Paragraaf 1
Soeverein = een staat die op een bepaald gebied met duidelijke grenzen het hoogste gezag uitoefent
en het monopolie van geweldsuitoefening heeft.
Politiek het maken van keuzes waaraan allen in een staat zijn gebonden. De keuzes waarvoor ze
staan zijn van algemeen belang. Voorbeeld van zo’n keuze: Moet er een nieuwe kerncentrale komen?
De politiek maakt overheidsbeleid en voert dit beleid uit om maatschappelijke problemen op te
lossen.
Een groot dilemma in de politiek is: gaan we efficiënt besturen of gaan we voor maximale
participatie?
Democratie komt van de Griekse woorden: démos (volk) en kratein (regeren).
Kenmerken democratie:
- Er is individuele vrijheid.
- Er gelden politieke grondrechten.
- Politie en leger hebben beperkte bevoegdheden.
- Er is onafhankelijke rechtspraak.
- Er is persvrijheid.
Nederland heeft een representatieve democratie: het volk kiest volksvertegenwoordigers die met
regelmaat (verkiezingen) verantwoording aan de bevolking moeten afleggen. Belangen!.
Om de vier jaar worden ze afgerekend of ze hun beloftes zijn nagekomen.
Parlementaire democratie+ constitutionele monarchie = Nederland
Presidentieel stelsel = Amerika
Parlementaire stelsel:
- Rechtstreekst gekozen parlement het hoogste machtsorgaan.
- Op basis van de samenstelling van het parlement wordt het kabinet geformeerd.
Constitutionele monarchie:
- Een niet-gekozen staatshoofd (koning), bij wie door wetten de macht wordt ingeperkt.
Presidentieel stelsel:
- Bevolking kiest naast het parlement, ook de president. (bijv. Frankrijk en VS)
Dictatuur:
- De drie machten zijn niet van elkaar gescheiden, maar in de handen van kleine groepen.
- Het is daarom ook geen rechtstaat, en burgers kunnen dus niet hun rechten opeisen bij een
rechter.
- Beperkte individuele vrijheid
- Nauwelijks politieke vrijheid
- Overheidsgeweld
- Geen onafhankelijke rechtspraak de uitkomst staat van tevoren vast.
- Massamedia en kunstuitingen zijn verboden.
, Door deze regels kan de overheid snel besluiten nemen, maar voor de burgers is dit wel vervelend.
Democratie dictatuur
Trias politica Geen trias politica
Sociaal contract
Legaliteitsbeginsel
Vormen van dictatuur
Ideologische dictatuur: dictatuur gebaseerd op idealen. (bijv. Noord-Korea)
Religieuze dictatuur: dictatuur gebaseerd op religies. (Saoedi-Arabië)
Militaire dictatuur: dictatuur gebaseerd op leger. (Syrië)
Paragraaf 2
Ideologie: een samenhangend geheel van de denkbeelden over de mens en de gewenste inrichting
van de samenleving.
Idelogie heeft standpunten over:
1. Waarden en normen (progressief en conservatief)
2. Sociaaleconomische verhoudingen (links en rechts)
Progressief
Links rechts
Conservatief
Rechts = minder regels (zelf verantwoordelijk, minder belasting)
Links = meer regels (iedereen gelijkheid, veel belasting omdat er voor gelijkheid bijvoorbeeld
uitkeringen nodig zijn belasting).