10. Fonetiek
10.1 Inleiding
• Tussen gesproken en gebarentalen is sprake van modaliteitsverschil
o Verschil in communicatiekanaal
o Woorden in gesproken talen worden met het spraakorgaan gemaakt en met oren
ontvangen
o Gebaren worden met het hele bovenlichaam gemaakt en met de ogen waargenomen
• Communicatieketen bestaat uit drie delen
o 1. Productie van signaal
o 2. Signaal zelf
o 3. Perceptie van signaal
• Fonetiek = fysieke eigenschappen van communicatieteken
• Fonologie = onderdelen van woorden en gebaren zoals ze binnen het systeem van een
bepaalde taal functioneren
• Fonologische vorm is één abstracte vorm. Fonetische vorm is variabel
• Fonetiek en fonologie kan niet los van elkaar bestudeerd worden
10.2 Productie
• Articulatie van gebaar wordt in gang gezet door:
o Aanspannen van spieren
o Gewrichten waar beweging plaatsvindt
o Delen van lichaam die bewegen
• Transitiebeweging = beweging die niet bij gebaar zelf hoort en variatie is → beweging naar
het beginpunt
• Articulatie rondom gezichtsuitdrukkingen
o Gesproken componenten = mondbeeld afgeleid van gesproken woorden
o Orale componenten = mondbeeld niet afgeleid van gesproken woorden
o Adem, bijvoorbeeld bolle wangen
• Belangrijke anatomische termen voor het beschrijven van delen van arm en hand zijn
o Proximaal = dichterbij
o Distaal = verder weg
▪ Makkelijker dan proximaal
• Weak drop = zwakke hand verdwijnt bij uitspraak
• Bouw van het lichaam legt beperkingen op wat mogelijk is voor een gebaar
o Kan te maken hebben met sterke of zwakker strekspieren in vinger
o Pezen in pols
• Gebaren kan met de linker- of rechterhand. Mensen hebben een voorkeurshand.
• Eenhandige gebaren worden met de voorkeushand gebaard: we spreken van de dominante
hand
o Voor begrip maakt het niet uit
• Gebaren kunnen ook met twee handen tegelijkertijd gebruikt worden
o Fysiek kunnen handen onafhankelijk van elkaar bewegen. De beperking zit in de
coördinatie van bewegingen in het motorisch systeem
o We kunnen wel twee handen tegelijk bewegen
▪ Synchroon
, ▪ Alternerend= zelfde beweging in tegenovergestelde richting, bijvoorbeeld
FIETSEN
10.3 Perceptie
• Blikrichting bij gebarentaalgebruikers ligt op een punt in de buurt van het gezicht
• In het centrum van het gezichtsveld kunnen meer details waargenomen worden dan in de
periferie daarvan
• Visuele perceptie is meer dan auditieve perceptie gespecialiseerd in verwerken van
verschillende soorten gelijktijdige informatie
10.4 Fonetische variatie
• Net als in gesproken taal is er variatie op de manier waarop gebaren gearticuleerd worden
• Variatie hangt voor een deel samen met sociale factoren
o Mannen vs. vrouwen
o Etnische groepen
o Individu
• Taalkundige factoren die tot variatie kunnen zorgen:
o Coarticulatie = invloed van gebaren voor of na een gebaar
o Deletie = tweehandige gebaren worden met één hand gemaakt
o Assimilatie = gebaar kan handvorm van voorafgaande gebaar overnemen
o Fonetische variatie in precieze buiging van vingers en strekking van vingers
10.5 Notatiesystemen voor gebarentalen
• Doven schrijven Nederlands als ze dat kunnen. De reden is dat er geen standaard
schriftsysteem is om gebaren en zinnen in gebarentaal op te schrijven
• Onderzoekers maken gebruik van notatiesystemen
• De meeste systemen zijn gebaseerd op de eerste fonologische analyse van gebaren van
Stokoe
o Handvorm
o Plaats van hand in ruimte/op lichaam
o Beweging vingers/hand
• Verschillende systemen in omloop met verschil in details in fonetiek
10.6 Taaltechnologie
• Taaltechnologie = sprekende, luisterende en vertalende computers
• Functie van dure, overbelaste tolk overnemen, tegen RSI
• Kil/onpersoonlijk, misverstanden met computer, meer last van ruis
• Virtueel gebarend poppetje
o Houterig
o Gemis aan fonetische kennis
o Mimiek niet menselijk genoeg
