Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Summary

Samenvatting M&O HvA Bestuurskunde

Rating
3.0
(1)
Sold
9
Pages
26
Uploaded on
06-02-2023
Written in
2022/2023

Samenvatting van M&O Hva Bestuurskunde

Institution
Course

Content preview

Management & Organisatie

Week 1. Formele en informele organisatie, structuur, omgeving, opbouw verschillende
organisatievormen (stelsels)

Duurzaamheid en diversiteit zijn de 2 belangrijkste doelstellingen in de huidige wereld van de organisaties.


Wat verwachten we van publieke organisaties?
De belangrijkste functioneringseisen zijn:
1. Effectiviteit = doelgerichtheid
2. Efficiëntie = doelmatigheid
Deze twee houden elkaar in balans.

Wat is een (formele) organisatie?
1. Geslaagde machtsverhouding (hiërarchische structuur)
2. Geschoold personeel (mensen)
3. Formele communicatie en coördinatie
4. Arbeidsverdeling naar functie (subdoelen)
5. Omschreven doelstellingen

In één zin: een verzameling mensen die in een sociale structuur op basis van coördinatie van activiteiten
trachten gestelde doeleinden te bereiken.

De formele organisatiestructuur
Organogram: snel overzicht van de formele arbeidsverdeling: horizontaal en verticaal (hiërarchie van
bestuurslagen).

Informele organisatie:
1. Gedrag achter de schermen
2. Tussen de regels door
3. Buiten de officiële kaders
Onofficieel beleid, bijvoorbeeld appgedrag tussen Sywert en Hugo, achterkamertjesgedrag.

Organisatiestructuur
1. De wijze waarop de taken in een organisatie zijn verdeeld en de wijze waarop het verrichten van die
taken wordt gecoördineerd.

Hoe verdelen we het werk over de functies en afdelingen?
1. Afdelingsvorming: 5 varianten (van arbeidsverdeling).
2. Organisatiestructuur: 5 varianten.

Afdelingsvorming, 5 varianten
1. Per product of dienst (bijvoorbeeld de afdelingen Vergunningen, Paspoorten of Uitkeringen);

2. Per geografi sch gebied (bijvoorbeeld de afdelingen Noord, Midden en Zuid);

3. Per functie of werkproces (bijvoorbeeld de afdelingen Welzijn, Financiën, Algemeen bestuur of
Ruimtelijke ordening);

4. Per doelgroep of markt (bijvoorbeeld de afdelingen Particulieren of Bedrijven).

5. Of een combinatie van eerdergenoemde verdelingen.

,5 varianten van organisatiestructuren
1. (Zuivere) Lijnstructuur  het klassieke ideaal: simpel en duidelijk. Zonder staf. Iedereen
ondergeschikt in uitwerking aan chef (kleine organisatie).

2. Lijn-stafstructuur  is het meest gebruikelijk. Staf is ondersteunend (hulpdienst) en adviserend
aan de lijnorganisatie. Staf bestaat uit specialisten. De adviserende/ondersteunende staf is buiten
de “chain of command” geplaatst.
3. Projectstructuur  tijdelijk en flexibel

Kenmerken projectmatig werken bij de overheid:
1. Er is een beginpunt en een eindpunt.
2. Het resultaat is eenmalig en ‘uniek’.
3. Het resultaat is ‘kostbaar’, belangrijk.
4. Er moet breed worden samengewerkt: interdisciplinair.
5. Project is opgedeeld in fasen.

Risico’s van projectmatig werken:
1. Projecten kunnen op gespannen voet staan met de ‘staande’ organisatie.
2. Onduidelijke bevoegdheden: “wie is hier de baas?”
3. Stoppen is soms moeilijk.

4. Matrixorganisatie  Matrixorganisaties zijn ingewikkeld en de kans op conflicten is groot omdat
er steeds van twee kanten aan medewerkers wordt ‘getrokken’. Van de BWA of L èn van XYZ. Werkt
meestal niet en leidt tot spanning. Problemen van projectstructuur zijn permanent.

5. Netwerkorganisatie en ketensamenwerking  Per project wordt een groep gemaakt. Mensen
kunnen in twee of meerdere groepen zitten, bijvoorbeeld strafrecht:
Samenwerking tussen verschillende actoren in een proces, in een keten. Elk deel van de keten
werkt samen richting een bepaald doel.

