Woordenlijst Nederlands Hoofdstuk 1
Paragraaf 1
apathisch = zonder gevoel of hartstocht; (vandaar) futloos; wezenloos
aristocratie = heerschappij van adellijke of voorname families; oude, voorname families in een land
canon = lijst met werken (bv. literaire) die als goed en maatgevend beschouwd worden
demoniseren = het doelbewust afschilderen als zeer slecht; iets als groot kwaad voorstellen met het
doel de mening van anderen te beïnvloeden
egocentrisch = zichzelf tot middelpunt makend; op zichzelf gericht zijnd
euthanasie = zachte, pijnloze dood; opzettelijke beëindiging van het leven door een ander dan de
betrokkene op diens uitdrukkelijk verzoek
filantroop = mensenvriend; weldoener
fysisch = natuurkundig; betrekking hebbend op de natuur
hypothetisch = denkbeeldig; verondersteld
kosmopoliet = wereldburger
latent = verborgen; niet waarneembaar
lectuur = leesvoer; stof ter lezing
liquideren = doden; ombrengen; uit de weg ruimen; opheffen
metamorfose = gedaanteverandering; gedaanteverwisseling; omvorming
narcistisch = met een ziekelijke bewondering of liefde voor zichzelf
nihilisme = filosofisch standpunt waarbij geen enkele grondwaarheid wordt aangenomen
pandemonium = hels lawaai; alle boze geesten bij elkaar
pantheon = een aan alle goden gewijd heiligdom; ererustplaats voor overleden beroemdheden;
(ook:) uitgave van belangrijke (letterkundige) werken
paradoxaal = (schijnbaar) tegenstrijdig
psychosomatisch = wat betrekking heeft op de relatie tussen het geestelijke (psychische) en het
lichamelijke
radicaal = helemaal; grondig
utopisch = als ideaal gefantaseerd en onbereikbaar
versus = tegen; tegenover
vice versa = heen en weer
vitaliseren = levenskracht geven; bezielen
a priori = vooraf aangenomen als vaststaand feit
ad hoc = voor dit speciale geval
alea iacta est = de teerling is geworpen
carpe diem = pluk de dag
casu quo (c.q.) = in welk geval; in het zich voordoende geval
conditio sine qua non = noodzakelijke, absolute voorwaarde
cum suis (c.s.) = met de zijnen
errare humanum est = vergissen is menselijk
in vino veritas = dronken mensen spreken de waarheid (Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de
kan)
in-vitro = in (het) glas; in een reageerbuis
mutatis mutandis = met de veranderingen die nodig zijn bij toepassing in een andere situatie
nomen est omen = een naam is een voorteken
, primus inter pares = de eerste onder zijns gelijken
quod erat demonstrandum (q.e.d.) = wat aangetoond moest worden
quod non = wat niet het geval is
sub rosa = vertrouwelijk; in vertrouwen
tabula rasa = schone lei; onbeschreven blad
terra incognita = onbekend land; zaak waarvan men niets weet
veni, vidi, vici = ik kwam, ik zag, ik overwon
verba volant, scripta manent = woorden vervliegen, het geschrevene blijft (wie schrijft, die blijft)
Paragraaf 2
imago = beeld dat mensen van iets of iemand hebben
verkeren = zich bewegen (in); regelmatig omgaan (met)
gemanipuleerd = iets ongeoorloofd veranderd; vervalst; verzonnen; op slinkse wijze beïnvloed; naar
zijn hand gezet
significante = statistisch overtuigend; veelbetekenend
gefundeerde = gegronde; goed onderbouwde
ondermijnen = verzwakken; aantasten; beschadigen
in essentie = wezenlijk; in diepste wezen
onmiskenbaar = heel duidelijk; waarbij geen vergissing mogelijk is
speculaties = vermoedens; veronderstellingen
corresponderen met = overeenkomen met
dilemma = lastige beslissing waarbij je tussen twee ongunstige mogelijkheden moet kiezen
cynisme = sterke vorm van sarcasme
relevantie = belang; waarde en nut van iets in een gegeven context
validiteit = geldigheid
kanttekeningen = opmerkingen; commentaar
academische = wetenschappelijke
discipline = tak van wetenschap
gedijen = voorspoedig, rijkelijk groeien
geijkte = gangbare; gebruikelijke
behaviorisme = richting in de psychologie die alleen waarneembaar gedrag bestudeert
gedetermineerd = bepaald
cognitieve = wat betrekking heeft op kennis en mentale processen
vervreemding = geestelijke toestand waarin je je niet meer vertrouwd voelt bij je directe omgeving
of bij de samenleving
polarisatie = verscherping van politieke en maatschappelijke tegenstellingen
empirisch = proefondervindelijk; gebaseerd op waarneming en ervaring
concept = wijsgerig begrip; idee
dogma = regel in een leer of geloof waarover niet te discussiëren valt
domein= gebied
entiteit = wezenlijkheid; eenheid; geheel
falsifiëren = aantonen dat een vooronderstelling onjuist is
idealisme = opvatting dat alleen ideeën de ware werkelijkheid zijn
idee-fixe = dwangmatige gedachte; dwangvoorstelling
