Hoofdstuk 3 t/m 11 + 13
Hoofdstuk 3 Sociale cognitie: hoe we denken over de sociale wereld
• De student kan beschrijven hoe mensen sociale informatie selecteren, interpreteren,
memoreren en gebruiken om zich een oordeel te vormen en een beslissing te nemen. De
student kan dit beschrijven vanuit de twee verschillende typen sociale cognitie: de
automatische sociale cognitie en de gecontroleerde sociale cognitie. Tevens kan de
student verklaren hoe mensen in een specifieke situatie tot een oordeel en/of beslissing
komen.
• De student kent de rollen en functies van schema’s en heuristieken in het automatisch
denken. De student kan deze herkennen en toepassen.
• De student kan uitleggen hoe de cultuur het sociaal denken beïnvloedt.
• De student kan uitleggen hoe mensen het tekortschieten van het redeneervermogen zo
mogelijk kunnen corrigeren.
• De student kan bij alle bovenstaande punten de gebruikte begrippen uit het leerboek
omschrijven, duiden en toepassen.
Sociale cognitie = hoe mensen informatie selecteren, interpreteren en gebruiken om
oordelen te vormen en beslissingen te nemen.
Manieren van denken:
1. Automatisch denken (onbewust, onopzettelijk, onwillekeurig, zonder inspanning)
- Belangrijk voor ons voortbestaan, maar is niet volmaakt en kan voor
beoordelingsfouten zorgen.
2. Gecontroleerd denken (m.b.v. schema’s, cognitieve structuren, stereotypen etc.)
- Een doel van gecontroleerd denken is dat het tegenwicht geeft aan automatisch denken.
Motivatie en inspanning zijn vereist.
Welk schema wordt er toegepast? (afhankelijk van toegankelijkheid van schema’s)
1. Blijvend toegankelijke schema’s door eerdere ervaring (vb. moeder alcoholist)
2. Tijdelijke toegankelijkheid door een doel dat we op dat moment hebben
3. Priming: het proces waarbij recente ervaringen de toegankelijkheid van een schema
vergroten
- Nadeel van schema’s: vertrouwen op schema’s is tot op zekere hoogte adaptief en
functioneel, maar we kunnen er in doorslaan.
Perseveratie-effect = soms zijn we geneigd aan onze opvattingen over onszelf en de
sociale wereld vast te houden terwijl al bewezen is dat ze onwaar zijn. Verklaring:
door dat deze opvattingen, schema’s op dat moment zeer toegankelijk gemaakt zijn.
Self fullfilling prophecy = zichzelf waarmakende voorspelling.
Beoordelings heuristieken = vuistregels die mensen gebruiken om snel en efficiënt te
kunnen oordelen.
Verschillende heuristieken (automatisch denken):
1. Beschikbaarheid heuristiek
Mentale aanname waarbij mensen hun oordeel baseren op het gemak waarmee ze zich
iets voor de geest kunnen halen. Voorbeeld: diagnose door artsen.
2. Representativiteits heuristiek
Mentale aanname waarbij mensen iets classificeren op grond van de mate waarin het lijkt
op een karakteristiek geval. Voorbeeld: iemand die één kenmerk heeft van een bepaalde
categorie/groep, heeft ook meteen alle andere eigenschappen van die groep.
3. Anker- correctieheuristiek
Mentale aanname waarbij mensen een getal of waarde als beginpunt gebruiken en
vervolgens onvoldoende op dit ankerpunt corrigeren. Voorbeeld: onderzoek laat zien dat