vorm bij i/you/we/they is de regel: hele werkwoord. Bij de vorm van he, she en it gebruiken we de
shit regel: hele werkwoord+ s.
Als een werkwoord eindigt op y krijgt het werkwoord +ies. Als het werkwoord eindigt op een
sisklank voeg je +es toe. De uitzonderingen zijn bij de werkwoorden do en go wordt does en goes en
bij het werkwoord zijn gebruik je am, are of is. Bij het werkwoord hebben gebruik je have (got) of
has (got).
Voorbeelden:
Amy study -> Amy studies Luke watch -> Luke watches
De past simple gebruik je als er iets gebeurt in de verleden tijd gebeurt/plaatsvind of bij een stelling
over het verleden. Bij regelmatige werkwoorden doe je het hele werkwoord + ed. Als een
regelmatig werkwoord eindigt op een e doe je +d. Eindigt een werkwoord op y? Dan doe je +ied. Als
een werkwoord eindigt op een enkele klinker+medeklinker? Verdubbeling laatste medeklinker.
Deze regel geld niet als het werkwoord eindigt op een x, y of z.
Voorbeelden:
Jack study -> Jack studied Elise drop -> Elise dropped
Articles zijn in het nederlands lidwoorden.
The -> het
A/an -> een
Je gebruikt an als het zelfstandig naamwoord begint met een klinker. Als het zelfstandig naamwoord
eindigt op een medeklinker gebruik je a.
Will en going to gebruik je voor acties in de toekomst.
Will gebruik je bij: voorspellingen zonder bewijs (ww think), aanbod, belofte, instemming, feiten in
de toekomst, acute beslissingen (spontane acties)
Going to gebruik je: voorspellingen met bewijs, voorspelling basis wat je ziet, plan/intentie.
Voorbeelden:
1. The weather will be nice tomorrow
2. The weather is going to be nice tomorrow
De future perfect gebruik je als iets klaar is in de toekomst. De regel bij de future perfect is:
will+have+voltooid deelwoord. Het voltooid deelwoord (regelmatig) vorm je door ww+ed te doen.
In me boek 3e rijtje onregelmatige werkwoorden leren.
Voorbeeld: Next week we will have learned.