Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Materieel Strafrecht HBO-Rechten Jaar 1 Blok 4

Beoordeling
2.5
(2)
Verkocht
5
Pagina's
11
Geüpload op
06-06-2016
Geschreven in
2015/2016

Dit is een samenvatting van materieel strafrecht. Belangrijke leerdoelen staan in de samenvatting.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Materieel strafrecht
Week 1 (Hoofdstuk 1 en 2)
Leerdoelen:
 Kennis van formeel en materieel strafrecht
 Kennis van delictsomschrijving en sanctienorm
 Kennis van elementen en bestanddelen van een strafbaar feit
 Kennis van schuld, causaliteit en wederrechtelijkheid

Strafrecht  houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.

Alleen de Officier van Justitie kan een verdachte van een strafbaar feit voor de rechter brengen. Hij is een
vertegenwoordiger van het staatsorgaan dat is belast met de vervolging van verdachten (het openbaar
ministerie).

Doelen van straffen
1. Vergelding  het kwaad dat de dader van een strafbaar feit veroorzaakt bij het slachtoffer of in de
eerste plaats vergolden door leedtoevoeging. Dit vergeldingsaspect kan zorgen voor een morele
genoegdoening: de dader heeft kwaad afgeroepen over de samenleving en daarom roept de
samenleving kwaad af over hem.
2. Preventie  mensen willen geen straf krijgen, dus zullen zij gedrag dat mogelijk tot straf leidt, zoveel
mogelijk proberen te voorkomen.
 Speciale preventie  een dader die in aanraking is gekomen met de gevolgen van het
overschrijden van een strafrechtelijke norm, de volgende keer wel twee keer zal nadenken,
voordat hij nog eens iets dergelijks doet.
 Generale preventie  anderen dan de gestrafte lering trekken uit het feit dat er voor het
plegen van een strafbaar feit straf opgelegd kan worden.

Strafrecht
1. Materieel strafrecht  wat is een strafbaar feit. Het materiële strafrecht bepaalt welk gedrag niet
toegestaan is en welke personen daarvoor kunnen worden gestraft.
2. Formele strafrecht  bepaalt welke regels moeten worden gevolgd wanneer een norm van het
materiële recht (vermoedelijk) is overtreden.
3. Sanctierecht  heeft betrekking op de voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen worden
opgelegd en ten uitvoer gelegd.

Commune strafrecht  het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen
Bijzonder strafrecht  hier treft men strafbepalingen aan die behoren tot het materiële strafrecht, maar vaak
ook bevoegdheden die behoren tot het formele strafrecht.
Wetten in formele zin  wetten die zijn gemaakt in samenwerking tussen de Staten-Generaal en de regering.

Componenten strafbaar feit (vierlagenmodel)
1. Menselijke gedraging of nalaten (MG)  de gedraging moet verricht zijn door een mens. Zowel
natuurlijk als rechtspersoon. Er moet ook sprake zijn van een bepaalde gedraging of nalaten.
2. Delictsomschrijving (DO)  gedragingen zijn pas strafbaar als zij in de strafwet terug te vinden zijn.
3. Wederrechtelijkheid (W)  in strijd met het recht.
4. Schuld (V)  niemand mag gestraft worden zonder dat hij (een bepaalde mate van) schuld heeft.

,Legaliteitsbeginsel  geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling (art. 1 Sr).

Interpretatiemethoden:
 Wetshistorische interpretatie  er wordt gekeken naar de totstandkomingsgeschiedenis van de
bepaling in kwestie.
 Grammaticale interpretatie  hierbij wordt de inhoud van de wet bepaald aan de hand van de
taalkundige betekenis van de woorden in de desbetreffende bepaling.
 Systematische interpretatie  hierbij wordt de wet uitgelegd aan de hand van de systematiek van de
wet.
 Teleologische interpretatie  er wordt gekeken naar het doel van de wet(gever).

In de delictsomschrijving staan bestandsdelen. Dat zijn de onderdelen waaruit een delictsomschrijving is
opgebouwd.
De elementen zijn de wederrechtelijkheid en schuld (verwijtbaarheid).
Wanneer wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving staat, dan is het geen element meer. Daardoor blijven
er maar drie lagen over bij het vierlagen model.

Soorten delicten:
 Misdrijven en overtredingen  een inhoudelijk criterium. Afhankelijk van de ernst van het strafbare
feit. Misdrijven zijn over het algemeen ernstigere feiten dan overtredingen. Misdrijven staan in boek 2
van Sr en overtredingen in boek 3 Sr. De drie belangrijkste redenen van onderscheid:
- Procesrechtelijke reden: de indeling naar misdrijven en overtredingen bepaalt goeddeels
welk soort rechter bevoegd is om kennis te nemen van een strafzaak (absolute competentie).
- Materieelrechtelijke reden: poging tot overtreding en medeplichtigheid aan overtreding zijn
niet strafbaar. Maar poging tot misdrijf en medeplichtigheid zijn wel strafbaar.
- Toepassing van dwangmiddelen: veel dwangmiddelen mogen slecht worden toegepast in
geval van verdenking van een misdrijf.
 Formele en materiële delicten  heef betrekking op de manier waarop een delict in de wet is
omschreven.
- Formele delicten  staan in de wet omschreven als een handeling, een specifiek omschreven
activiteit. Het verrichten van deze handeling is strafbaar gesteld.
- Materiële delicten  hierbij heeft de wetgever niet een handeling strafbaar gesteld, maar
het veroorzaken van een gevolg. Het is dus niet van belang welke handeling heeft geleid tot
het strafbare gevolg. Voldoende is dat het strafbare gevolg is ingetreden.
 Commissie- en omissiedelicten
- Commissiedelicten  wanneer een doen, een handelen ( of het gevolg daarvan) strafbaar is
gesteld.
- Omissiedelicten  een feit wordt gepleegd door het nalaten ervan.
 Gekwalificeerde en geprivilegieerde delicten  er bestaan delictsomschrijvingen die voortbouwen op
andere delictsomschrijvingen.
- Gekwalificeerde delicten  het extra bestandsdeel werkt ten opzichte van het gronddelict
strafverzwarend, dus de straf wordt zwaarder.
- Geprivilegieerde delicten  het extra bestandsdeel werkt ten opzichte van het gronddelict
strafverlichtend, dus de straf wordt lichter.

