1: Lees de opgave goed door. En maak een tekening van de situatie met eventuele gegevens.
2: Schrijf gegevens onder elkaar (Goede eenheid?)
3: Schrijf op waar je een antwoord op moet vinden.
4: Zoek een geschikte formule (waar jou antwoord als enige onbekende factor in staat)
5: Vul de formule in en los deze op.
6. Controleer of je antwoord hebt gegeven op de vraag!
Grootheid: Begrippen waar je een waarde aan toe kunt kennen. (bijvoorbeeld afstand, snelheid,
kracht). Kunnen met een afkorting weergegeven worden, en daarmee in een formule gezet worden.
Eenheid: hier wordt een grootheid in uitgedrukt (bijvoorbeeld meter (bij afstand), meters/seconde (bij
snelheid), Newton (bij kracht)). Komt altijd achter het antwoord te staan wat je hebt uitgerekend. Een
eenheid is dus een ‘naam’ die je geeft aan een bepaalde waarde. Je kunt afstand bijvoorbeeld
uitdrukken in meters of in yards of in kilometers. Er is een internationale afspraak, dat wanneer je de
waardes gebruikt in formules, dat ze dan een bepaalde eenheid hebben. Dan zijn de antwoorden met
elkaar te vergelijken. Afstand wordt bijvoorbeeld altijd uitgedrukt in meters. Staat het in de opgave in
kilometers: dan omrekenen naar meters.
Grootheid: Eenheid:
staat in de formule komt achter je antwoord
1 tijd t seconde s
2 afstand s meter m
3 snelheid v meter/seconde m/s
4 versnelling a meter/seconde2 m/s2
5 valversnelling g 10 meter/seconde2 10 m/s2
6 kracht F Newton N
7 massa m kilogram kg
8 Impuls I Newton*seconde Ns
9 Arbeid W Joule J = Newton*meter N*m
10 energie E Joule J = Newton*meter N*m
11 kinetische energie Ekin Joule J = Newton*meter N*m
12 potentiële energie Epot Joule J = Newton*meter N*m
13 hoogte h meter m
14 vermogen P Watt W
15 rotatie energie Erot Joule J = Newton*meter N*m
16 Moment M Joule J = Newton*meter N*m
17 (last)arm d meter m
18 straal r meter m
19 hoeksnelheid radialen/seconde rad/s
20 hoekversnelling radialen/seconde2 rad/s2
21 traagheidsmoment J kilogram*meter2 kg*m2