1. De student weet wat coping is, welke copingstijlen er zijn en kan deze
herkennen in een korte casus.
2. De student begrijpt hoe coping het gedrag van mensen beïnvloedt.
Coping = De manier waarop iemand met problemen en stress omgaat. Het betreft de
omgang met alle soorten voortdurende stressoren. Het is de actie die je onderneemt om de
oorzaakt van stress te verminderen of weg te nemen.
Bijvoorbeeld: werkeloosheid, echtscheiding, pijn of oorlog.
Psychologsiche coping-strategieen.
- Afweer
Alleen symptomen van stress bestrijden en niet de stress-veroorzaker.
^Is maar tijdelijk
- Coping
De oorzaak van stress bestrijden;
o Probleemgerichte coping
Het probleem proberen op te lossen
o Emotie gerichte coping
Je emotionele reactie op stress proberen te reguleren
- Piekeren
Het blijven hangen in een negatieve gedachte
72
, Een andere manier om met stress om te gaan is Cognitieve herstructurering =
waarbij we nogmaals naar hetgeen kijken wat ons stress geeft en het in een minder
stressvol perspectief proberen te zien (positief).
Dit kan gedaan worden door:
- Sociale vergelijking
Dit is een vorm van cognitieve herstructurering waarbij we onze situatie vergelijken
met iemand die in een vergelijkbare situatie zit.
o Neerwaartse sociale vergelijking
Het vergelijken met iemand die slechter af is, onze situatie valt dan wel mee
– je voelt je dan beter.
o Opwaartse sociale vergelijking
Het vergelijken met iemand die beter af is, als inspiratie.
73
, 3. De student weet wat (interne en externe) locus of control is en kan dit
herkennen in een korte casus.
Locus of control
Dit is de plek waar een individu de belangrijkste invloed op gebeurtenissen in zijn leven
situeert: intern of extern.
- Mensen die internaliseren
Interne locus of control – zij geloven dat ze zelf invloed hebben op hun leven
^hebben minder stress
- Mensen die externaliseren
Externe locus of control – zij geloven dat ze zelf geen/weinig invloed hebben op hun
leven.
à Doordat gevoel van controle rust geeft, ervaren mensen die internaliseren minder
stress.
Onze cultuur heeft invloed of we internaliserende of externaliserende mensen
zijn/worden:
- Primaire controle
Komt veel voor in het westen – Zelf de situatie beïnvloeden.
o Zin de inspanningen die gericht zijn op het aansturen van externe
gebeurtenissen.
- Secundaire controle
Je reactie op de situatie beïnvloeden.
o Zijn inspanningen die zijn gericht op het beheersen van individuele reacties
op externe gebeurtenissen.
Voorbeeld: Bij iemand met een externe locus of control komt bijv. aangeleerde
hulpeloosheid voor.
à Locus of control is zowel nurture als nature. Het zit in principe in je maar het kan wel
aangeleerd worden.
74