Written by students who passed Immediately available after payment Read online or as PDF Wrong document? Swap it for free 4.6 TrustPilot
logo-home
Answers

Strafrecht 1 Werkgroep 1-7 Alle antwoorden

Rating
5.0
(1)
Sold
6
Pages
51
Uploaded on
30-05-2016
Written in
2015/2016

Alle antwoorden Strafrecht 1 Klapper 2015/2016

Institution
Course

Content preview

Strafrecht 1 Klapper 2015/2016



Strafrecht 1 Klapper Alle Antwoorden
Algemene vragen
Vragen over Arresten
Oefenvragen




Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen

,Strafrecht 1 Klapper 2015/2016



Inhoudsopgave
Inhoudsopgave .............................................................. 2
Strafrecht 1, Week 1A ....................................................... 3
Strafrecht 1, Week 1B ....................................................... 9
Strafrecht 1, Week 2A ..................................................... 14
Strafrecht 1, Week 2B ..................................................... 18
Strafrecht 1, Week 3A ..................................................... 22
Strafrecht 1, Week 3B ..................................................... 24
Strafrecht 1, Week 4A ..................................................... 28
Strafrecht 1, Week 4B ..................................................... 30
Strafrecht 1, Week 5A ..................................................... 35
Strafrecht 1, Week 5B ..................................................... 37
Strafrecht 1, Week 6A ..................................................... 41
Strafrecht 1, Week 6B ..................................................... 45
Strafrecht 1, Week 7A ..................................................... 48




Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen

,Strafrecht 1 Klapper 2015/2016


Strafrecht 1, Week 1A
Algemene vragen
1. Het materiële strafrecht bevat de gedragsnormen voor burgers die bij overtreding
een bepaalde straf opleveren (abstract). Het formele strafrecht heeft betrekking
op de procedure die moet worden gevolgd om vast te stellen of iemand het
materiële strafrecht heeft overtreden en hoe dit materiële strafrecht moet worden
gehandhaafd.1
2. Nee. De strafbaarheid mag weliswaar niet op ongeschreven recht worden
gebaseerd, maar deze mag wel door het ongeschreven recht worden ingeperkt
(denk aan het beginsel geen straf zonder schuld).2
3. Art. 91 Sr bepaalt dat titels I-VIIA van Boek 1 Sr van overeenkomstige
toepassing zijn op alle andere strafbepalingen in wetten of verordeningen.
Zodoende geldt een deel van het Sr ook strafbepalingen buiten het Sr.3
4. a. Onder andere het EVRM is een rechtstreeks mensenrechtenverdrag met
bepalingen omtrent zowel materieel strafrecht (zie bijv. art 7 voor het nulla-poena
beginsel) als formeel strafrecht (zie bijv. art 5 en 6). Ook brengt het EVRM
positieve verplichtingen met zich mee, namelijk een verplichting tot het creëren
van wetgeving en het interpreteren daarvan door rechters overeenkomstig de
bepalingen uit het EVRM.4
b. positieve invloed wil zeggen dat de overheid er zorg voor moet dragen dat de
Nederlandse (straf)wetgeving aan de minimumeisen van Europees recht voldoet
en negatieve invloed wil zeggen dat de Nederlandse overheid geen inbreuk mag
maken op vrijheden door het EU-recht geschapen.5
5. De stelling is gedeeltelijk juist. Niet alle misdrijven zijn te vinden in Sr, ook
namelijk in andere wetten (denk aan de Opiumwet). In bijzondere wetten zijn ook
overtredingen te vinden.6
6. a. Art. 8 Wegenverkeerswet 1994, het delict is een misdrijf waar blijkens art. 176
lid 4 WvW een gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete
van de derde categorie op staat.
b. Art. 2 sub A Opiumwet, een misdrijf die blijkens art. 10 lid 1 sub a jo. 13 lid 1
Opiumwet wordt bestraft met een hechtenis van ten hoogste 6 maanden of een
geldboete van de vierde categorie.
7. Onjuist. Art. 91 Sr. zondert Titel IX van boek I Sr (waaronder dus art. 82 Sr) uit
van de algemene toepassing.7
8. Krenkingdelicten zijn delicten die rechtsreeks inbreuk maken op een beschermd
rechtsgoed. Concrete gevaarzettingsdelicten zijn delicten die een gevaarlijke
situatie in het leven roepen, zonder dat het gevaar zich noodzakelijkerwijs heeft
verwezenlijkt (en dus een concreet gevaar zich heeft voorgedaan). Abstracte
gevaarzettingsdelicten zijn delicten die bij overtreding telkens worden bestraft
met min of meer dezelfde straf: niet van belang is of het beschermde rechtsgoed is
gekrenkt of in gevaar is gebracht, het enkele overtreden van de norm doet de
strafbaarheid (in beginsel) intreden).8

