Week 1
Les 1: gezondheidsdeterminanten & risicofactoren
Gezondheidsvaardigheden: de cognitieve en sociale vaardigheden van
mensen om gezondheidsinformatie te verkrijgen, te begrijpen en te
gebruiken in hun eigen situatie.
Zelf management: je past je aan naar de situatie en accepteert die ook.
Eigen regie: je leeft met de situatie maar past je niet volledig aan en
accepteert het ook niet helemaal.
Marc Lalonde: een Canadese politicus (1974) die zich af vroeg waarom we
gezondheid wel konden herstellen maar niet bewaren. antwoord: we
moeten beter inspelen op factoren die de gezondheid beschermen, en
beter omgaan met risicofactoren.
Gezondheidsdeterminanten: Factoren die duidelijk voorspellend
zijn voor de mate van gezondheid. Kunnen met onderzoek
geïdentificeerd worden.
o Vroegtijdig onderkennen hiervan zorgt ervoor dat je
gezondheidsproblemen voorkomt, effectief gezondheidsgedrag
bevorderd en benodigde condities realiseert.
Health field concept model: (Lalonde) Alle factoren zijn gekoppeld
aan elkaar.
o Biologische factoren: Genen die je hebt gekregen zoals ziektes
die in de familie zitten en je karakter.
o Sociale/fysieke omgeving: Sociaal is de mensen waarmee je op
trekt: De mensen op je werk en in je buurt. Fysiek is de
omgeving waarin je woont: Verkeerssituatie en luchtvervuiling.
o (zorg)voorzieningen: Hoe goed de voorzieningen zijn in jouw
dichtbije omgeving: De informatie die je kan vinden over jouw
gezondheidssituatie.
o Leefstijl: De manier waarop je je leven leeft: Hoeveel je beweegt
en hoe je eet.
Sunrise model
(Leininger):
,De factoren:
o Technologisch: We kunnen veel realiseren maar ook slechte effecten
zoals blauw licht.
o Religieus en filosofisch: Eigen verboden en geboden volgens je religie
o Familiaal en sociaal: De mensen waarmee je optrekt.
o Culturele waarden & opvattingen: Taal en etnohistorie (geschiedenis
van culturen)
o Politiek en wettelijk: Hoe is de zorg geregeld, zorgverzekeringen
o Economisch: Zwakke economische positie zorgt voor weinig zorg
o Scholing: Hoeveel scholing je hebt gehad en dus hoe slim je bent
Conceptueel raamwerk relatie etniciteit cultuur, gezondheid: (Stronks)
vooral gefocust op etniciteit.
o Genetische kenmerken
o Migratie geschiedenis: Waarom ben je weg gegaan? Wil of dwang?
o Culturele kenmerken: Hoelaat eet je?
o Etnische identiteit: Wat voel je je?
o Positie in het gastland: Hoe word er door het gastland met je om
gegaan?
, Risicofactoren: gezondheidsdeterminanten met een negatieve invloed op
de gezondheid. Er is dus een verhoogde kans op het ontstaan van
gezondheidsproblemen.
Leefstijl: Bewegen, Roken, Alcohol, Voeding, Ontspanning, Drugs:
BRAVO+D
Wat valt op: meer risico…
o Bij hoge welvaart
o Bij een lage sociaal economische status (SES)
o In stedelijke gebieden: meer vuil, fastfoodketens en verkeer
o In krimpgebieden: gebieden waar de bevolking krimpt en waar
dubbel vergrijzing is doordat de jeugd weg gaat en de ouderen
steeds ouder worden
o Bij mensen met een cultureel etnische achtergrond
o Bij mensen met lage gezondheidsvaardigheden: Deze mensen
kunnen bijvoorbeeld de informatie niet krijgen, en het daarnaast ook
niet begrijpen, beoordelen en gebruiken.
Epidemiologie: bestudeert de gezondheidssituatie in een populatie
waaronder het voorkomen en de verspreiding ven de ziekten binnen en
tussen populaties.
o Incidentie: Het aantal nieuwe gevallen per tijdseenheid van een ziekte
in de bevolking.
o Prevalentie van een aandoening: Het aantal gevallen per duizend of per
honderdduizend op een specifiek moment in de bevolking.
o Morbiditeit: De mate van het vorkomen van een specifieke ziekte.
o Morbiditeitsgraad: Het aantal mensen dat in een bepaalde periode door
een ziekte is getroffen per eenheid van bevolking.
o Multimorbiditeit: (comorbiditeit) Meerdere aandoeningen die tegelijk
aanwezig zijn.
o Mortaliteit: De sterfte in een bepaalde periode.
Gezondheidsdeterminanten: factoren die je gezondheid beïnvloeden
o Endogene determinanten: Genen of kwetsbaarheid van mijn lijf (hoge
bloeddruk) kan later ontwikkelen
o Exogene determinanten: Leefstijl, gedrag en omgeving (je partner rookt
altijd dus je rookt mee)
o Persoonsgebonden determinanten: Koppeling tussen exogene en
endogene determinanten: persoonlijkheid, geslacht en opvoedstijl. Hoe
ga je om met de invloeden van buitenaf.
Classificatie systeem:
o Nanda: het probleem
o NIC: de interventie
o NOC: de uitkomst/doelen stellen