impliceren = (stilzwijgend) ook inhouden dat
Paragraaf 1
apathisch = zonder gevoel of hartstocht; (vandaar) futloos; wezenloos
aristocratie = heerschappij van adellijke of voorname families; oude, voorname families in een land
canon = lijst met werken (bv. literaire) die als goed en maatgevend beschouwd worden
demoniseren = het doelbewust afschilderen als zeer slecht; iets als groot kwaad voorstellen met het
doel de mening van anderen te beïnvloeden
egocentrisch = zichzelf tot middelpunt makend; op zichzelf gericht zijnd
euthanasie = zachte, pijnloze dood; opzettelijke beëindiging van het leven door een ander dan de
betrokkene op diens uitdrukkelijk verzoek
filantroop = mensenvriend; weldoener
fysisch = natuurkundig; betrekking hebbend op de natuur
hypothetisch = denkbeeldig; verondersteld
kosmopoliet = wereldburger
latent = verborgen; niet waarneembaar
lectuur = leesvoer; stof ter lezing
liquideren = doden; ombrengen; uit de weg ruimen; opheffen
metamorfose = gedaanteverandering; gedaanteverwisseling; omvorming
narcistisch = met een ziekelijke bewondering of liefde voor zichzelf
nihilisme = filosofisch standpunt waarbij geen enkele grondwaarheid wordt aangenomen
pandemonium = hels lawaai; alle boze geesten bij elkaar
pantheon = een aan alle goden gewijd heiligdom; ererustplaats voor overleden beroemdheden;
(ook:) uitgave van belangrijke (letterkundige) werken
paradoxaal = (schijnbaar) tegenstrijdig
psychosomatisch = wat betrekking heeft op de relatie tussen het geestelijke (psychische) en het
lichamelijke
radicaal = helemaal; grondig
utopisch = als ideaal gefantaseerd en onbereikbaar
versus = tegen; tegenover
vice versa = heen en weer
vitaliseren = levenskracht geven; bezielen
a priori = vooraf aangenomen als vaststaand feit
ad hoc = voor dit speciale geval
alea iacta est = de teerling is geworpen
carpe diem = pluk de dag
casu quo (c.q.) = in welk geval; in het zich voordoende geval
conditio sine qua non = noodzakelijke, absolute voorwaarde
cum suis (c.s.) = met de zijnen
errare humanum est = vergissen is menselijk
in vino veritas = dronken mensen spreken de waarheid (Als de wijn is in de man, is de wijsheid in de
kan)
in-vitro = in (het) glas; in een reageerbuis
mutatis mutandis = met de veranderingen die nodig zijn bij toepassing in een andere situatie
nomen est omen = een naam is een voorteken
, primus inter pares = de eerste onder zijns gelijken
quod erat demonstrandum (q.e.d.) = wat aangetoond moest worden
quod non = wat niet het geval is
sub rosa = vertrouwelijk; in vertrouwen
tabula rasa = schone lei; onbeschreven blad
terra incognita = onbekend land; zaak waarvan men niets weet
veni, vidi, vici = ik kwam, ik zag, ik overwon
verba volant, scripta manent = woorden vervliegen, het geschrevene blijft (wie schrijft, die blijft)
Paragraaf 2
imago = beeld dat mensen van iets of iemand hebben
verkeren = zich bewegen (in); regelmatig omgaan (met)
gemanipuleerd = iets ongeoorloofd veranderd; vervalst; verzonnen; op slinkse wijze beïnvloed; naar
zijn hand gezet
significante = statistisch overtuigend; veelbetekenend
gefundeerde = gegronde; goed onderbouwde
ondermijnen = verzwakken; aantasten; beschadigen
in essentie = wezenlijk; in diepste wezen
onmiskenbaar = heel duidelijk; waarbij geen vergissing mogelijk is
speculaties = vermoedens; veronderstellingen
corresponderen met = overeenkomen met
dilemma = lastige beslissing waarbij je tussen twee ongunstige mogelijkheden moet kiezen
cynisme = sterke vorm van sarcasme
relevantie = belang; waarde en nut van iets in een gegeven context
validiteit = geldigheid
kanttekeningen = opmerkingen; commentaar
academische = wetenschappelijke
discipline = tak van wetenschap
gedijen = voorspoedig, rijkelijk groeien
geijkte = gangbare; gebruikelijke
behaviorisme = richting in de psychologie die alleen waarneembaar gedrag bestudeert
gedetermineerd = bepaald
cognitieve = wat betrekking heeft op kennis en mentale processen
vervreemding = geestelijke toestand waarin je je niet meer vertrouwd voelt bij je directe omgeving
of bij de samenleving
polarisatie = verscherping van politieke en maatschappelijke tegenstellingen
empirisch = proefondervindelijk; gebaseerd op waarneming en ervaring
concept = wijsgerig begrip; idee
dogma = regel in een leer of geloof waarover niet te discussiëren valt
domein= gebied
entiteit = wezenlijkheid; eenheid; geheel
falsifiëren = aantonen dat een vooronderstelling onjuist is
idealisme = opvatting dat alleen ideeën de ware werkelijkheid zijn
idee-fixe = dwangmatige gedachte; dwangvoorstelling
impliceren = (stilzwijgend) ook inhouden dat