- Spraken van chronische ziekte als de ziekte:
Minimaal 6 maanden duurt.
Er geen genezing mogelijk is.
De aandoening resulteert in voortdurende interventie met medicijnen of speciale
benodigdheden.
De aandoening zorgt voor beperkingen in zelfzorg, onafhankelijk wonen en sociale
interactie.
Er gevolgen zijn voor activiteiten en maatschappelijke participatie.
Er een beroep gedaan wordt op de gezondheidszorg.
- Het verloop van een chronische ziekte:
1. Prodomale fase: eerste verschijnselen/ klachten.
2. Diagnostische fase: patiënt wordt onderzocht, daarna word een diagnose gesteld.
3. Behandel fase: begin van de behandeling.
4. Chronische fase: rest van je leven heb je de ziekte.
Het verloop van de ziekte in de chronische fase kan verschillen. De verschillen zijn:
Progressief ziekteverloop: De ziekte verschijnselen worden geleidelijk erger en de
beperkingen nemen langzaam toe. (bv: ms).
Permanent ziekteverloop: De ziekte verschijnselen en de beperkingen blijven
gedurende lange tijd het zelfde.
Cyclisch ziekteverloop: Er zijn perioden dat de ziekte verschijnselen toenemen en
ook weer afnemen. (toenemen: exacerbatie, afnemen: remissie).
- invaliditeit: blijvend verminderd lichamelijk en-of geestelijk functioneren. Als gevolg van
een ziekte of ongeval. Dit gaat vaak samen met arbeidsongeschiktheid.
- LOK = lichamelijk onverklaarbare klachten.
- coping mechanismen: De manier waarop iemand met problemen en stress omgaat bij een
ziekten.
Er zijn twee reacties mogelijk op stress: vluchten of vechten. Een mens kan dat verstandelijk
(rationeel) aanpakken of emotioneel. Coping mechanismen bestaat uit combinaties van deze
reacties:
Actief aanpakken: (vechten en verstandelijk) Het probleem wordt van alle kanten
bekeken en er worden doelgericht plannen gemaakt om het probleem aan te pakken.
Sociale steun zoeken: (vechten en emotioneel) Er wordt bij anderen gezocht naar
steun, begrip en hulp. Het probleem wordt met anderen gedeeld om het samen aan te
pakken en op te lossen.
Vermijden en afwachten: (vluchten en verstandelijk) Het probleem wordt uit de weg
gegaan en er wordt afgewacht.
Afleidend gedrag: (vluchten en emotioneel) Er wordt gedaan of het probleem er niet
is. Andere dingen worden gedaan als afleiding.