Oefentoets literaire begrippen - proza
(bovenbouw havo/vwo)
In deze toets komen de verschillende literaire begrippen aan bod die in de bovenbouw van
het havo/vwo worden gebruikt. Deze literaire begrippen zijn belangrijk voor zowel het
mondeling examen in 5havo en 6vwo, als de toetsen die rondom literatuur worden gegeven
in 4havo/4vwo. Ook zijn ze belangrijk voor de boekverslagen in de bovenbouw. Hieronder
staan de literaire begrippen nog eens herhaald.
Deze oefentoets bestaat uit twee delen:
Deel 1: Kennisvragen over literaire begrippen
Deel 2: toepassingsvragen over deze literaire begrippen met voorbeeldteksten
Antwoordenmodel met uitleg
Literaire begrippen
Tijd
- ab ovo, in medias res, post rem
- chronologisch, niet-chronologisch
- flashback
- vooruitwijzing
- terugverwijzing
- tijdsprong
- vertelde tijd
- verteltijd
- tijdversnelling
- tijdvertraging
- tijdverdichting
Handeling
- fabel van het verhaal
- sujet van het verhaal
- Plot
- thema
- hoofdgedachte
- hamvraag
, - cliffhanger
- abstracte en concrete motieven
- literair historische motieven
- spanning
- open einde
- gesloten einde
- PTO (plaats, tijd, omstandigheden)
Personages
- Karakter (round character)
- type (flat character)
- Held - antiheld
Vertelsituatie
- Objectief - subjectief
- Personale vertelwijze
- Auctoriale vertelwijze
- Ik-vertelwijze
- meervoudig vertelperspectief
Soorten teksten
- epiek, lyriek, dramatiek
- sprookjes
- mythen
- sagen
- legenden
- fabels
- parabels