,Inhoud:
Casus 1: Dhr/ mevr van Ginkel, 66 jaar 3
Casus 2: Mvr/dhr de Wit, 55 jaar 6
Casus 3: De heer/mevr Bouwman, 74 jaar. 9
Casus 4: De heer/mevr. S, 63 jaar 12
Casus 5: Mw./ Dhr. K, 65 jaar 15
Casus 6: De hr./mevr P, 53 jaar 18
2
, Casus 1: Dhr/ mevr van Ginkel, 66 jaar
Belangrijkste gegevens uit de anamnese:
De heer/mevr van Ginkel is door de vaatchirurg verwezen naar fysiotherapie i.v.m. atherosclerotisch
vaatlijden in het linker been. Er is sprake van toenemende pijnklachten in de kuiten bij diverse activiteiten,
maar met name bij wandelen. Tijdens het wandelen beginnen de eerste pijnklachten na ongeveer 150
meter. Na 200 meter moet de patiënt echt stoppen vanwege ondraaglijke pijn. Deze pijn neemt af na 1 of
2 minuten stilstaan. Hij/zij is met pensioen en woont alleen.
Hulpvraag: ik wil graag weer kunnen lopen zonder pijn, of de pijnvrije loopafstand vergroten.
Voorbereidingsopdrachten:
1. Er zijn meerdere aandoeningen die pijn in de kuiten kunnen geven. Maak een aantal hypothesen op basis van
deze (korte) anamnestische weergave en neem deze mee naar de toets. Zorg dat je uit kan leggen hoe je op deze
hypothesen komt.
2. Bereid een anamnese/intake voor bij deze patiënt.
3. Maak, op basis van de KNGF richtlijn sPAV, een onderzoeksplan gericht op deze patiënt (conform het format) en
neem deze mee naar de toets.
4. Maak een behandelplan voor deze casus, o.a. op basis van de richtlijn en neem deze mee naar de toets.
Toetsopdrachten:
- De docent vraagt je om een anamnese/intake af te nemen.
- De docent vraagt je om de hypothese toe te lichten en (een deel van) het onderzoek te laten zien.
- De docent vraagt je om de stadia van Fontaine aan de patiënt uit te leggen en uitleg te geven in welk stadium de
patiënt zit.
- De docent vraagt je om de fysiotherapeutische diagnose uit te leggen.
- De docent vraagt je om voorlichting te geven over de aandoening sPAV alsook een uitleg te geven waarom het
belangrijk is dat de patiënt bij de therapie door de pijn heen moet lopen.
- De docent vraagt je om voorlichting te geven op patiënt niveau over risicofactoren voor hart en
vaataandoeningen.
- De docent vraagt je het behandelplan toe te lichten en een gericht advies te geven voor thuis.
1. Er zijn meerdere aandoeningen die pijn in de kuiten kunnen geven. Maak een aantal hypothesen op basis van
deze (korte) anamnestische weergave en neem deze mee naar de toets. Zorg dat je uit kan leggen hoe je op deze
hypothesen komt.
Hypotheses:
1. Patiënt heeft pijn als gevolg van atherosclerotisch vaatlijden , waardoor er niet genoeg zuurstof naar het
linker been kan en ischemie ontstaat. (Claudicatio intermittens)
2. Door de toenemende pijnklachten bij diverse activiteiten is het (functionele) looppatroon veranderd.
3. Door de toenemende pijnklachten met name bij wandelen loopt de patiënt korte afstanden en gaat het
aerobe uithoudingsvermogen van de patiënt achteruit.
4. Door de toenemende pijnklachten bij diverse activiteiten ontstaat er angst voor inspanning
2. Bereid een anamnese/intake voor bij deze patiënt.
Fontaine classificatie:
Enkel/arm index:
Psystolisch enkel / Psystolisch arm
- Stadium 1:
o Verminderde pulsaties
o E/A >0,9 en <1,0
- Stadium 2
o CI
o Pijn, moe, stijf gevoel en krampen.
o >0,5 en <0,9
o 2a:
Hierin verkeerd de patiënt
3