Blok
1.4
Diabetes
Mellitus
(DM)
Ongeveer
1
miljoen
mensen
hebben
in
Nederland
diabetes.
Daarvan
heeft
50%
complicaties
en
is
25%
arbeidsongeschikt.
Ook
verminderd
de
levensverwachting
met
10
jaar.
Diabetes
heeft
te
maken
met
je
bloedsuikerwaarde
(=
de
hoeveelheid
glucose
in
je
bloed).
Dit
wordt
gereguleerd
door
de
Eilandjes
van
Langerhans
in
de
pancreas.
• De
bètacellen
produceren
insuline.
Hierdoor
daalt
de
bloedssuikerspiegel
o Glucose
-‐>
Glycogeen
• De
alfacellen
produceren
glucagon.
Hierdoor
stijgt
de
bloedsuikerspiegel
o Glycogeen
-‐>
Glucose
Organen
die
afhankelijk
van
glucose
zijn,
zijn
de
rode
bloedcellen,
niermergcellen
en
de
hersenen.
Hormoglucomie
=
Een
gezonde
glucosewaarde.
Endocriene
cellen
m aken
4-‐8
mmol/l
=
Gezonde
waarde
hormonen
en
exocriene
cellen
<3,8
mmol/l
=
Hypoglykemie
maken
enzymen
>8,0
mmol/l
=
Hyperglykemie
Bij
diabetes
heb
je
hyperglykemie;
een
te
hoge
glucose
waarde
in
je
bloed.
Je
lichaam
kan
het
dan
niet
meer
zelf
herstellen
en
de
nieren
kunnen
de
glucose
niet
terug
resorberen.
-‐ Type
1
Diabetes
en
Type
2
Diabetes
Diabetes
heb
je
als:
Veneus
plasma
(mmol/l)
Glucose
nuchter
<
6,1
Normaal
Glucose
niet
nuchter
<
7,8
Glucose
nuchter
≥
6,1
en
<
7,0
én
Gestoord
nuchtere
glucose
Glucose
niet
nuchter
<
7,8
Glucose
nuchter
<
6,1
én
Gestoorde
glucosetolerantie
Glucose
niet
nuchter
≥
7,8
en
<
11,1
Glucose
nuchter
≥
7,0
Diabetes
mellitus
Glucose
niet
nuchter
≥
11,1
Het
bloed
moet
altijd
2x
getest
worden
op
verschillende
dagen
voor
de
diagnose
DM
mag
worden
gesteld.
Type
1
Dit
is
een
auto-‐immuunziekte
(Aangeboren)
-‐ Door
bètaceldestructie
kan
er
geen
of
te
weinig
insuline
worden
gemaakt
-‐ Hierdoor
gaan
de
insulinereceptoren
op
de
cel
niet
open
en
kan
de
cel
geen
glucose
opnemen
Symptomen
korte
termijn:
-‐ Veel
dorst
(Polydipsie)
-‐ Veel
plassen
(Poly-‐urie)
10%
van
de
personen
met
diabetes
heeft
type
-‐ Gewichtsverlies
1.
De
overige
90%
heeft
type
2.
-‐ Hyperglykemie
-‐ Vermoeidheid
-‐ Slechter
zien
-‐ Ketoacidose