Hoofdstuk 13: Kwantitatieve gegevens verwerken: voorbereiding
Er zijn twee groep variabelen:
Onafhankelijke variabelen (oorzaak): manipuleren een situatie. De onafhankelijke variabele zelf ligt
vast, maar deze veroorzaakt een verandering.
Afhankelijke variabelen (gevolg): dit zijn variabelen die veranderen onder invloed van de
onafhankelijke variabelen.
Het onderscheid tussen onafhankelijk en afhankelijk is er belangrijk. Het bepaald onder meer de
structuur van je analyse.
Onafhankelijke variabele Oorzaakvariabele Predictor
Afhankelijke variabele Effectvariabele Gevolgvariabele
Het meetniveau van een variabele geeft aan in welke mate je de waarden die aan de categorie zijn
toegekend, kunt gebruiken om ermee te rekenen.
Er zijn 4 meetniveau waarop je variabele kunt meten:
- Nominaal: de data kunnen alleen worden gecategoriseerd, zonder duidelijke rangorde.
- Ordinaal: de data kunnen worden gecategoriseerd en er is sprake van een duidelijke
rangorde.
- Interval: de data kunnen worden gecategoriseerd, er is sprake van een rangorde en de
intervallen tussen de categorieën zijn gelijk (bijvoorbeeld steeds een stap van 10).
- Ratio: de data kunnen worden gecategoriseerd, er is sprake van een rangorde, de intervallen
tussen de categorieën zijn gelijk en er is een betekenisvol nulpunt.
Hypothesevorming: een hypothese is een toetsbare veronderstelling over de uitkomsten van je
analyse in je populatie. (Naar aanleiding van je theorie geef je alvast een antwoordt aan of deze
antwoorden voor dit onderzoekgeldig zijn. Deze verwachtingen moet je wel van de juiste
argumenten voorzien, doormiddel van literatuur en eerdere onderzoeksresultaten.
Een hypothese maak je als je een uitspraak wilt doen over een situatie of een eigenschap in je
populatie.
- Significantie: de kans is aannemelijkheid dat een correlatie in de statistiek niet op toeval
berust. Het is de kans dat de hypothese die wordt getest ten onrechte wordt verworpen.
Hoofdstuk 14: Kwantitatieve gegevens
Univariate beschrijvingen: (statistische analyse van telkens één variabele) zijn beschrijvingen van
één variabele tegelijk. Frequentieverdelingen, grafieken en kengetallen zijn manieren om dat te
doen.
Bivariate beschrijvingen: (statistische analyse van telkens twee variabelen) geeft je een beschrijving
van twee variabelen tegelijk, zoals van inkomens van mannen en vrouwen.