Hoofdstuk 3 uit: Endt-Meijling, M. van (2007). Met Nieuwe Ogen (3e druk). Bussum:
Uitgeverij Coutinho.
Hoofdstuk 3 – Communicatie en cultuur
Communicatie
Communicatie = een van de meest fundamentele levensbehoeften van de mens
= actief en bewust proces van informatie ontvangen en overdragen
= kan verbaal en non-verbaal
= de één is zender van de boodschap, de ander ontvanger: dit wisselt steeds
Metacommunicatie = uitwisselen van boodschappen over de communicatie
Watzlawick (1991) onderscheidt 2 niveaus van communicatie:
- inhoudsniveau: communicatie inhoudelijk zo helder mogelijk maken, zodat deze
onafhankelijk is van de relatie tussen gesprekspartners. (vaak expliciet)
- betrekkingsniveau: hoe de boodschap door de ander moet worden opgevat; communicatie
die iets zegt over de relatie die je met de ander hebt. (vaak impliciet)
→komt vaak tot uiting door impliciete boodschappen,intonatie,non-verbale signalen,context
Impliciete communicatie = vorm van communicatie waarbij we niet kunnen uitgaan vd
letterlijke inhoud, maar waarbij we voor een juiste interpretatie kennis moeten hebben van
de spreker, de groep waartoe deze behoort en de context waarin gesproken wordt.
Expliciete communicatie = heeft betrekking op boodschappen waarbij men voor de juiste
interpretatie kan volstaan met de inhoud van de boodschap. (directer)
→ impliciet: vaak bij niet-westerse culturen; impliciete codes worden beter begrepen tussen
cultuurgenoten.
* taalgebruik van mensen die NL niet goed beheersen kan vaak ongewild onbeleefd
overkomen, omdat ze de nuances niet kennen (geef me zout → zou je me het zout willen
aangeven) → op inhoudsniveau betekent de boodschap hetzelfde, maar op
betrekkingsniveau denkt de zender dat hij beleefd is, maar de ontvanger vindt het onbeleefd.
→ expliciet: vaak in westerse culturen (noord europa)/ in zuid europa niet altijd gebruikelijk,
bijv. als een arts moet vertellen dat iemand aan fatale ziekte lijdt.
Problemen ontstaan vaak door betrekkingsniveau → ruzie wie gelijk heeft→oplossen door
metacommunicatie (want de boodschap die uitgezonden wordt in niet direct gelijk aan de
boodschap die ontvangen wordt; er is niet 1 werkelijkheid, er bestaan er meer naast elkaar)
Zender A Ontvanger B
Wat A onbedoeld communiceert
Ontvanger B1: wat hij feitelijk waarneemt
Zender A vervormingshoek
Ontvanger B2: wat hij zou kunnen waarnemen
1
Wat A bedoelt te communiceren