Matching: het bij elkaar passen van organisatie en persoon waarbij twee aspecten van belang zijn:
1. Het aansluiten van karakters
2. Het aansluiten van behoeften over en weer
Predicatoren = instrumenten die je zicht geven in een kandidaat. Deze instrumenten voorspellen het
toekomstige gedrag van een sollicitant.
Drie soorten criteria:
a. Selectiecriteria voor de functie
b. Selectiecriteria voor de organisatie
c. Generieke selectiecriteria
STARR-methode = een methode om op een gestructureerde manier ervaringsgerichte vragen te
stellen tijdens een gesprek om een zo betrouwbaar mogelijk beeld te krijgen van ervaring en
vaardigheden van een kandidaat in eerdere situaties.
Met de STARR-methode stel je vragen aan de hand van de volgende vijf onderwerpen:
1. S: situatie
2. T: taak
3. A: aanpak
4. R: resultaat
5. R: reflectie
Verruimen:
De kandidaat spreekt weinig. Jij probeert meer informatie uit hem los te krijgen. Dit kun je doen op
de volgende manieren:
1. Aandacht geven
2. Open vragen stellen
3. Parafraseren van de inhoud
Toespitsen:
De kandidaat vertelt veel. Je wilt dat hij meer to the point komt, zodat je weet wat hij precies heeft
gedaan. Dit kun je doen op de volgende manieren:
1. Doorvragen
2. Stiltes gebruiken
3. Concretiseren
4. Confronteren
Valkuilen:
Met name selecteurs zonder veel ervaring moeten bedacht zijn op valkuilen, zoals de volgende
twaalf:
1. Je laten leiden door een negatieve indruk
2. Een voorkeur voor kandidaten laten zien dat ze goed luisteren
3. Het halo-effect: een positief aspect maakt dat je alles positief vindt