Hoofdstuk 1: reflecteren, een praktijkvoorbeeld
1.1 Reflectievaardigheden door de ik-persoon
Gedrag is een samenstel van waarneembare handelingen en niet-waarneembare processen.
Wanneer je jezelf vragen stelt over je gedrag, onderzoek je zowel het gedrag dat voor anderen
waarneembaar is, als dat wat voor anderen niet zichtbaar is. Vaak is het niet-waarneembare
deel voor jezelf nog onbewust.
IJsberg van McClelland
- Boven de waterlijn steekt de top van de ijsberg uit: het gedrag dat door anderen
waargenomen wordt > kennis en vaardigheden
- Het onderwatergedeelte verbeeldt het gedrag dat niet door anderen wordt
waargenomen: je zelfbeeld, je normen en waarden, je eigenschappen, karakter,
identiteit, overtuigingen, principes, motivatie, drijfveren.
Reflectievaardigheden richten zich op de hele ijsberg. Het zichtbare gedrag vormt aanleiding
om vragen te stellen over het niet-waarneembare, vaak nog onbewuste gedrag.
1.3 Eigen gedrag onder de loep nemen
Een voorwaarde om reflectieve vragen te durven stellen is de bereidheid hebben jezelf, je
eigen gedrag, onder de loep te nemen. Wanneer deze bereidheid er is en er zich een situatie
voordoet waarin je je niet prettig voelt, dan kun je jezelf vragen gaan stellen, je gaat op je
eigen gedrag reflecteren. Natuurlijk kan je dit ook doen in situaties waarin je je wel prettig
hebt gevoeld.
1.4 Bewustwording
Een voorwaarde voor reflectie is het zich bewust zijn van de situatie. Wanneer je je bewust
wordt van een betekenisvolle situatie, heet dat een gevoelssignaal. Een gevoelssignaal is een
innerlijke aanwijzing dat een situatie die zich voordoet, je op een bepaalde manier raakt. Dit
is een belangrijke vertaalslag: het omzetten van een gevoel naar een bewuste ervaring.
1.5 Betekenisvolle situatie
Op het moment dat je je bewust bent van een prettig of onprettige situatie die zich heeft
voorgedaan, kun je deze aanmerken als een voor jou betekenisvolle situatie. Voor een ander
hoeft de situatie helemaal niet betekenisvol te zijn! Wanneer je de betekenisvolle situatie hebt
geselecteerd, ga je onderzoeken hoe je jezelf daarin hebt gedragen.
1.6 Vragen stellen
Het stellen van vragen is een vaardigheid die je moet beheersen wanneer je wilt reflecteren.
- Je kunt onderscheid maken tussen open en gesloten vragen. Open vragen beginnen
met een vraagwoord: wat, welke, wie, waar, wanneer, hoe, waarom. Wees voorzichtig
met het stellen van te veel waarom-vragen, deze worden vaak als aanvallend ervaren.
Gesloten vragen leiden tot een kort antwoord.