcollege 1 – kenmerken en eigenschappen stotteren en verschil
normale en niet-normale onvloeiendheden
Als je iemand gaat behandelen die het stotteren omzeilt, moet je die persoon eerst
confronteren met het stotteren voor je kan beginnen met behandelen
Klinisch werkmodel stotteren:
Stotteren is vaak genetisch bepaald. De aanlegfactor heeft hier invloed op
Ontwikkelingsstotteren: bij kinderen die gaan stotteren tijdens de spraak- taalontwikkeling
(t/m 6 jaar)
Traumatisch stotteren: stotteren na trauma op latere leeftijd
Neurologisch stotteren
SLD: Stuttering Like Disfluency: onvloeiendheden die niet kenmerkend zijn voor stotteraars,
maar die wel als onvloeiendheden worden gezien
Onvloeiendheden die je 3-4x herhaald (meer dan 3x)
Woorddeelherhaling: d-d-dat
Uit het ritme
Als er meer dan 3% SLD’s voorkomen, is er sprake van stotteren
Type 1 kernstotteraars: herhalingen, verlengingen, blokkades, spanning
Verschil normaal/niet-normaal: hoeveelheid SLD in de spraak; meer dan 3% is de grens;
beginnend stotteren
Desensitiseren/desensitisatie: minder gevoelig maken voor stotteren: als je om je stotteren
heen praat moet je rustiger leren omgaan met het stotteren
Als therapeut moet je ook durven stotteren