Toetscriterium 1: Benoemen en verklaren van gemaakte keuzes van adolescenten op
privé, economisch en cultureel terrein.
Rite de passage volgens van Gennep
Elke overgangsfase gaat gepaard met een bepaald ritueel. In niet Westerse culturen vaak een
ritueel die de overgang naar volwassenheid benadrukt, bijvoorbeeld een Bar Mitswa. Volgens
van Gennep zijn er drie drempels in de rite de passage in de Westerse cultuur.
1. 12/13 jr Afscheiding en vernietiging oude Sprake van crisis, afzetten tegen
identiteit ouders en leraren, opgelegde
identiteit in twijfel trekken.
2.13-14 t/m Tussenfase Experimenteren met peergroup,
18-20 jr risicovol gedrag wordt vertoond
3.18-20 t/m Overgang naar nieuw sociale en/of autonome keuzes worden
25 jr religieuze identiteit gemaakt op drie sociale vlakken
(sociale differentatie), aangaan
van verantwoordelijkheden.
Adolescentiefase volgens theorie van Erikson
Identiteit vs rolverwarring (12-18 jr)
In deze fase staat het verkrijgen van een eigen identiteit centraal. Volgens Erikson gaat dit in
drie stappen.
1.Puberteitscrisis Losmaken van ouders en leraren.
Gevoelens van vervreemding van eigen
identiteit. Crisis. Begin fase 5
2.Experimenteren met leeftijdsgenoten Peergroup erg belangrijk. Experimenteren
op de gebieden wonen, werk en
ontspannen*. Gaat gepaard met
risicogedrag (alcohol, genotsmiddelen).
3.Toekomstkeuzes Er worden keuzes gemaakt op de terreinen:
privé, betaalde arbeid en het culturele
terrein.* Einde fase 5
* keuzes op wonen, werk en ontspannen op de drie terreinen = sociale differentiatie.
Aan het einde van deze fase weten adolescenten wat hun ambities op die terreinen zijn en
bepalen hun positie in het gedifferentieerde sociale leven en gaan over op fase 6.
Transitie: overgang naar volgende fase theorie Erikson. Crisis is overwonnen en gaat over in
nieuwe crisis van volgende levensfase.
Traject: Elke fase van Erikson, alle fases achter elkaar vormen het traject.