Hoofdstuk 1
Background to the Study of Psychology
Psychologie = de wetenschappelijke studie van de geest, gedrag van de mens
● wetenschap = alle pogingen om antwoord te geven op vragen door systematische
verzameling en logische analyses van objectieve observeerbare data
● geest = subjectieve ervaringen, onbewuste kennis, organisatie gedrag, bewuste
ervaring
● gedrag = waarneembaare acties
● combinatie: natuurwetenschap, sociale wetenschap, menswetenschappen
Doel: algemene uitspraken formuleren psychische processen
→ objectief + controleerbaar
Beschrijvend onderzoek bekijkt natuurlijk gedrag
→ status
Experimenteel onderzoek beïnvloed een factor
→ oorzaak-gevolg relatie
Leerdoel 1: Perspectieven ter verklaring van menselijk gedrag
Grondige ideeën psychologie:
1. Gedrag en mentale ervaringen hebben natuurkundige oorzaken
● wetenschappelijk bestudeerd
● Dualisme = het lichaam en de geest zijn in controle voor gedrag
● Materialisme = fysieke processen in het lichaam zijn in controle zijn voor gedrag
2. Manier gedrag, denken, voelen veranderd door ervaringen omgeving
● Empirisme = kennis en gedachten af te leiden van zintuiglijke ervaring
→ Contiguïteit = twee omgevingsgebonden ervaring worden gekoppelt
● Nativisme = kennis en karakter komt van het aangeboren brein
3. Lichaam is product van evolutie door natuurlijke selectie
● Natuurlijke selectie = best aangepaste organismen aan de omgeving overleven/
reproduceren
Leerdoel 2: Verschillende methodes om het gedrag te onderzoeken
level of analysis = onderzoeksgebieden gedrag/ geestelijke ervaring
Biologisch
1. neuraal
● oorzaak: brein
→ zenuwstelsel
● neurowetenschappen
2. fysiologisch
● oorzaak: interne chemische functies
→ hormonen en medicijnen
, ● biopsychologie
3. genetisch
● oorzaak: genen
→ verschillend genoom
● gedragsgenetica
4. evolutionair
● oorzaak: natuurlijke selectie
→ overproductie
→ variatie
→ erfelijkheid
→ selectie aan de hand van overlevings fit
● evolutionaire psychologie
Ervaring/ kennis
5. leren
● oorzaak: ervaringen met omgeving(en)
→ verandering in openlijk gedrag
● leerpsychologie/ gedragspsychologie
6. cognitief
● oorzaak: individuele kennis en gedachten
→ verandering in denken/ kennis/ geloven
● cognitie: informatie in de hersenen
→ bewust/ onbewust
● cognitieve psychologie
7. sociaal
● oorzaak: andere mensen
→ verandering door leven met anderen
● social pressure, zoals overeenstemming in sociale normen: regels “correct” gedrag
● sociale psychologie/ sociale cognitie
8. cultureel
● oorzaak: cultuur bij ontwikkeling
→ verandering door leven met anderen
● cultuur: algemene gebruiken/overtuigingen van een sociale groep
→ gewoontes, overtuigingen, taal
● culturele psychologie
9. ontwikkeling
● oorzaak: leeftijdsgebonden veranderingen
→ verandering over tijd
● ontwikkelingspsychologie
sexuele jaloersheid = set emoties/ gedraging die ontstaat bij vermoede vreemdgaan
,Hoofdstuk 2
Methods of Psychology
feit = objectieve uitspraak
observatie = objectieve verklaring, volgens redelijke waarnemers waar
theorie = idee/conceptueel model om bestaande observaties te verklaren en voorspellingen
te doen over nieuwe observaties
hypothese = voorspelling over nieuwe observaties dat afkomstig is van een theorie
Leerdoel 3: Onafhankelijke en afhankelijke variabele
Leerdoel 4: Binnen proefpersonen design, tussen proefpersonen design
Leerdoel 5: Correlatie
Onderzoeksdimensies
1. Onderzoeksdesign
● Experimenten
→ veranderen onafhankelijke variabelen
→ kijken naar overeenkomstige verschillen in de afhankelijke-
→ relatie onafhankelijke- afhankelijke variabelen
● Correlationele studies
→ meten variabelen
→ relatie tussen de variabelen
● Beschrijvende studies
→ waarneming karakteriseren/ opnemen
2. Setting
● Veld
→ minder controle, meer natuurlijk gedrag
● Laboratoria
→ grootste controle, minder natuurlijk gedrag
3. Gegevensverzameling methode
● Zelfrapportage
→ proefpersonen beoordelen/ beschrijven zichzelf
● Observatie
→ onderzoekers beoordelen/ beschrijven proefpersonen
Leerdoel 6: Verschillende vormen van dataverzameling
Statistische methoden
1. Beschrijvende statistiek
● samenvatten gegevens
● moraal in het gemiddelde of het mediaan
● standaard afwijking = maat spreiding variabele van het gemiddelde
2. verklarende statistiek → steekproef
● helpen voor betrouwbaarheid
● correlatiecoëfficiënten = sterkte en richting van een verband tussen variabelen
● statistisch significante resultaten uitgedrukt in p
→ onder 5% is betrouwbaar
, → grootte waargenomen effect, aantal proefpersonen, variabiliteit van de gegevens
Leerdoel 7: Betrouwbaarheid en validiteit van meetinstrumenten begrijpen
Bias = afwijking van de waarheid gegevens - moet worden vermijden
Biased steekproef = steekproef wijkt af van populatie/ zijn verschillend van de andere groep
typen bias:
1. avoiding bias
→ biased sample: onderzoeksgroep niet goed samengesteld
2. measurement bias
→ reliability/ validity
3. expectancy bias
Observer-expectancy bias = verwachtingen van de onderzoeker beïnvloeden
resultaat, ook verwachtingen proefpersoon
● observer-blind studies: onderzoeker onwetend gehouden bepaalde informatie
● double-blind studies: onderzoeker en proefpersonen onwetend
Leerdoel 8: Ethiek in wetenschap
Ethische bezwaren
1. Mensen als proefpersonen
● recht op privacy
● risico op ongemak/ schade is minimaal
● gebruik van bedrog
2. Dieren als proefpersonen
● procedures die onethisch zijn op mensen
● voordeel kennis > ethische verantwoording
● goed verzorgd