10.1 Inleiding
• Tussen gesproken en gebarentalen is sprake van modaliteitsverschil
o Verschil in communicatiekanaal
o Woorden in gesproken talen worden met het spraakorgaan gemaakt en met oren
ontvangen
o Gebaren worden met het hele bovenlichaam gemaakt en met de ogen waargenomen
• Communicatieketen bestaat uit drie delen
o 1. Productie van signaal
o 2. Signaal zelf
o 3. Perceptie van signaal
• Fonetiek = fysieke eigenschappen van communicatieteken
• Fonologie = onderdelen van woorden en gebaren zoals ze binnen het systeem van een
bepaalde taal functioneren
• Fonologische vorm is één abstracte vorm. Fonetische vorm is variabel
• Fonetiek en fonologie kan niet los van elkaar bestudeerd worden
10.2 Productie
• Articulatie van gebaar wordt in gang gezet door:
o Aanspannen van spieren
o Gewrichten waar beweging plaatsvindt
o Delen van lichaam die bewegen
• Transitiebeweging = beweging die niet bij gebaar zelf hoort en variatie is → beweging naar
het beginpunt
• Articulatie rondom gezichtsuitdrukkingen
o Gesproken componenten = mondbeeld afgeleid van gesproken woorden
o Orale componenten = mondbeeld niet afgeleid van gesproken woorden
o Adem, bijvoorbeeld bolle wangen
• Belangrijke anatomische termen voor het beschrijven van delen van arm en hand zijn
o Proximaal = dichterbij
o Distaal = verder weg
▪ Makkelijker dan proximaal
• Weak drop = zwakke hand verdwijnt bij uitspraak
• Bouw van het lichaam legt beperkingen op wat mogelijk is voor een gebaar
o Kan te maken hebben met sterke of zwakker strekspieren in vinger
o Pezen in pols
• Gebaren kan met de linker- of rechterhand. Mensen hebben een voorkeurshand.
• Eenhandige gebaren worden met de voorkeushand gebaard: we spreken van de dominante
hand
o Voor begrip maakt het niet uit
• Gebaren kunnen ook met twee handen tegelijkertijd gebruikt worden
o Fysiek kunnen handen onafhankelijk van elkaar bewegen. De beperking zit in de
coördinatie van bewegingen in het motorisch systeem
o We kunnen wel twee handen tegelijk bewegen
▪ Synchroon
, ▪ Alternerend= zelfde beweging in tegenovergestelde richting, bijvoorbeeld
FIETSEN
10.3 Perceptie
• Blikrichting bij gebarentaalgebruikers ligt op een punt in de buurt van het gezicht
• In het centrum van het gezichtsveld kunnen meer details waargenomen worden dan in de
periferie daarvan
• Visuele perceptie is meer dan auditieve perceptie gespecialiseerd in verwerken van
verschillende soorten gelijktijdige informatie
10.4 Fonetische variatie
• Net als in gesproken taal is er variatie op de manier waarop gebaren gearticuleerd worden
• Variatie hangt voor een deel samen met sociale factoren
o Mannen vs. vrouwen
o Etnische groepen
o Individu
• Taalkundige factoren die tot variatie kunnen zorgen:
o Coarticulatie = invloed van gebaren voor of na een gebaar
o Deletie = tweehandige gebaren worden met één hand gemaakt
o Assimilatie = gebaar kan handvorm van voorafgaande gebaar overnemen
o Fonetische variatie in precieze buiging van vingers en strekking van vingers
10.5 Notatiesystemen voor gebarentalen
• Doven schrijven Nederlands als ze dat kunnen. De reden is dat er geen standaard
schriftsysteem is om gebaren en zinnen in gebarentaal op te schrijven
• Onderzoekers maken gebruik van notatiesystemen
• De meeste systemen zijn gebaseerd op de eerste fonologische analyse van gebaren van
Stokoe
o Handvorm
o Plaats van hand in ruimte/op lichaam
o Beweging vingers/hand
• Verschillende systemen in omloop met verschil in details in fonetiek
10.6 Taaltechnologie
• Taaltechnologie = sprekende, luisterende en vertalende computers
• Functie van dure, overbelaste tolk overnemen, tegen RSI
• Kil/onpersoonlijk, misverstanden met computer, meer last van ruis
• Virtueel gebarend poppetje
o Houterig
o Gemis aan fonetische kennis
o Mimiek niet menselijk genoeg