ABCDE- methode praktijk
A: Airway en CWK
1. Stabiliseer de cervicale wervelkolom (bij trauma) en spreek de patiënt in beide oren
aan. Wanneer de patiënt niet reageert, geldt bedreiging voor de A.
a. Schrik niet ik houd u nek vast voor alle zekerheid, beweeg de nek alstublieft
niet. direct AVPU beoordelen.
b. Aanbrengen van hoofdblokken.
2. Gebruik de look-listen-feel methode om de ademhaling te beoordelen. Plaats hierbij
het oor boven de mond van de patiënt en kijk naar diens borstkas.
a. Look: kijk of de borstkas omhoogkomt
b. Listen: luister naar een hoorbare ademhaling en beoordeel bijgeluiden.
c. Feel: voel de luchtstroom van de ademhaling tegen uw wang.
3. Kijk naar het aangezicht van de patiënt. Let hierbij op zwellingen en obstruerende
botbreuken. Voel bij een traumapatiënt ook aan het aangezicht om obstruerende
botbreuken te ontdekken. Let op bij zwelling van de lippen.
4. Schijn met een lampje in de mond van de patiënt en kijk naar onder andere zwelling
van de tong, loszittende gebitsdelen, bloed, braaksel of corpus alienum.
a. Voor verwijdering van corpus alienum gebruik Magill-tang.
Hiermee heb ik de Airway afgerond en ga ik door naar de Breathing
B: Breathing
1. Sluit de patient aan op een saturatiemeter en bepaal de saturatie wanneer de
saturatie onbetrouwbaar is aan vinger/oor, kan het ook in arterieel of capillair bloed
geprikt worden.
2. Geef de patiënt indien nodig zuurstof.
3. Hals (kijken, voelen)
o Kijk of er verwondingen zijn in de hals.
o Kijk of de halsvenen gestuwd zijn.
Spanningspneumothorax, longembolie
o Afwijkingen in de stand van de luchtpijp (tracheadevatie)
o Subcutaan emfyseem
4. Thorax:
Look:
o Wat is de ademhalingsfrequentie?
Bradypnoe intoxicatie, uitputting, neuromusculaire aandoeningen,
neurologische afwijkingen.
Tachypnoe pulmonale problemen, shock, angst, pijn
o Wat is de diepte van de ademhaling?
Oppervlakkig pijn, angst, trauma, COPD, astma
Erg diep neurologische afwijkingen en intoxicaties
o Zijn de thoraxexcursies symmetrisch?
Spanningspneumothorax
o Wordt er gebruik gemaakt van hulpademhalingsspieren? (intrekkingen,
neusvleugels met name bij kinderen)
o Is er sprake van centrale cyanose?
Treedt op bij 5g/dl zuurstofarme hemoglobine. Acuut zuurstoftekort in
het lichaam goed te zien bij slijmvliezen.
Patiënten met anemie krijgen geen cyanose. Bloed van de patiënt
heeft te weinig HB om een blauw verkleuring te geven.
Perifere cyanose = vingers en tenen blauw verminderde
doorbloeding. Dit is geen teken van centrale hypoxie!
o Zijn er zichtbare verwondingen of huidafwijkingen op de thorax?
Verwondingen kunnen een (spannings)pneumothorax veroorzaken.
A: Airway en CWK
1. Stabiliseer de cervicale wervelkolom (bij trauma) en spreek de patiënt in beide oren
aan. Wanneer de patiënt niet reageert, geldt bedreiging voor de A.
a. Schrik niet ik houd u nek vast voor alle zekerheid, beweeg de nek alstublieft
niet. direct AVPU beoordelen.
b. Aanbrengen van hoofdblokken.
2. Gebruik de look-listen-feel methode om de ademhaling te beoordelen. Plaats hierbij
het oor boven de mond van de patiënt en kijk naar diens borstkas.
a. Look: kijk of de borstkas omhoogkomt
b. Listen: luister naar een hoorbare ademhaling en beoordeel bijgeluiden.
c. Feel: voel de luchtstroom van de ademhaling tegen uw wang.
3. Kijk naar het aangezicht van de patiënt. Let hierbij op zwellingen en obstruerende
botbreuken. Voel bij een traumapatiënt ook aan het aangezicht om obstruerende
botbreuken te ontdekken. Let op bij zwelling van de lippen.
4. Schijn met een lampje in de mond van de patiënt en kijk naar onder andere zwelling
van de tong, loszittende gebitsdelen, bloed, braaksel of corpus alienum.
a. Voor verwijdering van corpus alienum gebruik Magill-tang.
Hiermee heb ik de Airway afgerond en ga ik door naar de Breathing
B: Breathing
1. Sluit de patient aan op een saturatiemeter en bepaal de saturatie wanneer de
saturatie onbetrouwbaar is aan vinger/oor, kan het ook in arterieel of capillair bloed
geprikt worden.
2. Geef de patiënt indien nodig zuurstof.
3. Hals (kijken, voelen)
o Kijk of er verwondingen zijn in de hals.
o Kijk of de halsvenen gestuwd zijn.
Spanningspneumothorax, longembolie
o Afwijkingen in de stand van de luchtpijp (tracheadevatie)
o Subcutaan emfyseem
4. Thorax:
Look:
o Wat is de ademhalingsfrequentie?
Bradypnoe intoxicatie, uitputting, neuromusculaire aandoeningen,
neurologische afwijkingen.
Tachypnoe pulmonale problemen, shock, angst, pijn
o Wat is de diepte van de ademhaling?
Oppervlakkig pijn, angst, trauma, COPD, astma
Erg diep neurologische afwijkingen en intoxicaties
o Zijn de thoraxexcursies symmetrisch?
Spanningspneumothorax
o Wordt er gebruik gemaakt van hulpademhalingsspieren? (intrekkingen,
neusvleugels met name bij kinderen)
o Is er sprake van centrale cyanose?
Treedt op bij 5g/dl zuurstofarme hemoglobine. Acuut zuurstoftekort in
het lichaam goed te zien bij slijmvliezen.
Patiënten met anemie krijgen geen cyanose. Bloed van de patiënt
heeft te weinig HB om een blauw verkleuring te geven.
Perifere cyanose = vingers en tenen blauw verminderde
doorbloeding. Dit is geen teken van centrale hypoxie!
o Zijn er zichtbare verwondingen of huidafwijkingen op de thorax?
Verwondingen kunnen een (spannings)pneumothorax veroorzaken.