COLLEGE 1. 6 APRIL 2016
Key 1
Slide 1 & 2
Neuropsychologie houdt zich bezig met hersenen en gedrag.
Ontwikkelingsstoornissen: vroeg in de kindertijd ontdekt, vroege interventie. Niet zozeer interventies
om de problematiek op te heffen, maar meer om erger te voorkomen, bijv. een motorische stoornis:
men moet andere achterstanden voorkomen en minder aangedane gebieden beschermen.
- Disease: er is een duidelijke oorzaak, verloop en therapie
- Disorder: minder duidelijk probleem. De oorzaak is vaak onbekend, zoals ADHD.
Verworven letsel: verschillende oorzaken, maar wel een duidelijke oorzaak, zoals bijv een ongeval. En
er is een situatie voordat het probleem ontstond. Dus er zijn ook andere herstelmogelijkheden.
Hersenen van kinderen ontwikkelen zich heel sterk. Kinderen zouden een grotere plasticiteit van de
hersenen hebben: Kennard principe. Dus je zou beter een probleem op kunnen lopen als je klein
bent. Maar is dit wel zo. Men komt steeds meer tot de conclusie dat het tegengestelde wel een waar
zou kunnen zijn. Juist doordat de hersenen nog in ontwikkeling zijn. Dus als een kind letsel krijgt dan
kan het zijn dat die vaardigheden aangetast zijn en dat dit gevolgen heeft voor de vaardigheden die
nog moeten komen: Growing into deficit.
Slide 3
Veel verschillende oorzaken kunnen leiden tot een probleem en andersom. ADHD kan bijvoorbeeld
ook een verworven letsel zijn als stress van een zwangere vrouw een oorzaak van ADHD is.
- Ontwikkeling betekend niet van minder naar beter. Ontwikkeling is geen lineare, maar een
kwalitatieve verandering.
- Kinderen kunnen uit hun problemen groeien.
- Onwikkeling van de hersenen loopt van achteren naar voren.
- Een diagnose is heel anders bij kinderen dan bij volwassenen
- Gedrag op een bepaalde leeftijd kan ‘normaal’ zijn terwijl het een paar jaar later abnormaal
is.
- Gedrag kan verschillende onderliggende mechanismen hebben
- Niet alle gedraging zijn voldoende ontwikkeld op een bepaalde leeftijd om te kunnen meten,
zoals cognitie bij baby’s.
Slide 4
Prognose: is lastig want je moet onderzoek doen naar de factor die hierover een voorspelling kan
doen. Plasticiteit kan je verwisselen door ‘respons’. Dat kan positief zijn: andere delen van de
hersenen nemen de kapotte functies over. De negatieve consequenties van deze plasticiteit is
crowding (te druk).
Voorbeeld: Twee hemisferen zijn met elkaar verbonden. Stel, de linker is aangedaan (dominanter bij
taal_. Positief is dat de rechterhemisfeer de taal over neemt. Negatief: in de rechterhemisfeer wordt
het wel erg druk, waardoor bv oriëntatieproblemen ontstaan (grwoing into deficit). Dus je kan beter
zeggen: er is meer kwetsbaarheid, maar mensen kunnen goed compenseren.
1