Samenvatting Breien
Hoofdstuk 1 t/m 3
Indeling van breisels
- Inslagbreisels: comfort. RL, RR, LL
enz.
- Enkel garen
- Horizontale richting
- Kan rafelen of ladderen
- Naalden kunnen apart of samen werken
- Kettingbreisels: technische toepassingen, stabieler, sportkleding. Tricot, satijn, atlas,
franje (basiskettingbinding met 1 naald, 1 draad)
- Er is een kettingboom nodig
- Verticale richting
- Rafelt of laddert niet
- Naalden werken samen in groepen
- Productiesnelheid van kettingbreimachine is heel hoog, loopt nog harder dan
een weefmachine.
Hand/vlakbrei machine
- Wanneer je twee naaldenbedden gebruikt, staan deze in een hoek van 90˚.
- Het voorbed is aan de kant waar je staat te breien. Het achterbed aan de andere kant.
Deling van het naaldenbed
De Engelse deling, de Gauge: het aantal naalden per inch
- 1 inch = 2,54 cm
De Zwitserse deling, de Jouge: de afstand tussen 2 naalden in tienden van millimeters.
- Wordt steeds minder gebruikt
23
, Rechtse en linkse kant
- Boogjes: crowns aan de linkerkant
- V’tjes: legs aan de rechterkant
- De lus bestaat uit een aantal onderdelen: de kop, de
pootjes en de voetjes.
- Stekenrijen: horizontaal
- Stekenstaven: verticaal
Breinaalden
Op een breimachine zitten aan beide kanten dezelfde naalden, 1 lipje waar de andere naald
doorheen kan. Zo valt de lus van de een op de andere naald.
De holte zorgt ervoor dat de naald even dik blijft als de tong opengaat.
Het slot: de bediening van het breien
- 1 bepaald of het slot in werking is
- 2 bepaald de steekgrootte
Het vangslot
- Vangkammen dienen om de lus niet te laten breien, maar om te vangen
- De lus wordt wel op de kop gelegd, maar kan niet breien
- Indien de volgende slag weer normaal gebreid wordt, gaan de lussen van de kop.
- Als er gevangen wordt, moet dit duidelijk in het schema gezet worden
- Bij het “-“ teken wordt er gevangen en bij het “+” teken niet
Draadgeleider
Er moet een beetje op spanning op staan maar niet heel erg
24
Hoofdstuk 1 t/m 3
Indeling van breisels
- Inslagbreisels: comfort. RL, RR, LL
enz.
- Enkel garen
- Horizontale richting
- Kan rafelen of ladderen
- Naalden kunnen apart of samen werken
- Kettingbreisels: technische toepassingen, stabieler, sportkleding. Tricot, satijn, atlas,
franje (basiskettingbinding met 1 naald, 1 draad)
- Er is een kettingboom nodig
- Verticale richting
- Rafelt of laddert niet
- Naalden werken samen in groepen
- Productiesnelheid van kettingbreimachine is heel hoog, loopt nog harder dan
een weefmachine.
Hand/vlakbrei machine
- Wanneer je twee naaldenbedden gebruikt, staan deze in een hoek van 90˚.
- Het voorbed is aan de kant waar je staat te breien. Het achterbed aan de andere kant.
Deling van het naaldenbed
De Engelse deling, de Gauge: het aantal naalden per inch
- 1 inch = 2,54 cm
De Zwitserse deling, de Jouge: de afstand tussen 2 naalden in tienden van millimeters.
- Wordt steeds minder gebruikt
23
, Rechtse en linkse kant
- Boogjes: crowns aan de linkerkant
- V’tjes: legs aan de rechterkant
- De lus bestaat uit een aantal onderdelen: de kop, de
pootjes en de voetjes.
- Stekenrijen: horizontaal
- Stekenstaven: verticaal
Breinaalden
Op een breimachine zitten aan beide kanten dezelfde naalden, 1 lipje waar de andere naald
doorheen kan. Zo valt de lus van de een op de andere naald.
De holte zorgt ervoor dat de naald even dik blijft als de tong opengaat.
Het slot: de bediening van het breien
- 1 bepaald of het slot in werking is
- 2 bepaald de steekgrootte
Het vangslot
- Vangkammen dienen om de lus niet te laten breien, maar om te vangen
- De lus wordt wel op de kop gelegd, maar kan niet breien
- Indien de volgende slag weer normaal gebreid wordt, gaan de lussen van de kop.
- Als er gevangen wordt, moet dit duidelijk in het schema gezet worden
- Bij het “-“ teken wordt er gevangen en bij het “+” teken niet
Draadgeleider
Er moet een beetje op spanning op staan maar niet heel erg
24