1 G. Knigge en H. D. Wolswijk, Ons strafrecht, deel 1, Het materiële strafrecht, Wolters Kluwer, Deventer: 2015,
vijftiende druk, pagina 1, aangeduid met M
2 M pagina 3
3 M pagina 8
4 M pagina 3 en 4
5 M pagina 4 en 5
6 M pagina 2
7 M pagina 8
8 M pagina 8-10




Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen

,Strafrecht 1 Klapper 2015/2016


9. Het strafrecht en het privaatrecht kennen elk een eigen systeem van begrippen,
waardoor soms wel dezelfde woorden worden gebruikt, die in beide
rechtsgebieden een andere betekenis kunnen hebben.9
10. Nee. Ook het bestuursrecht kent bestraffende sancties, denk aan de bestuurlijke
boete.10
11. Nee. Ook de oplegging van een bestuurlijke boete moet volgens het EHRM als
criminal charge in de zin van art. 6 EVRM worden aangemerkt.11
12. De ultimum remedium-gedachte wil zeggen dat pas moet worden bestraft als alle
andere middelen ontoereikend zijn. Deze gedachte moet worden gerelativeerd
omdat de gedachte ertoe kan leiden dat handhaving meer in het bestuursrecht zal
plaats vinden, terwijl het bestuursrecht nu juist minder procedurele waarborgen
kent. Ook de gedachte ten aanzien van alleen punitieve sancties moet worden
gerelativeerd, nu een boete soms minder leed veroorzaakt dat het intrekken van
een vergunning.12
13. a. Onder meer voorkoming van willekeurig overheidsoptreden en
machtsmisbruik, het bieden van rechtszekerheid, heerschappij van de wet
(volkssoevereiniteit).13
b. Onder meer in art. 1 Sr, 16 GW, 7 EVRM en 15 IVBPR
c. De straf moet berusten op een wet in formele zin; Het verbod van
terugwerkende kracht; het bestimmtheitsgebot (rechtszekerheidsbeginsel); het
verbod van analogie.14
d. Burgers moeten precies weten waar zij aan toe zijn, hetgeen met zich
meebrengt dat de wetgever het gebruik van vage termen zoveel mogelijk dient te
vermijden.15
e. Het EHRM legt bij de uitleg van een strafbepaling in het licht van art. 7 EVRM
ook de nadruk op het concrete geval en kan daarbij tot de conclusie komen dat
een strafbepaling in onbruik is geraakt. Voor de rest bieden art. 1 Sr en 16 GW
juist meer bescherming, nu deze artikelen een geschreven wet als grondslag voor
strafbepalingen eisen, en art 7 EVRKM tevens doelt op ongeschreven recht.16
14. a. De taalkundige/grammaticale (gangbare betekenis in spraakgebruik); de
teleologische (doel in de maatschappij); de systematische (systeem van de wet) en
de historische (kamerstukken dan wel eerdere regelingen).17
b. het strafrecht wordt beheerst door het nulla-poena beginsel en de ultimum
remedium-gedachte, waarbij rechtszekerheid een belangrijk element is.
Restrictieve uitleg kan deze rechtszekerheid bieden.18
c. Onjuist. Spraakgebruik zal vaak de doorslag geven, maar is niet beslissend. De
uitleg wordt bepaald door de interpretatiemethoden tezamen, waarbij het
aankomt op de mate van voorzienbaarheid voor burgers (weer beargumenteerd
vanuit het lex-certa beginsel).19




9 M pagina 11
10 M pagina 13
11 M pagina 13
12 M pagina 14-15
13 M pagina 35-38
14 M pagina 38-41
15 M pagina 40
16 M pagina 41-44
17 M pagina 45
18 M pagina 45
19 M pagina 46




Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen

,Strafrecht 1 Klapper 2015/2016


15. Er moet sprake zijn van een gedraging door een persoon; die gedraging moet
wederrechtelijk zijn; alsmede verwijtbaar aan die persoon.20
16. a. Een kwalificatiebeslissing is een beslissing waarin wordt beoordeeld of een
bepaald feit aan de delictomschrijving voldoet en daarmee een strafbaar feit is.21
b. Juist. Pas als het feit bewezen is, komt de kwalificatievraag aan de orde, zo
blijkt uit art. 350 Sv.22
c. Onjuist. Een bewezenverklaring leidt tot de conclusie dat het ten laste gelegde
feit is begaan. Vervolgens moet de kwalificatievraag en de beantwoording
daarvan uitwijzen of sprake is van een strafbaar feit.23
d. Kwalificatie als strafbaar feit is louter mogelijk indien aan het vereiste van art
1 lid 1 Sr is voldaan (nulla poene-beginsel). Zo werkt dit beginsel door in het
strafproces omdat het een rol speelt bij de kwalificatievraag.24
17. Bij de tweede materiële vraag, de kwalificatievraag.25
18. a. Bestanddelen zijn bepaalde delen uit de delictsomschrijving waaraan moet zijn
voldaan wil er sprake zijn van kwalificatie en daarmee van een strafbaar feit.26
b. De OvJ hoeft stilzwijgende bestanddelen weliswaar niet op te nemen in de
tenlastelegging, de rechter moet toch beoordelen of het stilzwijgend bestanddeel
kan worden bewezen. Er is immers sprake van een bestanddeel, een voorwaarde
voor strafbaarheid.27
c. De elementen van het strafbare feit zijn wederrechtelijkheid en
schuld/verwijtbaarheid.28
19. Bij de derde materiële vraag, zo blijkt uit art. 350 Sv.29
20. Een rechtvaardigingsgrond is aan het element wederrechtelijkheid en een
schulduitsluitingsgrond aan het element schuld gekoppeld.30
21. Formele einduitspraken zijn nietigheid van de dagvaarding, onbevoegdheid van
de rechter, niet-ontvankelijkheid van het OM of schorsing (art. 349 Sv). Materiële
einduitspraken zijn vrijspraak, ontslag van alle rechtsvervolging of veroordeling
(art. 352 Sv).31
22. Onjuist. Dikwijls kan tegen een einduitspraak van een lagere rechter een
rechtsmiddel worden ingesteld (hoger beroep of cassatieberoep).
23. Objectieve bestanddelen hebben betrekking op de vraag of de dader objectief
gezien inbreuk heeft gemaakt op een rechtsgoed of de strafwet en subjectieve
bestanddelen zien toe op een bepaalde geestesgesteldheid van de dader (opzet dan
wel schuld). Het feit dat subjectieve bestanddelen betrekking hebben op de
objectieve bestanddelen en daartoe een voorwaarde vormen wordt schuldverband
genoemd. Een objectief bestanddeel dat aan dit schuldverband is onttrokken
wordt een geobjectiveerd bestanddeel genoemd. Een materieel delict is een delict
omschreven op een wijze waarin het intreden van een bepaald gevolg centraal
staat en strafbaar wordt gesteld, terwijl bij formele delicten een bepaalde


20 M pagina 55-57
21 M pagina 57-60
22 M pagina 58
23 M pagina 64
24B.F. Keulen en G. Knigge, Ons strafrecht, deel 2, Strafprocesrecht, Wolters Kluwer, Deventer: 2010, twaalfde

druk, pagina 107, aangeduid met F
25 M pagina 58
26 M pagina 57 en 58
27 M pagina 59 en 60
28 F pagina 108
29 F pagina 108
30 F pagina 108
31 F pagina 110




Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen

, Strafrecht 1 Klapper 2015/2016


gedraging strafbaar is, ongeacht het gevolg. Een commissiedelict is een delict dat
is omschreven als een handeling, een actief doen. Eigenlijke omissiedelicten zijn
delicten die bestaan uit een passief nalaten, waarbij niet voldaan wordt aan een
door de wetgever opgelegd gebod tot handelen. Oneigenlijke omissiedelicten zijn
handelingsdelicten die door nalaten worden gepleegd (commissiedelicten die door
nalaten kunnen worden gepleegd).32
24. a. Een bijkomende omstandigheid voor strafbaarheid is een omstandigheid die als
geobjectiveerd bestanddeel deel uitmaakt van de delictsomschrijving. Geen
causaal verband hoeft te bestaan tussen de verboden gedraging en de bijkomende
voorwaarde, waardoor strafbaarheid mede van een toevalligheid afhankelijk
wordt.
b. Een door het gevolg gekwalificeerd delict is een delict dat met een grotere straf
bedreigd wordt naarmate de gevolgen ervan heviger zijn. Ook deze gevolgen zijn
geobjectiveerd, al is hier wel een causaal verband vereist.
c. overeenkomst tussen een door het gevolg gekwalificeerd delict en een
gemeengevaarlijk delict is dat de strafbaarheid toeneemt naarmate de gevolgen
ernstiger zijn. Een verschil is dat het bij gemeengevaarlijke delicten om
strafbepalende gebeurtenissen gaat en bij door het gevolg gekwalificeerde
delicten om strafverzwarende gebeurtenissen. Bij laatstgenoemde kan met
andere woorden teruggevallen worden op een bepaald gronddelict wanneer d
verzwarende omstandigheden zich niet voordoen terwijl bij eerstgenoemde de
omstandigheden voorwaarde zijn voor strafbaarheid.33


