Week 1: inleiding verschillende rechtsvormen van de onderneming; handelsregister
HR 3 februarie 1984, NJ 1984, 386 Café ’t Brouwertje
[art. 25 lid 3 Hrgw, r.o. 3.2, boek par.1.10]
Gezien het belang van het handelsverkeer, de moeilijkheden die anders ontstaan in de bewijslevering
en het gegeven dat de tekst in de wet spreekt van een derden die daarvan onkundig waren en niet
van een derden die bij hun handelen op de inschrijving hebben vertrouwd, kunnen de
inschrijvingsplichtigen aan de daar bedoelde derden de onjuistheid of onvolledigheid van de
inschrijving niet tegenwerpen ongeacht of die derden in vertrouwen op de inschrijving hebben
gehandeld dan wel eerst het handelsregister hebben geraadpleegd.(r.o. 3.2)
Een derde mag dus iemand die als vertegenwoordiger voor een onderneming optreedt als bevoegd
beschouwen als zijn bevoegdheid uit het handelsregister blijkt, ook als hij in werkelijkheid niet
bevoegd is en de derde het handelsregister niet heeft geraadpleegd.
HR 28 juni 1996, NJ 1997, 58 Bodam Jachtservice (voor week 1 enkel hetgeen betrekking hebbend
op de werking van het handelsregister, r.o. 3.3)
[art. 25 lid 2 Hrgw, 2:138/2:248 BW jo 2:149/2:259 BW, r.o. 3.3, 3.4 en 3.5]
De curator behoort niet tot de in artikel 25 Hrgw beschermde derden. Zijn vordering berust namelijk
op de wet en vloeit niet voort uit een rechtsbetrekking waarop dit artikel ziet. Het ontbreken van een
juiste en volledige inschrijving in het handelsregister van hetgeen daarin wettelijk ingeschreven moet
worden heeft in het algemeen geen invloed op zijn vordering.(r.o. 3.3)
Het arrest gaat ook in op een aantal punten omtrent de aansprakelijkheid van bestuurders en
commissarissen van een gefailleerde B.V. wegens onbehoorlijke taakvervulling.
• Het niet naleven van de boekhoudverplichting door de bestuurder leidt niet direct tot
tekortschieten in de boekhoudverplichting, aangezien in het concrete geval de bestuurder
maar zeer kort als bestuurder heeft opgetreden.(r.o. 3.4)
• Commissarissen zijn niet zelf gehouden de in art. 2:248 lid 2 BW bedoelde verplichtingen tot
boekhouden en openbaar maken van de jaarrekening na te leven, ook niet als het bestuur in
de nakoming daarvan tekortschiet. Het is wel hun taak toezicht te houden op de nakoming
van die verplichtingen door het bestuur. Daartoe zullen zij zich door het bestuur moeten
laten inlichten en het bestuur met betrekking tot de nakoming van deze verplichtingen
moeten adviseren en zo nodig moeten ingrijpen, bijvoorbeeld door een bestuurder te
schorsen of zijn ontslag te vorderen.(r.o.3.5)
• De Stelplicht en de bewijsplicht dat een commissaris zijn toezichthoudende taak onbehoorlijk
heeft vervuld is aan de curator, maar indien het bestuur niet aan zijn verplichtingen tot
boekhouden en openbaar maken van de jaarrekening heeft voldaan mag van de commissaris
worden verlangd dat hij voldoende feitelijke gegevens verstrekt ter motivering van zijn
betwisting en teneinde deze aanknopingspunten voor eventuele bewijslevering te
verschaffen. In de concrete zaak had de commissaris dit niet voldoende gedaan.(r.o. 3.5)
Week 2: oprichting, inbreng, vermogen en kapitaal
HR 8 november 1991, NJ 1992, 174 Nimox
[art. 2:105 en 6:162 BW, r.o. 3.3.1 en 3.3.3, Boek par. 8.3 en 3.6]
Het tot stand brengen van een besluit tot dividenduitkering aan de aandeelhouders waarbij vrijwel
alle reserves verdwijnen en waarna het bedrijf failliet wordt verklaard kan een onrechtmatige daad
van de aandeelhouder opleveren jegens de schuldeisers en de vennootschap, indien de