Voorbereidin g tentam en 2016
,Inleiding Psychopathologie
◦ 10% van kinderen
◦ Hoger in adolescentie
◦ Problemen komen beter tot uiting
◦ Mogelijkheid tot zelfrapportage
◦ Turbulente ontwikkelingsperiode
◦ Meer bij jongens
◦ Vrouw heeft extra X-chromosoom ter compensatie
◦ Dus jongens: genetisch kwetsbaar + meer externaliserend (v alt op)
◦ Altijd kijken naar ontwikkelingsperspectief is het nog normaal gedrag?
◦ Stoornis uit zich op elke leeftijd anders
◦ Classificatie systemen:
◦ ICD-10 | ICD-11 6 assen, GAF 8-0 (0 is goed)
◦ DSM begon in 1953 na ICD, open proces, codes afgestemd op ICD-9 & 10
◦ DC kinderen v an 0-3 jaar, 5 andere assen, relatie met ouder is belangrijk (as II)
◦ CBCL (Achenbach) meest gebruikte klachtenmaat = dimensioneel
,Classificatie = beschrijvend ≠ diagnosticeren
Voordelen: Nadelen:
◦ Samenvatten, essentie eruit halen en ◦ Sterke reductie
context benoemen
◦ Categoriale indeling
◦ Internationale eenduidigheid ◦ Suboptimale basis voor behandeling
◦ Duidelijke beschrijving kern ◦ Cultureel gebaseerd
problematiek
◦ Angst in Westerse landen ✗
◦ Richtinggevend voor behandeling ◦ Angst in Aziatische landen ✓
Niet betrouwbaar afhankelijk individ
Validiteit laag gedrag heterogeen
,Nieuwe DSM| verschillen
DSM-IV: DSM-5:
◦ Vijf assen ◦ Dimensionele benadering
I. Primaire diagnose ◦ Gewone pathologischer en pathologisch
II. Classificatie relatie ouder gewoner
III.Medische en ontwikkelingsstoornis en ◦ Kind sectie afgeschaft
conditie ◦ Stoornissen die eerder optreden nu eerde
IV. Psychosociale stressoren DSM.
V. GAF (0-100) ◦ Duidelijke erkenning rol culturele conte
◦ Gebaseerd op ontstaansmechanismen
◦ Meer afgestemd op ICD-10
◦ (internationaal)
◦ Minder zwart-wit
◦ Niveau van functioneren systematische
Maatschappelijke discussie:
DSM-5 leidt tot over diagnostisering en rol van farmaceutische industrie is te groot.
,Eisen psychopathologie
◦ Er MOETEN klachten zijn, die aan deze criteria voldoen:
1. Niet passend bij de leeftijd
2. Niet/ zeer moeilijk te corrigeren
3. Het algemeen functioneren ernstig nadelig beïnvloed
4. Het kind zelf en/of de omgeving doen lijden
5. Uiteindelijk mogelijk de ontwikkeling doen stagneren
,Cognitieve Gedrags- Therapie
◦ Uitdagende vragen: Hoe kan je ermee omgaan?
◦ Doen: gedrag Exposure
◦ Experimenten doen bijv. iets doen waar je bang voor bent
◦ Zorgen voor succeservaring
,STOORNISSEN
DSM – College aantekeningen - Artikelen
, Enuresis – broek-/bedplassen
Ontstaanswijze Primair: te snel begonnen met training.
Secundair: bio-psychosociaal model.
Biologische factoren: verminderde blaascapaciteit, stoornis aan urinewegen, chronische obstipatie
erfelijkheid, moeilijk wakker worden.
Bij medische oorzaak geen enuresis maar incontinentie.
Angst speelt ook een rol.
Moment Zindelijkheid: 2-5 jaar , bij 0-2 urineren reflexmatig. Dan twee fasen: bewustwording en beheersing.
Loopt synchroon met corticale rijping.
Prev alentie Meer bij jongens (want later corticaal rijp), meer bij allochtonen en meer bij ontwikkelingsachtersta
Vaker primair.
Kernsymptomen DSM-5: Herhaalde urinelozing in bed of kleding. NB: niet gevolg min. 2 x p.w. voor min. 5 jaa
van medische problemen. min. 3 mnd
Differentiaal diagnostiek
Comorbiditeit ADHD (gezamenlijke erfelijke component) en ASS (andere beleving lichaamssignalen)
Verklaring: genetische factoren, neurofysiologische factoren en breinstructuur.
Behandelvorm Soms is voorlichting genoeg. Verder psycho-educatie, motivatie, plasschema, blaastraining,
realistische doelen en beloningen. Bij nocturna: droogbedtraining en medicamenteus. Belangrijk o
een goed startmoment te bepalen.
Overige info Primair: nooit zindelijk geweest.
Secundair: 6 maanden zindelijk geweest (5+ jaar).
Nocturna: mono symptomatisch, alleen ‘s nachts.
Diurna: overactieve blaas of uitstelgedrag, overdag.
Diagnostiek: uitsluiten ontwikkelingsachterstand en anatomische oorzaak, life events, spanning –
nulmeting – gevolgen in kaart – ouderlijke at t itude in beeld – psychosociaal functioneren in kaart –
behandelplan met ouders opstellen.
Verschil DSM-IV & DSM-5