Hoofdstuk 1: Het werkterrein van de systeemgerichte social worker
Wat is een systeem?
Systeem komt van oorsprong van het Griekse woord ‘sustema’, wat ‘samenstellen of
bijeenplaatsen’ betekend. In het boek wordt de volgende definitie van systeem
gehanteerd, afgeleid van Weijenberg:
Het begrip systeem wijst op een eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen. Het gaat niet
alleen om de delen op zich, ook niet om het geheel maar om de doelgerichte betrekkingen
tussen dit alles.
Betekenis van systeemgericht werken
Systeemgericht werken kan op verschillende manieren worden opgevat. Prochaska en
Norcross (2003) noemen drie betekenissen:
1. Ten eerste is het een verwijzing naar de therapievorm, waarbij het niet alleen de
aangemelde client maar een paar, een gezien of groep mensen die een duurzame
relatie met elkaar hebben, samen bij de behandeling aanwezig zijn, dan wel deze
deels samen doorbrengen.
2. Ten tweede heeft systeemgericht werken betrekking op de inhoud of het doel van
de behandeling. De onderlinge relaties vormen het belangrijkste aandachtspunt,
hierbij is het doel het functioneren van het (gezins)systeem te verbeteren.
3. Ten derde heeft systeemgericht werken betrekking op circulariteit, de
wederzijdse beïnvloeding en niet op het ‘oorzaak en gevolg’ gedachtegoed
(lineaire denken)
Het individuele systeem
De mens als systeem is geheel opgebouwd uit cellen, die gezamenlijk organen vormen.
Organen vormen stelsels. De stelsels vormen het menselijk lichaam. Samen met de
psyche, gevoel, redeneren, persoonlijkheid, vormt dat de eenheid van de mens. Deze
mens, met innerlijke subsystemen, is continu in interactie met zichzelf. Er is sprake van
innerlijke boodschappen. Mensen worden gezien als open systemen. Dit houdt in dat
deze systemen in open verbinding staan met hun omgeving. Een open systeem is
continu in interactie met hun omgeving.
Neuman wijst op wederkerigheid in relatie. De omgeving kan het individuele systemen
beïnvloeden maar het individuele systeem beïnvloedt ook de omgeving.
Het mechanisme waarbij een mens zich aanpast aan zijn omgeving of aanpassingen in
zijn omgeving bewerkstelligt, wordt zelfstabilisatie genoemd. Bijvoorbeeld kleding
aandoen wanneer het koud is of temperatuur omhoog doen.
Het subsysteem
Het kleinste sociale subsysteem bestaat uit twee personen en wordt dyadisch
subsysteem genoemd. Binnen een gezin kennen we het subsysteem
ouders/opvoeder/partners en subsysteem kinderen. Er kan ook nog verschil zijn in
jonge en oudere kinderen.
Om tot een bepaald subsysteem te behoren, moet je deelnemen aan de communicatie en
interactie. Er horen regels, normen en waarden bij een specifiek subsysteem.
,Het suprafamiliare systeem
Met het systeem ‘familie’ worden de bloedverwanten tot in de derde lijn bedoeld. De
familie als systeem kan opgebouwd zijn uit verschillende gezinssystemen en individuele
systemen. Binnen de familie systemen gaat het om de doelgerichte betrekkingen tussen
die gezinssystemen en individuen.
De omgeving als systeem
De omgeving bestaat uit alle interne en externe factoren of invloeden die het
gezinsysteem omgeven. De relatie tussen het gezinssysteem en de omgeving is
wederkerig. Het gezinssysteem kan de omgeving beïnvloeden en omgekeerd kan de
omgeving het gezinsysteem beïnvloeden. De uitwisseling tussen het gezinssysteem en
de omgeving in de vorm van input, output en feedback is circulair van aard.
De plek van de social worker binnen de systemen
Het systemisch werken van de social worker kan zich op alle vijf systemen richten. Hier
is geen volgorde aangekoppeld. Dit ligt aan de situatie. Psycholoog Maslow biedt met
zijn behoeftepiramide nog een goed e leidraad om een hiërarchie van doelen te bepalen.
Volgens Maslow moet er eerst voldaan zijn aan onderste laat voordat men aan de
volgende laag kan beginnen.
Hoofdstuk 2: Systeemtheorieën
- Algemene systeemtheorie
- Structurele theorie
- Strategische of communicatietheorie
- Intergenerationele of contextuele systeemtheorie
Algemene systeemtheorie
- Bioloog Ludwig Von Bertalanffy
- Metatheorie
Kern van de algemene systeemtheorie
Systemen worden gezien als:
- Bestaande uit verschillende delen die onderling samenhangen en elkaar wederzijds
beïnvloeden. Niet lineair maar circulair. Veranderingen in een deel van de groep
zullen gevolgd worden door veranderingen in andere delen van een groep.
, - Zichzelf handhavende eenheden die in voortdurende wisselwerking staan met hun
omgeving. Er is sprake van input, troughput en output. Dit is de basis van zijn open
systeemtheorie
- Eenheden die het vermogen hebben zichzelf te handhaven, zich voortdurend op hun
omgeving af te stemmen en die in een dynamisch evenwicht zijn met hun omgeving.
Al de gedragingen van de eenheden hebben een functie binnen het geheel
- Eenheden met het vermogen zichzelf te besturen en zichzelf te reproduceren.
Hierachie
Hierachie geeft naast de gezagspositie binnen het systeemgericht werken ook een
ordening aan van de delen van het systeem. Zo staat het subsysteem opvoeders qua
ordening boven het subsysteem kinderen.
Principes bij de algemene systeemtheorie
1. Equifinaliteit: een bepaald verschijnsel kan het gevolg zijn van heel verschillende
begintoestanden
2. Equipotentialiteit: een bepaalde beginsituatie kan leiden tot verschillende
eindtoestanden
De structurele theorie
- Salvador Minuchin
- Was voorheen gericht op deliquentie, eetstoornissen en psychosomatische
stoornissen.
Kern van de structurele theorie
Bij deze benadering wordt het gezin gezien als een dynamisch sociaal systeem. Er is
aandacht voor gehelen, voor de relaties tussen de delen onderling, hun relatie met het
geheel en regels betreffende die relaties. Ieder individu, gezin, familie of gemeenschap:
- Is tegelijkertijd geheel en deel
- Is niet meer dan een ander deel
- Verwerpt de andere delen niet en is niet in tegenspraak ermee
- Is met andere delen in een actueel en voortdurend proces van communicatie en
verwantschap.
Het gezin heeft vanuit deze visie twee belangrijke taken:
- Het zeker stellen van het voortbestaan van het gezinssysteem
- Het stimuleren van de ontwikkeling van de gezinsleden.
Bij het stimuleren van het gezinssysteem aan maatschappelijke en culturele
veranderingen, veranderen ook de betrekkingen van de gezinsleden ten opzichte van
elkaar.
De structurele benadering is meer gericht op het huidige functioneren van het gezin dan
op mogelijke oorzaken uit het verleden. In Minuchins benadering staat de
gezinsstructuur centraal. Dit betreft de regels die ten grondslag liggen aan de
interactiepatronen in het gezin. Wie heeft met wie contact en waarover? De grenzen
worden ook sterk bepaald door het lidmaatschap van een bepaald subsysteem.
Bijvoorbeeld:
- Het partner-subsysteem
- Het opvoeder-subsysteem