Microbiologie
Blok
1.4
Micros
=
klein
Bios
=
leven
Logos
=
leer/wetenschap
Micro-‐organismen
(MO):
-‐ Bacteriën
-‐ Gisten
en
Fungi
Spelen
een
belangrijke
rol
bij
kringlopen,
medische
wetenschap
en
voeding.
o Alle
3
worden
ze
gebruikt
in
het
maken
van
voedsel.
Vb.
Kaas,
brood,
wijn
-‐ Protozoa
(Vb.
Toxoplasma)
-‐>
Officieel
gezien
geen
MO
-‐ Virussen
(Vb.
Norovirus)
-‐>
Officieel
gezien
geen
MO
omdat
het
niet
leeft
Prokaryoot:
Geen
celkern
(DNA
vrij
in
cytoplasma)
-‐ Bacteriën
en
archaebacteriën
Eukaryoot:
Celkern
met
alle
andere
organellen
-‐ Schimmels
en
gisten
-‐ Virussen
zijn
niet
eukaryoot
omdat
ze
zich
niet
voort
kunnen
planten
Naamgeving
MO:
Familie
-‐>
Geslacht
-‐>
Soort
Vb.
Bacillaceae
–
Bacillus
–
Cereus
Bacillaceae
–
Clostridium
-‐
Perfringens
Bacteriën:
-‐ Prokaryoot
-‐ Planten
zich
voor
door
binaire
deling
(±20
min)
(=
Ongeslachtelijk)
-‐ Soorten:
o Bacillus:
Staafjes
(Met
of
zonder
flagellen)
o Vibrio:
Boonvormig
o Spirillen
(Spiraalvorm,
leven
individueel)
o Coccen:
Rondvormig
§ Coc,
duplococ,
enterococ,
sarcina,
staphylococ
en
streptococ
Gramnegatieve
bacteriën:
Dunne
celwand
en
zijn
roze
gekleurd.
Grampositieve
bacteriën:
Dikkere
celwand
en
zijn
paars/blauw
gekleurd.
Bij
het
kleuren
van
een
bacterie:
-‐ Enkelvoudige
kleuring
-‐>
Vorm
zichtbaar
-‐ Differentiële
kleuring
-‐>
Verschillen
tussen
MO-‐delen
zichtbaar
Weten:
-‐ Enterobacteriaceae
o Gramnegatief
en
staafvormig
-‐ Bacillaceae
o Grampositief
en
staafvormig
o Vormen
sporen
(Als
enige
bacterie)
§ Alleen
Bacillus
en
Clostridium
bacteriën
kunnen
sporen
vormen
§ Deze
sporen
kunnen
zeer
slechte
omstandigheden
overleven
-‐ Propionbacteriën
vormen
propion,
waarbij
CO2
wordt
gevormd
d.m.v.
melkzuurbacteriën.
Deze
propionbacteriën
geven
een
bittere,
nootachtige
smaak
aan
het
product
-‐ Aerobe
bacteriën:
Groeien
bij
aanwezigheid
van
zuurstof
o Vb.
Azijnzuurbacteriën
-‐ Anaerobe
bacteriën:
Groeien
bij
afwezigheid
van
zuurstof
-‐ Facultatief
Anaerobe:
Groeien
bij
zowel
aanwezigheid
als
afwezigheid
van
zuurstof