Organisatiecultuur, wat is het?
Cultuur: hoe gaan we met elkaar om? Cultuur blijkt uit zichtbare en onzichtbare verschijnselen:
 Kleding
 Taalgebruik
 Waarden
 Normen
 Rituelen

Structuur: officieel beschreven
Cultuur: onzichtbaar/onofficieel beschreven

Waar bestaat een cultuur uit? Het ui-diagram van Hofstede.
 Symbolen: gebouwen, kleding, logo’s, presentatie producten. Het al dan niet dragen van een
stropdas. De parkeerplek op een parkeerterrein.
 Helden: belangrijke personen voor de organisatie. Steve Jobs voor Apple. De wijze waarop hij de
producten presenteerde hield deze positie in stand.
 Rituelen: gewoonten en gedragspatronen, geschreven en ongeschreven regels. Vier je je
verjaardag uitgebreid? Haal je ook voor je kamergenoten koffie?
 Waarden en normen: loyaliteit van medewerkers, zuinigheid, rechtvaardigheid, integriteit. In
publieke organisaties waarden die te maken hebben met burgers helpen, goed zijn voor de
maatschappij. In private organisaties meer waarden ide te maken hebben met winst maken.

, Er zijn vier soorten cultuur
1. Machtscultuur  de baas beslist (over alles).

2. Rolcultuur  de macht is weinig gespreid en er wordt veel samengewerkt.
Typisch overheid:
o Veel verschillende afdelingen (arbeidsdeling)
o Intensief samenwerken (niemand werkt solo)
o Veel overleg en bureaucratie
o Voorspelbaar en vaste taken

3. Taakcultuur  aan de slag, actie!
Het omgekeerde van een rolcultuur is een cultuur waarin het doel en resultaat centraal staat. Dat
kan voor alle teams klein zijn, veel vrijheid (decentralisatie) en middelen krijgen en er weinig regels
en procedures zijn.

4. Persoonscultuur  het individu staat centraal. Bijvoorbeeld advocaten, artiesten, ontwerpers en
architecten.

Cultuur is te typeren als de manier waarop leden in een organisatie, in het bijzonder de oprichters,
belangrijke onderwerpen benaderen.
o Relatie organisatie met omgeving: zien zij zichzelf als dominant of inschikkelijk en
harmoniserend?
o Aard van het menselijk handelen: Moeten mensen zich dominant proactief of juist
passief en afwachtend opstellen
o Aard van de realiteit en waarheid: Hoe definiëren we wat waar is en wat niet? Op basis
van vertrouwen, wijsheid, pragmatisch testen?
o Aard van de tijd: Gericht op het verleden, heden of de toekomst?
o Aard van de menselijke natuur: zijn ze in essentie goed, neutraal of slecht?
o Aard van de menselijke relaties: Hoe moet je met elkaar omgaan? Concurreren of juist
samenwerken?
o Homogeniteit of diversiteit: Is het beter voor groepen om divers samengesteld te zijn of
juist niet?

Twee omgevingstheorieën
1. Contingentietheorie
Er is géén one best way, de beste wijze van organiseren hangt af van de omgeving waarin de
organisatie opereert. Stelt dat de beste organisatie afhankelijk is van de omgeving waarin
organisatie zich bevindt. Een organisatie is een samenwerkingsverband tussen groepen van
mensen om bepaalde doelen te bereiken. Een organisatie is dus een instrument, een gereedschap
dat door toedoen van mensen ontstaat dat wordt benut om bepaalde producten of diensten tot
stand te brengen.

Effectiviteit van organisatie is afhankelijk van de congruentie tussen organisatie en omgeving, ook
wel de ‘fit’ genoemd.

2. Institutionele theorie
Niet zoeken naar de meest effectieve of meest efficiënte manier van organiseren, maar naar de
meest legitieme manier: dat wil zeggen geaccepteerd door belangrijke stakeholders.

De beste organisatievorm is de vorm die kan rekenen op de meeste steun vanuit de omgeving.

Twee manieren (March & Olsen)
Logic of consequence
Verwijst naar de effecten van een strategische keuze:
Zal ‘het publiek’ accepteren dat je alleen nog digitaal aangifte kan doen van diefstal of schade? (Wel
efficiënter)
Protesten en/of aangiftebereidheid zullen de strategische keuze bepalen.

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
February 6, 2023
Number of pages
26
Written in
2022/2023
Type
SUMMARY

Subjects

$8.98
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
2 year ago

It's literally just the powerpoint slides, at least extra explanations or explanations.

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
studerenmet Universiteit van Amsterdam
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
25
Member since
5 year
Number of followers
13
Documents
7
Last sold
5 months ago

3.0

1 reviews

5
0
4
0
3
1
2
0
1
0

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions