Hoofdstuk 1
1.1. Het concept van vertalen
Verschillende betekenissen van vertaling:
- als vak
- dat wat vertaald is
- het proces van het vertalen = de verandering van een originele geschreven tekst/source
text/ST in de originele taal/source language/SL naar een geschreven tekst/target
text/TT in een andere taal/target language/TL semiotische transformatie
Sapir-Whorf-these: taal structureert het wereldbeeld daarom is vertaling equivalentie in
verschil en dus geen 1 op 1 vertaling.
Vertaling is decoderen en recoderen: de brontekst moet eerst geanalyseerd worden om daaruit
de betekenis te halen en deze te transformeren in de doeltekst doormiddel van
herstructurering/recodering.
Communicatieschema Jakobson:
context
zender Bericht ontvanger
kanaal
codering
Hierbij is een vertaler zowel ontvanger als zender. Ontvanger van de brontekst en zender van
de doeltekst.
L1 = Wanneer bij het vertalen de doeltaal je moedertaal is (wat gewoonlijk is)
L2 = wanneer bij het vertalen de doeltaal de vreemde taal is (wanneer de brontaal exotisch is
en de doeltaal een wereldtaal)
Wenselijk is dat de vertaler onzichtbaar is, maar hier tegenover staat de “differential voice”
waarbij de vertaler zich zichtbaar maakt door audiovisuele vertaling, tweetalige uitgaven
(dichtbundel), onvertaalde equivalentloze uitdrukkingen of parateksten zoals voetnoten.
Abominabele vertaling = slechte vertaling
Jakobson beschrijft drie categorieën van vertalingen:
- intralingual = een interpretatie van verbale tekens in andere tekens van dezelfde taal,
zelfde taal maar anders geformuleerd (bijvoorbeeld een samenvatting) rewording
- interlingual = een interpretatie van verbale tekens in een andere taal translation
proper
- intersemiotic = een interpretatie van verbale tekens in tekens van niet-verbale teken
systemen (bijvoorbeeld van tekst naar muziek) transmutation
Semiotiek = de algemene leer van communicatie door tekens en tekensystemen = verbaal
Intersemiotiek = niet-verbaal, bijvoorbeeld een tekst wordt vertaald naar een film of muziek