Doelstellingen werkcollege 1
De student kan uitleggen wat er verstaan wordt onder chronische ziekte.
Chronische ziekte: Een onomkeerbare aandoening zonder uitzicht op volledig herstel.
De student kan de psychologische aspecten verwoorden die komen kijken bij (chronisch)
ziek zijn .
- Mensen die geconfronteerd worden met een chronische ziekte maken een psychologische
crisis door die gepaard gaat met heftige emoties.
- Emotionele crisis met heftige gevoelens van angst en woede wisselen af met depressieve
stemmingen die zich kenmerken lusteloosheid en apathie.
- Er is onzekerheid over wat komen gaat.
- Onbegrip van anderen veroorzaakt gevoelens van eenzaamheid en sociaal isolement.
De student kan een beschrijving geven van de drie fasen die Horowitz onderscheidt in het
aanpassingsproces aan traumatische gebeurtenissen.
- De eerste dagen na de traumatische gebeurtenis worden gedomineerd door emotie-
onderdrukking en ontkenning. Slachtoffers gaan verdwaald en verdoofd door het leven. Ze
reageren met ongeloof en ontkenning soms zelfs met het onwerkelijke gevoel alsof het
ongeluk hen niet getroffen heeft. Ze raken niet overweldigd door heftige emoties.
- Na enkele dagen raakt de getroffenen langzaam maar zeker doordrongen van wat hem is
overkomen en worden emoties geuit.
- Dan breekt een periode aan van grote emotionele onrust met sterk wisselende
stemmingen. Daadwerkelijk adaptatie start gewoonlijk na twee weken. Getroffenen zijn dan
in staat nieuwe informatie over hun situatie op te nemen zonder overweldigd te worden
door emoties. Ze treden kwesties die met de traumatische gebeurtenis te maken hebben,
actief en met vertrouwen tegemoet. In deze fase pakken ze hun activiteiten weer op, waar
nodig in aangepaste vorm.
De student kan een beschrijving geven van de vier fasen van het psychologische
aanpassingsproces bij ziekte die Weisman onderscheidt .
1. Existentiële crisis: In deze periode staat het leven in het teken van ziekte. In deze fase
verkeren patiënten in grote onzekerheid over hun toekomst. Hoe ver is de ziekte gevorderd?
Is er kans op genezing? Heeft de behandeling succes? Hoe groot is mijn overlevingskans?
(vraagstukken over leven en dood ). De diagnostiek en de behandeling zijn gericht op
genezing of wanneer genezing niet mogelijk is op de beheersing van symptomen en het
voorkomen van verslechtering.
2. Accommodatie: Deze fase begint na enkele weken, wanneer de eerste behandeling is
afgerond. De medische behandeling staat in het teken van consolidatie van de toestand. Er is
meer rust in de ze fase, de zorgen over leven en dood zijn in deze fase minder actueel. Men
onderkent de problemen en pakt ze actief aan.
3. Verslechtering van de toestand. De fase verslechtering van de toestand gaat in wanneer
de ziekte terugkomt of er verslechtering optreedt. De therapie is niet meer gericht op
genezing maar op het voorkomen van verdere verslechtering en het beheersen van de
symptomen. De kwaliteit van leven neemt af. Psychologisch ondergaan patiënten een
nieuwe existentiële crisis met onzekerheden over leven en dood.
4. Terminale fase: Deze fase gaat in wanneer duidelijk is dat genezing en uitstel niet mee
mogelijk zijn. De therapie is gericht op verpleging en zorg, teneinde verlichting van de
symptomen te realiseren. De kwaliteit van leven is drastisch verminderd.
De student kan zijn/haar kennis over motivatie en locus of control toepassen op een casus.
Locus of control: de mate waarin we de gebeurtenissen in ons leven in de hand denken te
hebben.
1