Arresten
Stiefkind
1. ‘Een minderjarig kind van de vrouw met wie de verdachte samenleefde als waren
zij gehuwd’ (zie overweging 4.4).
2. ‘Een minderjarig kind waarvan de ouder gehuwd is met de verdachte’
(overwegingen 4.2-4.4)
3. Ten eerste de teleologische (overweging 4.2): ‘de strekking van de voorgenoemde
bepaling’ is dat bescherming wordt toegekend aan minderjarige kinderen die door
een zeker overwicht en afhankelijkheid minder weerstand kunnen bieden aan de
dader dan anderen. Ten tweede de wetshistorische interpretatie (overweging 4.3):
‘de geschiedenis van totstandkoming’ brengt de betekenis mee waarin een
huwelijk tussen ouder en niet-ouder vereist is om te kunnen spreken van
stiefkind. Ten derde de systematische interpretatie (overweging 4.3): ‘art. 249 en
248ter’ brengen mee dat minder noodzaak bestaat tot extensieve interpretatie
van het begrip ‘stiefkind’, nu het delict ook anders onder de strafwet kan worden
gebracht.
4. De wetshistorische dan wel systematische interpretatie. De uitdrukkelijke
bedoeling van de wetgever noopt tot restrictieve interpretatie, mede gelet op art.
1 Sr. uitgaan van de teleologische interpretatie zou de rechtsvormende taak va de
rechter te buiten gaan (overweging 4.3).

Mensenroof
1. Het gaat om mensenroof als in art. 278 Sr en in het bijzonder om het bestanddeel
‘over de grenzen van het Rijk in Europa voeren’ (4.3).
2. ‘Het vanuit Nederland over de grens voeren naar het buitenland’ (4.3).
3. a. de Advocaat generaal bij het Hof (OM) (4.1/4.13)

32 M pagina 71-75
33 M pagina 7


Edwin van der Velde Rijksuniversiteit Groningen

Written for

Institution
Study
Course

Document information

Uploaded on
May 30, 2016
File latest updated on
June 1, 2016
Number of pages
51
Written in
2015/2016
Type
Answers
Person
Unknown

Subjects

$4.78
Get access to the full document:

Wrong document? Swap it for free Within 14 days of purchase and before downloading, you can choose a different document. You can simply spend the amount again.
Written by students who passed
Immediately available after payment
Read online or as PDF

Reviews from verified buyers

Showing all reviews
9 year ago

5.0

1 reviews

5
1
4
0
3
0
2
0
1
0
Trustworthy reviews on Stuvia

All reviews are made by real Stuvia users after verified purchases.

Get to know the seller

Seller avatar
Reputation scores are based on the amount of documents a seller has sold for a fee and the reviews they have received for those documents. There are three levels: Bronze, Silver and Gold. The better the reputation, the more your can rely on the quality of the sellers work.
edwin7788 Rijksuniversiteit Groningen
Follow You need to be logged in order to follow users or courses
Sold
4337
Member since
10 year
Number of followers
1748
Documents
60
Last sold
1 month ago
Rechtsgeleerdheid Groningen

Samenvattingen, collegeaantekeningen, arresten en werkgroepuitwerkingen van alle verplichte vakken voor de Bachelor IT-recht, en voor de Masters IT-recht en Privaatrecht (Rijksuniversiteit Groningen)

4.4

2001 reviews

5
1039
4
803
3
119
2
11
1
29

Recently viewed by you

Why students choose Stuvia

Created by fellow students, verified by reviews

Quality you can trust: written by students who passed their tests and reviewed by others who've used these notes.

Didn't get what you expected? Choose another document

No worries! You can instantly pick a different document that better fits what you're looking for.

Pay as you like, start learning right away

No subscription, no commitments. Pay the way you're used to via credit card and download your PDF document instantly.

Student with book image

“Bought, downloaded, and aced it. It really can be that simple.”

Alisha Student

Working on your references?

Create accurate citations in APA, MLA and Harvard with our free citation generator.

Working on your references?

Frequently asked questions