Week 1 (Hoofdstuk 1 en 2)
Leerdoelen:
Kennis van formeel en materieel strafrecht
Kennis van delictsomschrijving en sanctienorm
Kennis van elementen en bestanddelen van een strafbaar feit
Kennis van schuld, causaliteit en wederrechtelijkheid
Strafrecht houdt zich bezig met het bestraffen van personen die een strafbaar feit hebben gepleegd.
Alleen de Officier van Justitie kan een verdachte van een strafbaar feit voor de rechter brengen. Hij is een
vertegenwoordiger van het staatsorgaan dat is belast met de vervolging van verdachten (het openbaar
ministerie).
Doelen van straffen
1. Vergelding het kwaad dat de dader van een strafbaar feit veroorzaakt bij het slachtoffer of in de
eerste plaats vergolden door leedtoevoeging. Dit vergeldingsaspect kan zorgen voor een morele
genoegdoening: de dader heeft kwaad afgeroepen over de samenleving en daarom roept de
samenleving kwaad af over hem.
2. Preventie mensen willen geen straf krijgen, dus zullen zij gedrag dat mogelijk tot straf leidt, zoveel
mogelijk proberen te voorkomen.
Speciale preventie een dader die in aanraking is gekomen met de gevolgen van het
overschrijden van een strafrechtelijke norm, de volgende keer wel twee keer zal nadenken,
voordat hij nog eens iets dergelijks doet.
Generale preventie anderen dan de gestrafte lering trekken uit het feit dat er voor het
plegen van een strafbaar feit straf opgelegd kan worden.
Strafrecht
1. Materieel strafrecht wat is een strafbaar feit. Het materiële strafrecht bepaalt welk gedrag niet
toegestaan is en welke personen daarvoor kunnen worden gestraft.
2. Formele strafrecht bepaalt welke regels moeten worden gevolgd wanneer een norm van het
materiële recht (vermoedelijk) is overtreden.
3. Sanctierecht heeft betrekking op de voorwaarden waaronder bepaalde straffen mogen worden
opgelegd en ten uitvoer gelegd.
Commune strafrecht het strafrecht dat in de wetboeken is opgenomen
Bijzonder strafrecht hier treft men strafbepalingen aan die behoren tot het materiële strafrecht, maar vaak
ook bevoegdheden die behoren tot het formele strafrecht.
Wetten in formele zin wetten die zijn gemaakt in samenwerking tussen de Staten-Generaal en de regering.
Componenten strafbaar feit (vierlagenmodel)
1. Menselijke gedraging of nalaten (MG) de gedraging moet verricht zijn door een mens. Zowel
natuurlijk als rechtspersoon. Er moet ook sprake zijn van een bepaalde gedraging of nalaten.
2. Delictsomschrijving (DO) gedragingen zijn pas strafbaar als zij in de strafwet terug te vinden zijn.
3. Wederrechtelijkheid (W) in strijd met het recht.
4. Schuld (V) niemand mag gestraft worden zonder dat hij (een bepaalde mate van) schuld heeft.
,Legaliteitsbeginsel geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke
strafbepaling (art. 1 Sr).
Interpretatiemethoden:
Wetshistorische interpretatie er wordt gekeken naar de totstandkomingsgeschiedenis van de
bepaling in kwestie.
Grammaticale interpretatie hierbij wordt de inhoud van de wet bepaald aan de hand van de
taalkundige betekenis van de woorden in de desbetreffende bepaling.
Systematische interpretatie hierbij wordt de wet uitgelegd aan de hand van de systematiek van de
wet.
Teleologische interpretatie er wordt gekeken naar het doel van de wet(gever).
In de delictsomschrijving staan bestandsdelen. Dat zijn de onderdelen waaruit een delictsomschrijving is
opgebouwd.
De elementen zijn de wederrechtelijkheid en schuld (verwijtbaarheid).
Wanneer wederrechtelijkheid in de delictsomschrijving staat, dan is het geen element meer. Daardoor blijven
er maar drie lagen over bij het vierlagen model.
Soorten delicten:
Misdrijven en overtredingen een inhoudelijk criterium. Afhankelijk van de ernst van het strafbare
feit. Misdrijven zijn over het algemeen ernstigere feiten dan overtredingen. Misdrijven staan in boek 2
van Sr en overtredingen in boek 3 Sr. De drie belangrijkste redenen van onderscheid:
- Procesrechtelijke reden: de indeling naar misdrijven en overtredingen bepaalt goeddeels
welk soort rechter bevoegd is om kennis te nemen van een strafzaak (absolute competentie).
- Materieelrechtelijke reden: poging tot overtreding en medeplichtigheid aan overtreding zijn
niet strafbaar. Maar poging tot misdrijf en medeplichtigheid zijn wel strafbaar.
- Toepassing van dwangmiddelen: veel dwangmiddelen mogen slecht worden toegepast in
geval van verdenking van een misdrijf.
