OU heeft een sterke plagiaatchecker, dus voor je eigen bescherming: niet
copy/pasten of ‘eenvoudig parafraseren’
Opdrachtnummer 3.4 Casus Scheepsbouwers
Naam
Studentnummer
Tutor
Telefoon privé en/of
zakelijk
E-mail adres
Datum inzending 19 mei 2019
Eventuele opmerkingen n.v.t.
1. Met welke contextontwikkelingen in termen van Child (2015) heeft deze
organisatie te maken? Licht dit kort toe.
Volgens Child (2015) zijn er vijf grote contextontwikkelingen, oftewel ‘new conditions’ te
onderscheiden.
‘Globalization’ is een complex fenomeen en omvat tal van ontwikkelingen (Child, 2015).
“Globalization is driven by powerful economic forces, including market, cost, competitive, and
governmental factors”, zegt Child (2015, p.57).
In de casus zijn deze ‘drivers’ terug te zien; er wordt gesproken over hoge-segment-klanten die
steeds meer druk uitoefenen op de prijs, “terwijl tegelijkertijd dezelfde mate van
technologische verfijning en kwaliteit wordt verwacht.” (Open Universiteit, z.d., p.2). Bewust
van het economisch klimaat en de wet van vraag en aanbod, kiezen sommige van deze klanten
1
, voor minder ervaren aanbieders (Open Universiteit, z.d.).
‘New technologies’, oftewel het gebruik van ICT en het internet (Child, 2015) is een ‘new
condition’ waar De Scheepsbouwers ook mee te maken hebben: Zo kopiëren Chinese
concurrenten de innovaties van De Scheepsbouwers en bieden hetzelfde tegen een lagere prijs
aan.
De ‘knowledge-based society’ kenmerkt zich door “the possession of superior knowledge,
and the organizational ability to use it” (Child, 2015, p.66). De Scheepsbouwers hebben te
maken met toenemende informatisering, waarbij een verschuiving te zien is van hardware naar
software (Open Universiteit, z.d.). Het maken van een product staat niet langer centraal, “maar
het creëren van mogelijkheden en innovatiekracht zijn de drijfveren.” (Open Universiteit, z.d.,
p.2)
“Hypercompetition is characterized by “markets fraught with uncertainty, diverse global
players, rapid technological change, widespread price wars […]” (Child, 2015, p.68). Eerder is
geconstateerd dat De Scheepsbouwers te maken hebben met minder ervaren aanbieders als
concurrenten, klanten die druk uitoefenen op de prijs, maar dezelfde kwaliteit verwachten en
Chinese concurrenten die innovaties kopiëren en weer goedkoop aanbieden.
De Scheepsbouwers hebben dus ook te maken met ‘hypercompetition’.
‘Social accountability’ houdt in dat bedrijven “combine the benefits of scale and global reach
with effective accountability to the local interests of the societies in which companies operate.”
(Child, 2015, p.72). De Scheepsbouwers dienen zich te houden aan de duurzaamheidseisen die
door de overheid, maar ook door klanten en bedrijven worden opgelegd. Het gaat hierbij om
het nastreven van circulariteit. Ook deze ‘new condition’ is een contextontwikkeling waar De
Scheepsbouwers mee te maken heeft.
De conclusie is dat De Scheepsbouwers met alle vijf de grote ‘new conditions’ te maken heeft.
Iedere ‘new condition’ stelt weer andere eisen aan de organisatievorm- en/of inrichting die
bedrijven kunnen inzetten om op adaptieve wijze om te gaan met deze ‘new condition(s)’, stelt
Child (2015).
In het kader van de vraagstelling wordt nu niet ingegaan op de ‘new organizational forms’ van
De Scheepsbouwers.
2. Onder druk van welke externe en interne stakeholder(s) heeft de organisatie een
organisatieverandering doorgevoerd? Licht dit toe.
“A stakeholder in an organization is (by definition) any group or individual who can affect or is
affected by the achievement of the organization’s objectives” (Freeman, in Mitchell et al, 1997,
p.53).
‘Salience’ betekent volgens Mitchell et al (1997): “The degree to which managers give priority
to competing stakeholder claims.” (p.68).
In welke mate de stakeholder ‘salient’ is, hangt af van de (combinatie van) attributen die een
stakeholder bezit, welke weer resulteert in een type stakeholder volgens het ‘Stakeholder
Typology’ van Mitchell et all (1997).
Mitchell et al. (1997) noemen drie attributen, te weten: macht, legitimiteit en urgentie.
Macht is “a relationship among social actors in which one social actor, A, can get another social
actor, B, to do something that B would not otherwise have done” (Dahl, 1957, in Pfeffer, 1981,
in Mitchell et al, 1997, p.64).
Legitimiteit, volgens Suchman (1995, in Mitchell et al, 1997, p.65) is “a generalized perception
or assumption that the actions of an entity are desirable, proper, or appropriate within some
socially constructed system of norms, values, beliefs and definitions”. Urgentie ontstaat,
volgens Mitchell et al (1997), wanneer aan twee voorwaarden wordt voldaan: ‘time sensitivity’
en ‘criticality’.
In de casus (Open Universiteit, z.d.) worden vijf typen stakeholders genoemd. De
aandeelhouders worden buiten beschouwing gelaten, aangezien zij shareholders zijn en niet
stakeholders.
