Samenvatting BOA
Inleiding (begrippen)
Beheer omvat alle maatregelen die nodig zijn om, tijdens de gebruiksperiode, de prestaties van een
bestaand gebouw in stand te houden en het gebouw te gebruiken voor het doel waarvoor het is
gerealiseerd. De gebruiksperiode is de periode van ingebruikname van een gebouw met een bepaalde
functie tot aan de wijziging van die functie of de sloop van het desbetreffende gebouw. Hierbij worden
drie gebieden onderscheiden: Facility Management, instandhouding en aanpassing. Het instandhouden
van de technische en functionele staat van het gebouw gebeurt door borging van de prestaties vna het
gebouw.
Facility management: activiteiten die onder andere ook nodig zijn om het gebouw te kunnen gebruiken,
zoals catering, postdistributie en tuinonderhoud.
Bij instandhouding gat het over de borging van prestaties. Hieronder wordt verstaan: het geheel van alle
technische en organisatorische acties die ertoe dienen een bestaand gebouw in een technische staat te
behouden of terug te brengen en schoon te houden, waardoor het gebouw tijdens een bepaalde
gebruiksperiode functioneel en technisch kan blijven voldoen aan het PvE dat aan het huidige gebouw
ten grondslag ligt.
Schoonmaakonderhoud: het geheel van uitvoerings- en organisatorische activiteiten die nodig zijn voor
het verwijderen van vuil en het reinigen van de inwendige en uitwendige gedeelten van een gebouw en
het terrein waar het gebouw opstaat. Technisch onderhoud: het geheel van alle technische en
organisatorische acties die ertoe dienen een bestaand gebouw in een technische staat te behouden of
terug te brengen waardoor het gebouw tijdens een bepaalde gebruiksperiode functioneel en technisch
kan blijven voldoen aan het PvE.
Niet-gepland onderhoud: al het technisch onderhoud waarvan, om vervolgschade te voorkomen, de
uitvoering geen uitstel toelaat, met het doel een onderdeel van het gebouw terug te brengen in een
staat waarin het aan de verlangde functie kan voldoen.
Planmatig onderhoud: al het in een onderhoudsplan vastgelegd technisch onderhoud dat op basis van
verwachtingen, conditiemetingen, inspecties en/of klachten wordt georganiseerd en uitgevoerd, met het
doel de kans op storingen of visuele degradatie van gebouwen of onderdelen te verkleinen of te
voorkomen.
Functioneel beheer: het geheel van alle technische en organisatorische acties die ertoe dienen door
aanpassingen een bestaand gebouw in een technische staat te brengen waardoor het gebouw tijdens
een bepaalde gebruiksperiode functioneel en technisch kan blijven voldoen aan nieuwe aanvullende
eisen die voortvloeien uit het huidige of toekomstige gebruik van het gebouw met de huidige of een
gewijzigde functie vastgelegd in een PvE.
Gelijk gebruik: het geheel van alle technische en organisatorische acties die ertoe dienen door
aanpassingen (renovatie) in een bestaand gebouw voorzieningen te treffen waardoor het gebouw tijdens
een bepaalde gebruiksperiode functioneel kan blijven voldoen aan nieuwe aanvullende eisen die
voortvloeien uit het huidige gebruik van het gebouw.
Hergebruik en herbestemming: het geheel van alle technische en organisatorische acties die ertoe
dienen ene bestaand gebouw in een technische staat te brengen waardoor het gebouw tijdens ene
bepaalde gebruiksperiode functioneel en technisch kan blijven voldoen aan een PvE tbv het toekomstige
gebruik van het gebouw.
Achterstallig onderhoud: gevolgschade optreedt doordat onderhoudsactiviteiten niet zijn uitgevoerd.
Conditieafhankelijk onderhoud (planmatig onderhoud): preventief technisch onderhoud dat
georganiseerd en uitgevoerd wordt op basis van kennis die men heeft opgedaan door waarneming van
de huidige conditie of het conditieverminderingsproces van een bouwwerk of onderdeel daarvan.
