Wat is onderzoek? (7e druk)
Nel Verhoeven | Boom uitgevers Amsterdam
ISBN: 9789024444700
Uitgangspunten
o Fundamenteel(theoriegericht) of praktijkgericht
– Zuiverheid = juiste conclusies
– Juiste meetinstrumenten = meten wat je meten wilt
o Kennisvragen of praktijkvragen
– Kennisvraag = antwoord levert kennis op
– Praktijkvraag = antwoord lost praktijkprobleem op
Kwalitatief en kwantitatief
Theorie toetsen: Je bedenkt theorie: is de aarde plat. Waarom komt de zon op.
Inductief of deductief: theorie ontwikkelen of theorie toetsen.
Combinatie van verschillende vormen van onderzoek: triangulatie
Verhoogt de geldigheid van je resultaten
Verhoogt de betrouwbaarheid van je resultaten
Combinatie van kwalitatief en kwalitatief en kwantitatief onderzoek: mixed-method benadering
Echte onderzoeker onderscheid zich door?
o Houding:
- (nieuwsgierig, open, kritisch, professioneel, onafhankelijk, eigenaar,
onderzoekend)
o Kennis
- ( methodologisch, inhoudelijk)
o Vaardigheid
- (ervaring, structuur, toepassen van techniek en instrumenten(ict))
Goed onderzoek is:
o Betrouwbaar
o Toetsbaar
- herhaalbaar, weerlegbaar, eenduidig en openbaar
o Generaliseer baar
- Geldig voor grote groep domein zo groot mogelijk
- hoog informatiegehalte en specifiek onderwerp
Pagina 1 van 7
, - Geldig in andere situaties (inhoud)
o Zuiver (intern valide)
- Juiste conclusies trekken
o Goed gemeten (befripsvalide)
- Meten wat je meten wilt
o Praktisch toepasbaar
- Efficiënt
- Bruikbaar
Je doet onderzoek met een reden
Hoe kies je een onderwerp?
o Vrije keuze
- Je stelt je zelf een onderwerp voor.
o Praktijkopdracht
- Een opdrachtgever heeft een onderzoeksvraag
o Onderzoeksprogramma
- Je maakt een keuze uit het aanbod van onderwerpen binnen je opleiding (of het
lectoraat)
Aanleiding voor je onderzoek
Probleemomschrijving
o Waar bestaat het uit
Welke vragen zou je kunnen stellen
Hulpmiddelen: 6 W’s
1. Wat is het probleem?
2. Wie heeft het probleem?
3. Wanneer is het probleem ontstaan?
4. Waar doet het probleem zich voor?
5. Waarom is het een probleem?
6. Waartoe leidt het onderzoek?
Doelstelling
o Wat is de functie van je onderzoek?
o Wat wil je ermee bereiken? doelstelling:
- Formulier de doelstelling algemeen
- Geef het type onderzoek aan (onderzoeksdoel)
- Geef de relevantie aan (praktijkdoel)
- Geef aan wat de opdrachtgever (indien relevant) met de resultaten wil bereiken.
Pagina 2 van 7
Nel Verhoeven | Boom uitgevers Amsterdam
ISBN: 9789024444700
Uitgangspunten
o Fundamenteel(theoriegericht) of praktijkgericht
– Zuiverheid = juiste conclusies
– Juiste meetinstrumenten = meten wat je meten wilt
o Kennisvragen of praktijkvragen
– Kennisvraag = antwoord levert kennis op
– Praktijkvraag = antwoord lost praktijkprobleem op
Kwalitatief en kwantitatief
Theorie toetsen: Je bedenkt theorie: is de aarde plat. Waarom komt de zon op.
Inductief of deductief: theorie ontwikkelen of theorie toetsen.
Combinatie van verschillende vormen van onderzoek: triangulatie
Verhoogt de geldigheid van je resultaten
Verhoogt de betrouwbaarheid van je resultaten
Combinatie van kwalitatief en kwalitatief en kwantitatief onderzoek: mixed-method benadering
Echte onderzoeker onderscheid zich door?
o Houding:
- (nieuwsgierig, open, kritisch, professioneel, onafhankelijk, eigenaar,
onderzoekend)
o Kennis
- ( methodologisch, inhoudelijk)
o Vaardigheid
- (ervaring, structuur, toepassen van techniek en instrumenten(ict))
Goed onderzoek is:
o Betrouwbaar
o Toetsbaar
- herhaalbaar, weerlegbaar, eenduidig en openbaar
o Generaliseer baar
- Geldig voor grote groep domein zo groot mogelijk
- hoog informatiegehalte en specifiek onderwerp
Pagina 1 van 7
, - Geldig in andere situaties (inhoud)
o Zuiver (intern valide)
- Juiste conclusies trekken
o Goed gemeten (befripsvalide)
- Meten wat je meten wilt
o Praktisch toepasbaar
- Efficiënt
- Bruikbaar
Je doet onderzoek met een reden
Hoe kies je een onderwerp?
o Vrije keuze
- Je stelt je zelf een onderwerp voor.
o Praktijkopdracht
- Een opdrachtgever heeft een onderzoeksvraag
o Onderzoeksprogramma
- Je maakt een keuze uit het aanbod van onderwerpen binnen je opleiding (of het
lectoraat)
Aanleiding voor je onderzoek
Probleemomschrijving
o Waar bestaat het uit
Welke vragen zou je kunnen stellen
Hulpmiddelen: 6 W’s
1. Wat is het probleem?
2. Wie heeft het probleem?
3. Wanneer is het probleem ontstaan?
4. Waar doet het probleem zich voor?
5. Waarom is het een probleem?
6. Waartoe leidt het onderzoek?
Doelstelling
o Wat is de functie van je onderzoek?
o Wat wil je ermee bereiken? doelstelling:
- Formulier de doelstelling algemeen
- Geef het type onderzoek aan (onderzoeksdoel)
- Geef de relevantie aan (praktijkdoel)
- Geef aan wat de opdrachtgever (indien relevant) met de resultaten wil bereiken.
Pagina 2 van 7