2
copy/pasten of ‘eenvoudig parafraseren’
Opdrachtnummer 3.4 Casus Scheepsbouwers
Naam
Studentnummer
Tutor
Telefoon privé en/of
zakelijk
E-mail adres
Datum inzending 19 mei 2019
Eventuele opmerkingen n.v.t.
1. Met welke contextontwikkelingen in termen van Child (2015) heeft deze
organisatie te maken? Licht dit kort toe.
Volgens Child (2015) zijn er vijf grote contextontwikkelingen, oftewel ‘new conditions’ te
onderscheiden.
‘Globalization’ is een complex fenomeen en omvat tal van ontwikkelingen (Child, 2015).
“Globalization is driven by powerful economic forces, including market, cost, competitive, and
governmental factors”, zegt Child (2015, p.57).
In de casus zijn deze ‘drivers’ terug te zien; er wordt gesproken over hoge-segment-klanten die
steeds meer druk uitoefenen op de prijs, “terwijl tegelijkertijd dezelfde mate van
technologische verfijning en kwaliteit wordt verwacht.” (Open Universiteit, z.d., p.2). Bewust
van het economisch klimaat en de wet van vraag en aanbod, kiezen sommige van deze klanten
1
, voor minder ervaren aanbieders (Open Universiteit, z.d.).
‘New technologies’, oftewel het gebruik van ICT en het internet (Child, 2015) is een ‘new
condition’ waar De Scheepsbouwers ook mee te maken hebben: Zo kopiëren Chinese
concurrenten de innovaties van De Scheepsbouwers en bieden hetzelfde tegen een lagere prijs
aan.
De ‘knowledge-based society’ kenmerkt zich door “the possession of superior knowledge,
and the organizational ability to use it” (Child, 2015, p.66). De Scheepsbouwers hebben te
maken met toenemende informatisering, waarbij een verschuiving te zien is van hardware naar
software (Open Universiteit, z.d.). Het maken van een product staat niet langer centraal, “maar
het creëren van mogelijkheden en innovatiekracht zijn de drijfveren.” (Open Universiteit, z.d.,
p.2)
“Hypercompetition is characterized by “markets fraught with uncertainty, diverse global
players, rapid technological change, widespread price wars […]” (Child, 2015, p.68). Eerder is
geconstateerd dat De Scheepsbouwers te maken hebben met minder ervaren aanbieders als
concurrenten, klanten die druk uitoefenen op de prijs, maar dezelfde kwaliteit verwachten en
Chinese concurrenten die innovaties kopiëren en weer goedkoop aanbieden.
De Scheepsbouwers hebben dus ook te maken met ‘hypercompetition’.
‘Social accountability’ houdt in dat bedrijven “combine the benefits of scale and global reach
with effective accountability to the local interests of the societies in which companies operate.”
(Child, 2015, p.72). De Scheepsbouwers dienen zich te houden aan de duurzaamheidseisen die
door de overheid, maar ook door klanten en bedrijven worden opgelegd. Het gaat hierbij om
het nastreven van circulariteit. Ook deze ‘new condition’ is een contextontwikkeling waar De
Scheepsbouwers mee te maken heeft.
De conclusie is dat De Scheepsbouwers met alle vijf de grote ‘new conditions’ te maken heeft.
Iedere ‘new condition’ stelt weer andere eisen aan de organisatievorm- en/of inrichting die
bedrijven kunnen inzetten om op adaptieve wijze om te gaan met deze ‘new condition(s)’, stelt
Child (2015).
In het kader van de vraagstelling wordt nu niet ingegaan op de ‘new organizational forms’ van
De Scheepsbouwers.
2. Onder druk van welke externe en interne stakeholder(s) heeft de organisatie een
organisatieverandering doorgevoerd? Licht dit toe.
“A stakeholder in an organization is (by definition) any group or individual who can affect or is
affected by the achievement of the organization’s objectives” (Freeman, in Mitchell et al, 1997,
p.53).
‘Salience’ betekent volgens Mitchell et al (1997): “The degree to which managers give priority
to competing stakeholder claims.” (p.68).
In welke mate de stakeholder ‘salient’ is, hangt af van de (combinatie van) attributen die een
stakeholder bezit, welke weer resulteert in een type stakeholder volgens het ‘Stakeholder
Typology’ van Mitchell et all (1997).
Mitchell et al. (1997) noemen drie attributen, te weten: macht, legitimiteit en urgentie.
Macht is “a relationship among social actors in which one social actor, A, can get another social
actor, B, to do something that B would not otherwise have done” (Dahl, 1957, in Pfeffer, 1981,
in Mitchell et al, 1997, p.64).
Legitimiteit, volgens Suchman (1995, in Mitchell et al, 1997, p.65) is “a generalized perception
or assumption that the actions of an entity are desirable, proper, or appropriate within some
socially constructed system of norms, values, beliefs and definitions”. Urgentie ontstaat,
volgens Mitchell et al (1997), wanneer aan twee voorwaarden wordt voldaan: ‘time sensitivity’
en ‘criticality’.
In de casus (Open Universiteit, z.d.) worden vijf typen stakeholders genoemd. De
aandeelhouders worden buiten beschouwing gelaten, aangezien zij shareholders zijn en niet
stakeholders.
2