Formele en materiële delicten heef betrekking op de manier waarop een delict in de wet is
omschreven.
- Formele delicten staan in de wet omschreven als een handeling, een specifiek omschreven
activiteit. Het verrichten van deze handeling is strafbaar gesteld.
- Materiële delicten hierbij heeft de wetgever niet een handeling strafbaar gesteld, maar
het veroorzaken van een gevolg. Het is dus niet van belang welke handeling heeft geleid tot
het strafbare gevolg. Voldoende is dat het strafbare gevolg is ingetreden.
Commissie- en omissiedelicten
- Commissiedelicten wanneer een doen, een handelen ( of het gevolg daarvan) strafbaar is
gesteld.
- Omissiedelicten een feit wordt gepleegd door het nalaten ervan.
Gekwalificeerde en geprivilegieerde delicten er bestaan delictsomschrijvingen die voortbouwen op
andere delictsomschrijvingen.
- Gekwalificeerde delicten het extra bestandsdeel werkt ten opzichte van het gronddelict
strafverzwarend, dus de straf wordt zwaarder.
- Geprivilegieerde delicten het extra bestandsdeel werkt ten opzichte van het gronddelict
strafverlichtend, dus de straf wordt lichter.
Causaliteit de leer van oorzaak en gevolg. Als de relatie tussen twee gebeurtenissen te beschrijven is als
oorzaak en gevolg, dan zegt men dat er tussen die gebeurtenis een causaal of oorzakelijk verband bestaat.
, Conditio sine qua non deze theorie heeft als uitgangspunt dat, indien bij het ontbreken van een schakel in
de reeks der gebeurtenissen het gevolg zou zijn uitgebleven, deze schakel kennelijk onmisbaar is en derhalve
als oorzaak aan te wijzen.
Causa-proximaleer hierbij wordt ervan uitgegaan dat de veroorzakende factor die het dichtst bij het gevolg
ligt, in juridisch opzicht als oorzaak moet gelden.
Voorzienbaarheidsleer de nadruk ligt hierbij op de handeling waarvan kan worden gezegd dat deze een
gevolg heeft dat naar algemene ervaringsregels redelijkerwijs voorzienbaar was. Het gaat om de typische
gevolgen van een bepaald handelen.
Week 2: Opzet en Schuld (Hoofdstuk 3)
Leerdoelen:
Kennis van het begrip opzet
Kennis van het begrip schuld
Subjectieve delictsbestanddelen wanneer opzet of schuld in de delictsomschrijving is opgenomen.
Geobjectiveerde delictsbestanddelen wanneer opzet niet in de delictsomschrijving is opgenomen, maar ligt
achter een andere bestanddeel, hij is dus ingeblikt, zoals: ‘zich met geweld of bedreiging met geweld verzet’.
Opzettelijk handelen willens en wetens handelen. De dader die opzettelijk handelt, weet waar hij mee bezig
is en hij wil het ook doen.
Als een delictsomschrijving opzet vereist dan maakt het voor het vervullen van dit bestandsdeel niet ui met
welke graad van opzet is gehandeld.
Graden van opzet
1. Opzet met bedoeling dit is de hoogste vorm van opzet. Het nagenoeg enige doel of streven van de
dader is in dit geval het verrichten van de strafbare handeling,
2. Voorwaardelijk opzet (opzet met mogelijkheidsbewustzijn of kansopzet) wanneer een dader zo
zeer gericht is op zijn primaire doel, dat zij de aanmerkelijke kans voor lief nemen dat door hun
gedraging ook een ander gevolg zal intreden. In dat geval kan opzet worden aangenomen ten aanzien
van het niet primair beoogde gevolg. Belangrijke arresten: Cicero-arrest, arrest Aanmerkelijke kans &
arrest Hoornse taart.
3. Opzet met noodzakelijkheidsbewustzijn (zekerheidsbewustzijn) hierbij heeft de dader een
bepaald doel voor ogen, maar hij weet dat het noodzakelijk is een bepaald (niet primair beoogd)
gevolg in het leven te roepen om dat doel te bereiken. Er is hier geen sprake van een aanmerkelijke
kans, maar een 100% kans dat het gevolg intreedt.
In de wet waarin opzet een bestanddeel is, staat meestal het woord ‘opzettelijk’ in de delictsomschrijving.
Soms wordt echter het opzetvereiste anders uitgedrukt, zoals: ‘wetende dat’, ‘wist’ of ‘oogmerk’. Bij andere
delicten lift het opzet besloten in de wettelijke terminologie, zoals ‘mishandeling’.
Het is bij opzetdelicten van groot belang te bepalen waar het opzet van de pleger van een strafbaar feit precies
op was gericht. De intentie van de dader kan van grote invloed zijn voor het antwoord op de vraag welk
strafbaar feit er precies is gepleegd.
Schuld als element verwijtbaarheid
Schuld als bestandsdeel culpa