§1: Verhoudingsformules van zouten
Eigenschappen van zouten
De aantrekkingskracht tussen positieve en negatieve ionen is groot. Deze zogenoemde ionbinding
die de ionen in een zout bij elkaar houdt, is dan ook zo sterk
dat bijna alle zouten vast zijn. De microstructuur van zout, het
ionrooster, maakt zouten niet vervormbaar, maar bros.
Verstoring van het ionrooster leidt tot materiaalbreuk, omdat
negatieve ionen en positieve ionen dat tegenover elkaar komen
te zitten en elkaar afstoten.
Enkelvoudige en samengestelde ionen
Veel ionen bestaan uit slechts één atoom, enkelvoudige ionen (Na+). Er bestaan ook atoomgroepen
die samen een ion vormen, samengestelde ionen (CO32-). Bijna alle samengestelde ionen zijn negatief
geladen.
Verhoudingsformule
Omdat een zout niet uit één soort deeltjes maar uit twee soorten ionen bestaat, gelden voor de
formules van zouten andere regels dan voor molecuulformules. De positieve en negatieve ionen zijn
in zo’n verhouding aanwezig, dat de totale lading neutraal is. De formule van een zout noem je
daarom een verhoudingsformule.
Stappenplan voor het opstellen van een verhoudingsformule
1. Schrijf de formules op van de ionen waaruit het zout bestaat, inclusief lading.
2. Bepaald in welke verhouding de ionen aanwezig moeten zijn om een neutraal zout te vormen.
3. Noteer eerste het positieve ion, dan het negatieve ion. Zet samengestelde ionen tussen haakjes.
Naamgeving
In de namen van zouten worden nooit numerieke voorvoegsels gebruikt. Het volstaat om de namen
van de ionen in de juiste volgorde achter elkaar te zetten.
Je kunt het volgende stappenplan gebruiken:
1. Leid uit de verhoudingsformule af uit welke ionen het zout bestaat.
2. Geef de namen van de ionen. Als er van een metaalion meerdere soorten zijn, zet je de lading in
---Romeinse cijfers tussen haakjes.
3. Zet de naam van het negatieve ion achter de naam van het positieve ion.
§2: Oplosbaarheid van zouten
Oplossen en indampen
Wanneer een zout oplost in water ontstaat een heldere oplossing. Het zout valt dan in vrije ionen uit
elkaar en de ionbindingen worden verbroken. Met water kunnen ionen ook sterke bindingen
vormen. Dat komt doordat watermoleculen dipoolmoleculen zijn. De negatieve kant van een
watermolecuul zal zich naar een positief ion richten en de positieve kant naar een negatief ion. De
binding die ontstaat heeft een ion-dipoolbinding. Ionen die zijn omringd door watermoleculen zijn
gehydrateerde ionen.
Oplossen is geen chemisch reactie, dus water komt niet in de oplosvergelijking voor. De aanduiding
(aq) betekent ‘omringd door watermoleculen’.