Algemene economie periode 1
Powerpoint 2
Volledige mededinging – Marktvorm met veel aanbieders en veel vragers, in een markt met
homogene producten.
Monopolistische concurrentie – Bij monopolistische concurrentie zijn er namelijk
veel aanbieders (als bij volledige mededinging), terwijl deze aanbieders via
marketing hun product enigszins heterogeen maken waardoor merktrouw van de
consument kan ontstaan.
Oligopolie - Een oligopolie (uit de Griekse woorden oligos 'weinig' en polein
'verkopen') is een situatie waarin een economisch product of dienst door slechts een
paar grote aanbieders wordt aangeboden.
Heterogeen oligopolie – Bij een heterogeen olgopolie zijn er weinig aanbieders, die
heterogene goederen produceren.
Homogeen oligopolie - Homogene oligopolie is een marktvorm waarbij een beperkt
aantal aanbieders met één soortgelijk product één bepaald deel van de markt
bedient. Deze aanbieders houden elkaars bewegingen nauw in de gaten. Mocht een
van de aanbieders zijn prijs verhogen dan zullen de anderen dit niet doen.
Monopolie – Een monopolie (uit het Grieks monos / μονος (alleen, enkel) + pōlein /
πωλειν (verkopen)) is een situatie waarin een product of dienst slechts door één
(markt)partij wordt aangeboden.
Conjunctuur- Conjunctuur of fluctuatie is de verandering van het groeipercentage
van de economie of de productie op de korte termijn. De gemiddelde groei over de
lange termijn noemen we de trendmatige groei.
Homogene producten - Homogene producten zijn producten die overeenkomstig zijn
op alle vlakken. Het tegenovergestelde van homogeen is heterogeen. Hierbij kunnen
de eigenschappen van een product wel anders zijn.
Enge definitie van conjunctuur = ontwikkeling van het bruto binnenlands product ten
opzichte van een langjarige gemiddelde. (procentuele verandering van het reëel bbp).
4 fasen in de conjunctuur
- Neergang
- Recessie
- Hertel
- Overspanning
, Als de economie minder sterk groeit dan de trendmatige groei is er sprake van een
laagconjunctuur.
Dan is de werkeloosheid hoog, de vraag naar goederen en diensten dalen en een bedrijf
blijft met hun producten of diensten zitten.
Brede betekenis van conjunctuur = een actueel beeld van de stand van zaken in de
Nederlandse economie gebaseerd op 13 factoren.
Vertrowensindicatoren
- Orders
- Consumentenvertrouwen
- Grote aankopen
- Uitzenduren
Economische factoren
- Consumptie
- Uitvoer
- Investeringen
- Productie industrie
- BBP bruto binnenlands product
Arbeidsfactoren
- Arbeidsvolume
- Werkeloosheid
- Vacatures
- Faillissementen
Reacties op de jonunctuur
Fiscaal beleid- In de economie en de politieke wetenschappen is fiscaal beleid het
gebruik van de overheidsinkomsten (belastingen) en overheidsuitgaven als middelen
om de economie te beïnvloeden.
Monetair beleid- Onder monetair beleid of monetaire politiek verstaat men het
geheel van maatregelen die een Centrale Bank kan nemen om de waarde van de
eigen valuta stabiel te houden. Men kan twee soorten waarde ten aanzien van een
valuta onderscheiden: de binnenwaarde ofwel de koopkracht en de externe waarde
ofwel de wisselkoers.
Trickle down – belastingverlaging zodat de bedrijven meer kunnen uitgeven of investeren
Aanbod gericht beleid-
De overheid – fiscaal beleid (extra uitgaven/bezuinigigen/belastingen)
Centrale bank – monetair beleid (kwantitatieve versoepeling/krimp)
Berijven – investeren of desinveteren
PowerPoint 3
Powerpoint 2
Volledige mededinging – Marktvorm met veel aanbieders en veel vragers, in een markt met
homogene producten.
Monopolistische concurrentie – Bij monopolistische concurrentie zijn er namelijk
veel aanbieders (als bij volledige mededinging), terwijl deze aanbieders via
marketing hun product enigszins heterogeen maken waardoor merktrouw van de
consument kan ontstaan.
Oligopolie - Een oligopolie (uit de Griekse woorden oligos 'weinig' en polein
'verkopen') is een situatie waarin een economisch product of dienst door slechts een
paar grote aanbieders wordt aangeboden.
Heterogeen oligopolie – Bij een heterogeen olgopolie zijn er weinig aanbieders, die
heterogene goederen produceren.
Homogeen oligopolie - Homogene oligopolie is een marktvorm waarbij een beperkt
aantal aanbieders met één soortgelijk product één bepaald deel van de markt
bedient. Deze aanbieders houden elkaars bewegingen nauw in de gaten. Mocht een
van de aanbieders zijn prijs verhogen dan zullen de anderen dit niet doen.
Monopolie – Een monopolie (uit het Grieks monos / μονος (alleen, enkel) + pōlein /
πωλειν (verkopen)) is een situatie waarin een product of dienst slechts door één
(markt)partij wordt aangeboden.
Conjunctuur- Conjunctuur of fluctuatie is de verandering van het groeipercentage
van de economie of de productie op de korte termijn. De gemiddelde groei over de
lange termijn noemen we de trendmatige groei.
Homogene producten - Homogene producten zijn producten die overeenkomstig zijn
op alle vlakken. Het tegenovergestelde van homogeen is heterogeen. Hierbij kunnen
de eigenschappen van een product wel anders zijn.
Enge definitie van conjunctuur = ontwikkeling van het bruto binnenlands product ten
opzichte van een langjarige gemiddelde. (procentuele verandering van het reëel bbp).
4 fasen in de conjunctuur
- Neergang
- Recessie
- Hertel
- Overspanning
, Als de economie minder sterk groeit dan de trendmatige groei is er sprake van een
laagconjunctuur.
Dan is de werkeloosheid hoog, de vraag naar goederen en diensten dalen en een bedrijf
blijft met hun producten of diensten zitten.
Brede betekenis van conjunctuur = een actueel beeld van de stand van zaken in de
Nederlandse economie gebaseerd op 13 factoren.
Vertrowensindicatoren
- Orders
- Consumentenvertrouwen
- Grote aankopen
- Uitzenduren
Economische factoren
- Consumptie
- Uitvoer
- Investeringen
- Productie industrie
- BBP bruto binnenlands product
Arbeidsfactoren
- Arbeidsvolume
- Werkeloosheid
- Vacatures
- Faillissementen
Reacties op de jonunctuur
Fiscaal beleid- In de economie en de politieke wetenschappen is fiscaal beleid het
gebruik van de overheidsinkomsten (belastingen) en overheidsuitgaven als middelen
om de economie te beïnvloeden.
Monetair beleid- Onder monetair beleid of monetaire politiek verstaat men het
geheel van maatregelen die een Centrale Bank kan nemen om de waarde van de
eigen valuta stabiel te houden. Men kan twee soorten waarde ten aanzien van een
valuta onderscheiden: de binnenwaarde ofwel de koopkracht en de externe waarde
ofwel de wisselkoers.
Trickle down – belastingverlaging zodat de bedrijven meer kunnen uitgeven of investeren
Aanbod gericht beleid-
De overheid – fiscaal beleid (extra uitgaven/bezuinigigen/belastingen)
Centrale bank – monetair beleid (kwantitatieve versoepeling/krimp)
Berijven – investeren of desinveteren
PowerPoint 3