Samenvatting ESG: De wereld en Nederland
Inleiding
Steeds meer historici verschuiven van de betrekkelijk gesloten kring van nationale geschiedschrijving
naar de meer open en ruime global of world history. In dit boek vormen veranderingen in Nederland
en de relaties daartussen het centrale onderwerp.
Economische en sociale geschiedenis
Het boek gaat over grote veranderingen en de waarop gewone mensen deze ervoeren. Hierin wordt
vooral gekeken naar bepaalde groepsaspecten. Daarbij is er aandacht voor zowel de korte, als de lange
termijn. Daarbij werken economisch- en sociaal-historici probleemgericht. Er is ook een groot raakvlak
met geesteswetenschappen en met maatschappij– en gedragswetenschappen.
Basisproblemen
Men kent in de ESG (economische en sociale geschiedenis) drie basisproblemen:
- Inkomen: Hoe wordt het verworven en hoe wordt het verdeeld?
- Macht: Hoe wordt die gevormd en hoe wordt die verdeeld?
- Risico’s: Hoe gaat men om met de kwetsbaarheden van het bestaan?
Deze drie problemen zijn allemaal onderling verbonden, omdat er een wisselwerking tussen alle is.
Denk maar aan politieke macht die de risico factor kan verhogen of verlagen en zo ook het inkomen
kan beïnvloeden. Toch is er nog een belangrijk probleemveld, namelijk de mentale constructies: Het
handelen van mensen op basis van gewoontes, tradities, ideeën en overtuigingen. Deze oefenen weer
invloed uit op de andere probleemvelden. Deze mentale constructies worden zelf ook weer beïnvloed
door de andere probleemvelden. Mentale constructies vormen ook een verbindingsschakel tussen
mensen.
Verandering, fasering, afbakening in tijd en ruimte
Grootschalige veranderingen werden vroeger vaak met de term ‘modernisering’ aangeduid. De
moderniseringstheorie houdt in dat de transformatie van een traditionele economie naar een
geïndustrialiseerde economie volgens een standaard patroon loopt. Tegenwoordig gebruikt men de
term modernisering minder, het suggereert te veel een lineaire eendimensionale ontwikkeling. Men
noemt het meer een programma van kernwaarden die door bepaalde groepen wordt nagestreefd. De
accenten in het programma kunnen wel per groep of plaats verschillen.
Een andere belangrijk begrip is globalisering. Dit duidt op de uitbreiding en intensivering van relaties
tussen mensen op wereldwijde schaal. Dit hoeft niet te betekenen dat het overal ter wereld op elkaar
gaat lijken, convergentie¸ maar kan ook leiden tot divergentie, dat landen juist minder bij elkaar
betrokken raken. Globalisering heeft zich niet volgens één vast patroon ontwikkeld.
Eerst waren de belangrijkste knooppunten in de wereld China en de Islamitische wereld. In de late 15e
eeuw veranderde het economische patroon in de wereld. Expansie over de oceaan leidde tot een
verschuiving van het economisch zwaartepunt. De kloof die ontstaat tussen Europa en de rest van de
wereld die ontstaat vanaf 1800 (over het tijdstip bestaat wel discussie), wordt de Great Divergence
genoemd. De Great Divergence markeert een belangrijke wending in de wereldgeschiedenis. In dit
boek wordt ook de ontwikkeling van Nederland t.o.v. de rest van de mondiale ontwikkeling besproken.
Dit boek beslaat de periode van 1000 tot de 21e eeuw. De Nederlanders over wie geschreven wordt
zijn de mensen die in de geografische ruimte wonen, die wij nu Nederland noemen.
Inleiding
Steeds meer historici verschuiven van de betrekkelijk gesloten kring van nationale geschiedschrijving
naar de meer open en ruime global of world history. In dit boek vormen veranderingen in Nederland
en de relaties daartussen het centrale onderwerp.
Economische en sociale geschiedenis
Het boek gaat over grote veranderingen en de waarop gewone mensen deze ervoeren. Hierin wordt
vooral gekeken naar bepaalde groepsaspecten. Daarbij is er aandacht voor zowel de korte, als de lange
termijn. Daarbij werken economisch- en sociaal-historici probleemgericht. Er is ook een groot raakvlak
met geesteswetenschappen en met maatschappij– en gedragswetenschappen.
Basisproblemen
Men kent in de ESG (economische en sociale geschiedenis) drie basisproblemen:
- Inkomen: Hoe wordt het verworven en hoe wordt het verdeeld?
- Macht: Hoe wordt die gevormd en hoe wordt die verdeeld?
- Risico’s: Hoe gaat men om met de kwetsbaarheden van het bestaan?
Deze drie problemen zijn allemaal onderling verbonden, omdat er een wisselwerking tussen alle is.
Denk maar aan politieke macht die de risico factor kan verhogen of verlagen en zo ook het inkomen
kan beïnvloeden. Toch is er nog een belangrijk probleemveld, namelijk de mentale constructies: Het
handelen van mensen op basis van gewoontes, tradities, ideeën en overtuigingen. Deze oefenen weer
invloed uit op de andere probleemvelden. Deze mentale constructies worden zelf ook weer beïnvloed
door de andere probleemvelden. Mentale constructies vormen ook een verbindingsschakel tussen
mensen.
Verandering, fasering, afbakening in tijd en ruimte
Grootschalige veranderingen werden vroeger vaak met de term ‘modernisering’ aangeduid. De
moderniseringstheorie houdt in dat de transformatie van een traditionele economie naar een
geïndustrialiseerde economie volgens een standaard patroon loopt. Tegenwoordig gebruikt men de
term modernisering minder, het suggereert te veel een lineaire eendimensionale ontwikkeling. Men
noemt het meer een programma van kernwaarden die door bepaalde groepen wordt nagestreefd. De
accenten in het programma kunnen wel per groep of plaats verschillen.
Een andere belangrijk begrip is globalisering. Dit duidt op de uitbreiding en intensivering van relaties
tussen mensen op wereldwijde schaal. Dit hoeft niet te betekenen dat het overal ter wereld op elkaar
gaat lijken, convergentie¸ maar kan ook leiden tot divergentie, dat landen juist minder bij elkaar
betrokken raken. Globalisering heeft zich niet volgens één vast patroon ontwikkeld.
Eerst waren de belangrijkste knooppunten in de wereld China en de Islamitische wereld. In de late 15e
eeuw veranderde het economische patroon in de wereld. Expansie over de oceaan leidde tot een
verschuiving van het economisch zwaartepunt. De kloof die ontstaat tussen Europa en de rest van de
wereld die ontstaat vanaf 1800 (over het tijdstip bestaat wel discussie), wordt de Great Divergence
genoemd. De Great Divergence markeert een belangrijke wending in de wereldgeschiedenis. In dit
boek wordt ook de ontwikkeling van Nederland t.o.v. de rest van de mondiale ontwikkeling besproken.
Dit boek beslaat de periode van 1000 tot de 21e eeuw. De Nederlanders over wie geschreven wordt
zijn de mensen die in de geografische ruimte wonen, die wij nu Nederland noemen.