Causaliteit  de leer van oorzaak en gevolg. Als de relatie tussen twee gebeurtenissen te beschrijven is als
oorzaak en gevolg, dan zegt men dat er tussen die gebeurtenis een causaal of oorzakelijk verband bestaat.

, Conditio sine qua non  deze theorie heeft als uitgangspunt dat, indien bij het ontbreken van een schakel in
de reeks der gebeurtenissen het gevolg zou zijn uitgebleven, deze schakel kennelijk onmisbaar is en derhalve
als oorzaak aan te wijzen.
Causa-proximaleer  hierbij wordt ervan uitgegaan dat de veroorzakende factor die het dichtst bij het gevolg
ligt, in juridisch opzicht als oorzaak moet gelden.
Voorzienbaarheidsleer  de nadruk ligt hierbij op de handeling waarvan kan worden gezegd dat deze een
gevolg heeft dat naar algemene ervaringsregels redelijkerwijs voorzienbaar was. Het gaat om de typische
gevolgen van een bepaald handelen.

Week 2: Opzet en Schuld (Hoofdstuk 3)
Leerdoelen:
 Kennis van het begrip opzet
 Kennis van het begrip schuld

Subjectieve delictsbestanddelen  wanneer opzet of schuld in de delictsomschrijving is opgenomen.
Geobjectiveerde delictsbestanddelen  wanneer opzet niet in de delictsomschrijving is opgenomen, maar ligt
achter een andere bestanddeel, hij is dus ingeblikt, zoals: ‘zich met geweld of bedreiging met geweld verzet’.

Opzettelijk handelen  willens en wetens handelen. De dader die opzettelijk handelt, weet waar hij mee bezig
is en hij wil het ook doen.

Als een delictsomschrijving opzet vereist dan maakt het voor het vervullen van dit bestandsdeel niet ui met
welke graad van opzet is gehandeld.

Graden van opzet
1. Opzet met bedoeling  dit is de hoogste vorm van opzet. Het nagenoeg enige doel of streven van de
dader is in dit geval het verrichten van de strafbare handeling,
2. Voorwaardelijk opzet (opzet met mogelijkheidsbewustzijn of kansopzet)  wanneer een dader zo
zeer gericht is op zijn primaire doel, dat zij de aanmerkelijke kans voor lief nemen dat door hun
gedraging ook een ander gevolg zal intreden. In dat geval kan opzet worden aangenomen ten aanzien
van het niet primair beoogde gevolg. Belangrijke arresten: Cicero-arrest, arrest Aanmerkelijke kans &
arrest Hoornse taart.
3. Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn (zekerheidsbewustzijn)  hierbij heeft de dader een
bepaald doel voor ogen, maar hij weet dat het noodzakelijk is een bepaald (niet primair beoogd)
gevolg in het leven te roepen om dat doel te bereiken. Er is hier geen sprake van een aanmerkelijke
kans, maar een 100% kans dat het gevolg intreedt.

In de wet waarin opzet een bestanddeel is, staat meestal het woord ‘opzettelijk’ in de delictsomschrijving.
Soms wordt echter het opzetvereiste anders uitgedrukt, zoals: ‘wetende dat’, ‘wist’ of ‘oogmerk’. Bij andere
delicten lift het opzet besloten in de wettelijke terminologie, zoals ‘mishandeling’.

Het is bij opzetdelicten van groot belang te bepalen waar het opzet van de pleger van een strafbaar feit precies
op was gericht. De intentie van de dader kan van grote invloed zijn voor het antwoord op de vraag welk
strafbaar feit er precies is gepleegd.

Schuld als element  verwijtbaarheid
Schuld als bestandsdeel  culpa

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 1 t/m 6 en 13
Geüpload op
6 juni 2016
Aantal pagina's
11
Geschreven in
2015/2016
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$4.78
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle 2 reviews worden weergegeven
8 jaar geleden

Er mist een deel van de belangrijke informatie over bijv. de graden van culpa. Verder kom ik weinig arresten tegen. Die zijn voor het leren van het tentamen wel van groot belang!

9 jaar geleden

2.5

2 beoordelingen

5
0
4
0
3
1
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
carmen498 Hogeschool Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
175
Lid sinds
10 jaar
Aantal volgers
117
Documenten
26
Laatst verkocht
3 maanden geleden

3.4

52 beoordelingen

5
4
4
23
3
19
2
2
1
4

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen