Les 1:
Psychologie = de wetenschap van gedrag en mentale processen
- Gedrag
- Gevoel
- Gedachten
Pedagogiek = de wetenschap van het opvoeden
Intrinsieke motivatie = iets doen omdat je het leuk/fijn vind
Extrinsieke motivatie= iets doen omdat het moet
Experiment:
Twee of meer groepen
Randomisatie
Statistiek
Niet alles is te onderzoeken
Moraal
Waarde
Bovennatuurlijke zaken
Evidence based werken = werken op basis van bewijs
Reflex = schrikreactie die je niet kunt tegenhouden
Structuralisme
o Wilhem Wundt (1832-1920)
o Eerste psychologische laboratorium
o Grote nadruk op zintuigelijke waarneming
psychoanalyse
o Id (driften: eros, thantos)
- Eros: seksuele drift
- Thantos: vernietigingsdrift
o Ego (bewust, realiteit)
o Superego (geweten)
,Behavioursperspectief
o Watson: “de psychologie moet wetenschappelijker worden”
o Alleen gedrag dat waarneembaar/meetbaar is en waarmee je experimenten kunt doen is
relevant
o Deel van de psychologie is het toepassen van psychologische kennis om gedrag te
beïnvloeden
o Gedrag van mensen word vooral bepaald door de leerprosessen (conditionering)
Humanistisch perspectief
o Behavioristen deden veel onderzoek met dieren
o Focus werd het uniek menselijk
o En hoe mensen zich kunnen ontplooien en groeien tot gezonden individuen
Les 2:
Emoties
Blij, geeft motivatie om te leven
Boos, helpt om grenzen te stellen/verdedigen
Bang, voorkomt dat je in gevaar komt
Bedroefd, herstel
Afschuw, voorkomt vies eten/ergens van walgen
Nieuwsgierigheid, je leert hoe de wereld in elkaar zit en je leert je omgeving kennen
Emoties vier componenten theorie”
Fysiologische arousal: lichamelijke sensatie
Cognitieve interpretatie: overtuigen en gedachten over de situatie
Subjectieve gevoelens: hoe je het persoonlijk beleefd
Gedragsmatige expressie: welk gedrag je laat zien
Theorieën die emoties verklaren
o James Lange : stimulus (slang)-> fysiologische reactie (trillen)-> emotie(angst)
o Canon-Bard: stimulus(slang)-> cognitatieve interpretatie(gedachten) -> emotie(angst) ->
fysiologische reactie (trillen)
o 2-factor theorie: stimulus gaat tegelijk naar de fysiologische reactie als naar de cognitatieve
interpretatie -> emotie
Primaire emoties = worden automatisch door prikkels uit de buitenwereld opgeroepen
Secundaire emoties = hierbij is een meer complex circuit betrokken
,Cultuur beïnvloedt de omgang met de emoties die je ervaart.
Veel van de problemen waar cliënten mee komen zijn emotionele problemen.
Emotieregulatie
Het op tijd herkennen van de emotie
Je ervan bewust worden
Kiezen voor een constructieve reactie op de emotie
Belangrijk voor sociaal werker
- Taal geven aan de emotie
- Erkennen van onderliggende behoefte
- Grip krijgen op de emotie
Als iemand bevangen/overweldigd raakt door emoties, moet je holding bieden.
Empathie = je verplaatsen in de belevingswereld van de ander en dit vervolgens ook
teruggeven en benoemen.
4 dementies voor empathie
1) Perspectief innemen
2) Oordeel achterwege laten
3) Emoties herkennen
4) Emotie benoemen
Voorwaarden voor echt contact
Empathie
Onvoorwaardelijke acceptatie
Congruentie = echtheid
Empathie is de basis van een vertrouwensrelatie
, Les 3:
Klassieke conditionering:
- Stimulus responsen
- (On)geconditioneerde respons
- (On)geconditioneerde stimulus
- Neutrale stimulus
- Generalisatie
- Discriminatie
- Uitdoving
- Spontaan herstel
Operante conditionering:
- Instrumenteel conditioneren
- Skinner-box
- Positieve/ negatieve bekrachtiging
- Positieve/negatieve straffen
- Intermitterende bekrachtiging
- Shaping
- Negatieve bijeffecten van straf en voordelen van belonen
Sociaal leren (Bandura):
- Modelleren
- Observationeel leren
- Bobo doll experiment
Leerprincipes in de hulpverlening:
- Vermijdingsgedrag
- Exposure
- Gedragstherapie
- Systematische desensitisatie
- Tokensysteem
- Premack-principe
- De sociaal werker als rolmodel
Leren = een blijvende verandering in gedrag of mentale processen als gevolg van een
bepaalde ervaring.
Stimulus = prikkel