Psychopathologie
Gedrag afwijkend? criteria van abnormaliteit:
- Uitzonderlijkheid -> abnormaal gedrag
- Sociaal afwijkend -> Waarden en normen van heersende cultuur
- Foute perceptie/interpretatie van realiteit -> Hallucinatie/wanen
- emotioneel lijden van persoon -> angst/depressie
- Ongepast gedrag
- Gevaar (voor zichzelf of anderen)
Rond 1800: morele therapie -> psychiatrische mensen moeten menselijk worden behandeld
Rond 1950: medicijngebruik werd ontdekt voor psychische stoornissen -> antidepressiva en
antipsychotica
DSM-5 classificatiemiddel
-bedoeld om de psychische stoornissen te ordenen
-een soort encyclopedie
Er is sprake van een stoornis als:
- Emotioneel lijden
- ernstige belemmeringen in het functioneren
- Persoonlijk lijden
- Belemmering houdt langere tijd aan en past niet bij een normale reactie binnen
bepaalde context
Klinisch interview: alles wat interessant is, wordt gevraagd
Biologisch perspectief
sociaal cultureel perspectief
pyschologische perspectieven:
- Psychodynamica (freud)
- Behaviorisme (pavlov)
- Sociaal-cognitief (Bandura)
- Cognitief (Ellis)
- Humanisme (Maslow)
, Les 2
Angststoornis
Angst helpt te reageren op mogelijk gevaar
Als angst zo heftig is dat het je dagelijks leven verstoort is het een angststoornis
symptomen:
Fysiek: Trillen, beklemd gevoel borst, hartslag, misselijkheid, duizeligheid, droge mond,
klamme handen, zweten
Gedragskenmerken: Vermijdend gedrag of juist vastklampen en afhankelijk gedragen
Cognitieve kenmerken: Angst voor verlies controle, piekergedachten,
concentratieproblemen, aandachtstekort en verward denken
Paniekstoornis
Herhaalde onverwachte paniekaanvallen -> veel lichamelijke symptomen
DSM criteria: terugkerende paniekaanvallen hebben en minstens een van de aanvallen
moet gevolgd worden door een periode van ten minste een maand waarin de volgende
verschijnselen zich voordoen:
-Aanhoudende angst voor een volgende aanval of bezorgdheid over de gevolgen van de
aanval en
-Significante veranderingen in het gedrag zoals beperken activiteiten, niet uit huis, etc.
Symptomen gericht op:
Cognitief -> denken aan de angst
Affectief -> Het gevoel van wat je ervaart
Gedrag -> Wat doet iemand met de angst
Fobische stoornis
Enkelvoudige fobie: angst voor spinnen, hoogtes, bloed, etc
Sociale fobie: specifiek: bijvoorbeeld spreken in het openbaar, of gegeneraliseerd: sociale
angst
Verschil fobie en angststoornis: fobie is heel specifiek angststoornis is algemener en
moeilijker uit de weg te gaan.
Gegeneraliseerde angststoornis: Overmatig angstig en bezorgd over dagelijkse dingen
(Extreem piekeren -> constant bang zijn voor wat er kan komen zonder directe aanleiding)
Zorgen kunnen gaan over bijv: geld, gezondheid, dierbaren & presteren op werk.
Gedrag afwijkend? criteria van abnormaliteit:
- Uitzonderlijkheid -> abnormaal gedrag
- Sociaal afwijkend -> Waarden en normen van heersende cultuur
- Foute perceptie/interpretatie van realiteit -> Hallucinatie/wanen
- emotioneel lijden van persoon -> angst/depressie
- Ongepast gedrag
- Gevaar (voor zichzelf of anderen)
Rond 1800: morele therapie -> psychiatrische mensen moeten menselijk worden behandeld
Rond 1950: medicijngebruik werd ontdekt voor psychische stoornissen -> antidepressiva en
antipsychotica
DSM-5 classificatiemiddel
-bedoeld om de psychische stoornissen te ordenen
-een soort encyclopedie
Er is sprake van een stoornis als:
- Emotioneel lijden
- ernstige belemmeringen in het functioneren
- Persoonlijk lijden
- Belemmering houdt langere tijd aan en past niet bij een normale reactie binnen
bepaalde context
Klinisch interview: alles wat interessant is, wordt gevraagd
Biologisch perspectief
sociaal cultureel perspectief
pyschologische perspectieven:
- Psychodynamica (freud)
- Behaviorisme (pavlov)
- Sociaal-cognitief (Bandura)
- Cognitief (Ellis)
- Humanisme (Maslow)
, Les 2
Angststoornis
Angst helpt te reageren op mogelijk gevaar
Als angst zo heftig is dat het je dagelijks leven verstoort is het een angststoornis
symptomen:
Fysiek: Trillen, beklemd gevoel borst, hartslag, misselijkheid, duizeligheid, droge mond,
klamme handen, zweten
Gedragskenmerken: Vermijdend gedrag of juist vastklampen en afhankelijk gedragen
Cognitieve kenmerken: Angst voor verlies controle, piekergedachten,
concentratieproblemen, aandachtstekort en verward denken
Paniekstoornis
Herhaalde onverwachte paniekaanvallen -> veel lichamelijke symptomen
DSM criteria: terugkerende paniekaanvallen hebben en minstens een van de aanvallen
moet gevolgd worden door een periode van ten minste een maand waarin de volgende
verschijnselen zich voordoen:
-Aanhoudende angst voor een volgende aanval of bezorgdheid over de gevolgen van de
aanval en
-Significante veranderingen in het gedrag zoals beperken activiteiten, niet uit huis, etc.
Symptomen gericht op:
Cognitief -> denken aan de angst
Affectief -> Het gevoel van wat je ervaart
Gedrag -> Wat doet iemand met de angst
Fobische stoornis
Enkelvoudige fobie: angst voor spinnen, hoogtes, bloed, etc
Sociale fobie: specifiek: bijvoorbeeld spreken in het openbaar, of gegeneraliseerd: sociale
angst
Verschil fobie en angststoornis: fobie is heel specifiek angststoornis is algemener en
moeilijker uit de weg te gaan.
Gegeneraliseerde angststoornis: Overmatig angstig en bezorgd over dagelijkse dingen
(Extreem piekeren -> constant bang zijn voor wat er kan komen zonder directe aanleiding)
Zorgen kunnen gaan over bijv: geld, gezondheid, dierbaren & presteren op werk.