TAAK 3: Ruggenmergsyndromen
Bij de klinische diagnostiek van ruggenmergssyndromen wordt niet alleen
getracht de oorzaak vast te stellen, maar ook de plaats van de laesie.
De voornaamste traumatische klinische syndromen zijn de complete dwarslaesie,
de hemisectie van het ruggenmerg (het syndroom van Brown-Séquard), de
centrale myelumnecrose, het conus-caudasyndroom en de contusio cervicalis
posterior. De myelomalacie en het gecombineerd strengsyndroom zijn bekende
voorbeelden van niet-traumatische myelopathieën.
Casus A
Een man van 30 jaar heeft enige maanden geleden
tijdens oorlogshandelingen een schotwond in zijn rug
opgelopen. Nu heeft hij een doof gevoel met een
verminderde pijn- en temperatuurzin in het rechter
been en op de rechter helft van de romp tot onder de
navel. In het linker been en op de linker romphelft
tot aan de navel is de fijne aanrakingszin
verminderd. Tevens is het diepe gevoel in het linker
been gestoord. De buikhuid links naast de navel is
overgevoelig voor aanraking. Het linker been is
spastisch verlamd en toont een hyperreflexie van de
kniepeesreflex en een voetzoolreflex van Babinski.
A.1. Verklaar de symptomen van deze casus aan de hand van tekeningen om
het te verduidelijken.
De man lijdt aan het syndroom van brown-
sequard. En is onstaan door een halfzijdige
ruggenmergbeschadiging. Het vitale systeem
iets boven het niveau van binnenkomst in het
ruggenmergt kruist, terwijl het gnostische
systeem ipsilaterlaat opstijgt. Op het niveau
van de laesie kan er bij nauwkeurig onderzoek
een ipsilateraal bandvormig gebied bestaan met
analgesie, soms hyperpathie.
Casus B
Een 23-jarige man nam een duik in het zwembad, dat slechts 1,50 meter diep
was. Hij herinnert zich dat hij met de top van zijn hoofd de bodem raakte en
daarna op de bodem lag zonder zijn armen en benen te kunnen bewegen. Toen
hij door omstanders uit het water gehaald werd, kon hij wel zelfstandig
ademhalen, maar zijn armen, benen en buik bleven onbeweeglijk. Hij had ook
geen gevoel vanaf schouderhoogte. In het ziekenhuis bleek dat hij een fractuur
met dislocatie van de wervels C5-C6 had. De dislocatie werd opgeheven.
Twee weken lang bleef hij geheel verlamd tot schouderhoogte, waarna hij
geleidelijk de benen weer wat kon bewegen. Ook kwam het gevoel terug op het
zitvlak, het scrotum en de penis. Ook aan de buitenkant van de bovenarmen
kreeg hij weer gevoel, maar niet de oksels en de binnenkant van de bovenarmen.
Wegens een retentio urinae werd hij intermitterend gekatheteriseerd, hetgeen hij
goed voelde en waarbij hij vaak erecties kreeg.
Bij de klinische diagnostiek van ruggenmergssyndromen wordt niet alleen
getracht de oorzaak vast te stellen, maar ook de plaats van de laesie.
De voornaamste traumatische klinische syndromen zijn de complete dwarslaesie,
de hemisectie van het ruggenmerg (het syndroom van Brown-Séquard), de
centrale myelumnecrose, het conus-caudasyndroom en de contusio cervicalis
posterior. De myelomalacie en het gecombineerd strengsyndroom zijn bekende
voorbeelden van niet-traumatische myelopathieën.
Casus A
Een man van 30 jaar heeft enige maanden geleden
tijdens oorlogshandelingen een schotwond in zijn rug
opgelopen. Nu heeft hij een doof gevoel met een
verminderde pijn- en temperatuurzin in het rechter
been en op de rechter helft van de romp tot onder de
navel. In het linker been en op de linker romphelft
tot aan de navel is de fijne aanrakingszin
verminderd. Tevens is het diepe gevoel in het linker
been gestoord. De buikhuid links naast de navel is
overgevoelig voor aanraking. Het linker been is
spastisch verlamd en toont een hyperreflexie van de
kniepeesreflex en een voetzoolreflex van Babinski.
A.1. Verklaar de symptomen van deze casus aan de hand van tekeningen om
het te verduidelijken.
De man lijdt aan het syndroom van brown-
sequard. En is onstaan door een halfzijdige
ruggenmergbeschadiging. Het vitale systeem
iets boven het niveau van binnenkomst in het
ruggenmergt kruist, terwijl het gnostische
systeem ipsilaterlaat opstijgt. Op het niveau
van de laesie kan er bij nauwkeurig onderzoek
een ipsilateraal bandvormig gebied bestaan met
analgesie, soms hyperpathie.
Casus B
Een 23-jarige man nam een duik in het zwembad, dat slechts 1,50 meter diep
was. Hij herinnert zich dat hij met de top van zijn hoofd de bodem raakte en
daarna op de bodem lag zonder zijn armen en benen te kunnen bewegen. Toen
hij door omstanders uit het water gehaald werd, kon hij wel zelfstandig
ademhalen, maar zijn armen, benen en buik bleven onbeweeglijk. Hij had ook
geen gevoel vanaf schouderhoogte. In het ziekenhuis bleek dat hij een fractuur
met dislocatie van de wervels C5-C6 had. De dislocatie werd opgeheven.
Twee weken lang bleef hij geheel verlamd tot schouderhoogte, waarna hij
geleidelijk de benen weer wat kon bewegen. Ook kwam het gevoel terug op het
zitvlak, het scrotum en de penis. Ook aan de buitenkant van de bovenarmen
kreeg hij weer gevoel, maar niet de oksels en de binnenkant van de bovenarmen.
Wegens een retentio urinae werd hij intermitterend gekatheteriseerd, hetgeen hij
goed voelde en waarbij hij vaak erecties kreeg.