Inleiding (begrippen)
Beheer omvat alle maatregelen die nodig zijn om, tijdens de gebruiksperiode, de prestaties van een
bestaand gebouw in stand te houden en het gebouw te gebruiken voor het doel waarvoor het is
gerealiseerd. De gebruiksperiode is de periode van ingebruikname van een gebouw met een bepaalde
functie tot aan de wijziging van die functie of de sloop van het desbetreffende gebouw. Hierbij worden
drie gebieden onderscheiden: Facility Management, instandhouding en aanpassing. Het instandhouden
van de technische en functionele staat van het gebouw gebeurt door borging van de prestaties vna het
gebouw.
Facility management: activiteiten die onder andere ook nodig zijn om het gebouw te kunnen gebruiken,
zoals catering, postdistributie en tuinonderhoud.
Bij instandhouding gat het over de borging van prestaties. Hieronder wordt verstaan: het geheel van alle
technische en organisatorische acties die ertoe dienen een bestaand gebouw in een technische staat te
behouden of terug te brengen en schoon te houden, waardoor het gebouw tijdens een bepaalde
gebruiksperiode functioneel en technisch kan blijven voldoen aan het PvE dat aan het huidige gebouw
ten grondslag ligt.
Schoonmaakonderhoud: het geheel van uitvoerings- en organisatorische activiteiten die nodig zijn voor
het verwijderen van vuil en het reinigen van de inwendige en uitwendige gedeelten van een gebouw en
het terrein waar het gebouw opstaat. Technisch onderhoud: het geheel van alle technische en
organisatorische acties die ertoe dienen een bestaand gebouw in een technische staat te behouden of
terug te brengen waardoor het gebouw tijdens een bepaalde gebruiksperiode functioneel en technisch
kan blijven voldoen aan het PvE.
Niet-gepland onderhoud: al het technisch onderhoud waarvan, om vervolgschade te voorkomen, de
uitvoering geen uitstel toelaat, met het doel een onderdeel van het gebouw terug te brengen in een
staat waarin het aan de verlangde functie kan voldoen.
Planmatig onderhoud: al het in een onderhoudsplan vastgelegd technisch onderhoud dat op basis van
verwachtingen, conditiemetingen, inspecties en/of klachten wordt georganiseerd en uitgevoerd, met het
doel de kans op storingen of visuele degradatie van gebouwen of onderdelen te verkleinen of te
voorkomen.
Functioneel beheer: het geheel van alle technische en organisatorische acties die ertoe dienen door
aanpassingen een bestaand gebouw in een technische staat te brengen waardoor het gebouw tijdens
een bepaalde gebruiksperiode functioneel en technisch kan blijven voldoen aan nieuwe aanvullende
eisen die voortvloeien uit het huidige of toekomstige gebruik van het gebouw met de huidige of een
gewijzigde functie vastgelegd in een PvE.
Gelijk gebruik: het geheel van alle technische en organisatorische acties die ertoe dienen door
aanpassingen (renovatie) in een bestaand gebouw voorzieningen te treffen waardoor het gebouw tijdens
een bepaalde gebruiksperiode functioneel kan blijven voldoen aan nieuwe aanvullende eisen die
voortvloeien uit het huidige gebruik van het gebouw.
Hergebruik en herbestemming: het geheel van alle technische en organisatorische acties die ertoe
dienen ene bestaand gebouw in een technische staat te brengen waardoor het gebouw tijdens ene
bepaalde gebruiksperiode functioneel en technisch kan blijven voldoen aan een PvE tbv het toekomstige
gebruik van het gebouw.
Achterstallig onderhoud: gevolgschade optreedt doordat onderhoudsactiviteiten niet zijn uitgevoerd.
Conditieafhankelijk onderhoud (planmatig onderhoud): preventief technisch onderhoud dat
georganiseerd en uitgevoerd wordt op basis van kennis die men heeft opgedaan door waarneming van
de huidige conditie of het conditieverminderingsproces van een bouwwerk of onderdeel daarvan.