Biochemie introductie
Eiwitten, dna/rna/atp suikers, vetten.
Functionele groepen
Soorten bindingen
Covalent (met gedeelde elektronenparen):
1)
Niet covalent:
1) Ionbindingen; binding die ontstaat tussen positief- en negatief geladen atomen
(zouten).
2) H-bruggen; aantrekkingskracht tussen een gedeeltelijk positief H-atoom in een
molecuul en een gedeeltelijk negatief O, N of F-atoom in een ander molecuul.
3) Dipool-dipool binding; aantrekkingskracht tussen moleculen met een permanent
dipoolmoment.
4) Hydrofoob (vanderwaals in water): verbindingen met veel vanderwaals krachten
zijn apolair
5) Dispersie/vanderwaals (lipofiele): zwakke krachten tussen atomen of moleculen
, 6) London krachten; netto aantrekkingskracht die ontstaat doordat elektronen van
dichtbij elkaar liggende moleculen elkaar afstoten. Hierdoor ontstaat een tijdelijke
dipool in 1 atoom, deze veroorzaakt weer een dipool op het volgende molecuul,
enzovoort.
7) Ion-dipool binding; aantrekkingskracht tussen ionen en polaire moleculen.
Moleculaire vorm
, Ruimtelijke vormen orbitalen
Max 2 elektronen per orbitaal
Enkele binding sp3
Dubbele binding Sp2 + p
Driedubbele binding sp + p2
Hybridisatietoestand
Rij Weergave Max. aantal elektronen
1 1S# 2
2 2S#, 2Px#, 2Py#, 2Pz# 8
3 3S#, 3Px#, 3Py#, 3Pz# 8
Eiwitten, dna/rna/atp suikers, vetten.
Functionele groepen
Soorten bindingen
Covalent (met gedeelde elektronenparen):
1)
Niet covalent:
1) Ionbindingen; binding die ontstaat tussen positief- en negatief geladen atomen
(zouten).
2) H-bruggen; aantrekkingskracht tussen een gedeeltelijk positief H-atoom in een
molecuul en een gedeeltelijk negatief O, N of F-atoom in een ander molecuul.
3) Dipool-dipool binding; aantrekkingskracht tussen moleculen met een permanent
dipoolmoment.
4) Hydrofoob (vanderwaals in water): verbindingen met veel vanderwaals krachten
zijn apolair
5) Dispersie/vanderwaals (lipofiele): zwakke krachten tussen atomen of moleculen
, 6) London krachten; netto aantrekkingskracht die ontstaat doordat elektronen van
dichtbij elkaar liggende moleculen elkaar afstoten. Hierdoor ontstaat een tijdelijke
dipool in 1 atoom, deze veroorzaakt weer een dipool op het volgende molecuul,
enzovoort.
7) Ion-dipool binding; aantrekkingskracht tussen ionen en polaire moleculen.
Moleculaire vorm
, Ruimtelijke vormen orbitalen
Max 2 elektronen per orbitaal
Enkele binding sp3
Dubbele binding Sp2 + p
Driedubbele binding sp + p2
Hybridisatietoestand
Rij Weergave Max. aantal elektronen
1 1S# 2
2 2S#, 2Px#, 2Py#, 2Pz# 8
3 3S#, 3Px#, 3Py#, 3Pz# 8