2022-2023
Hoorcollege 1
Definities
Psychologie: de wetenschappelijke studie naar het gedrag en het innerlijke leven
(gedachten & gevoelens) van mensen
Sociale wetenschappen: de wetenschappelijke studie naar de manier waarop de
gedachten, gevoelens en het gedrag van mensen worden beïnvloed door de
aanwezigheid van anderen.
Mensen worden beïnvloed door de werkelijke (expliciete) of ingebeelde (impliciete)
aanwezigheid van anderen als je aan je moeder denkt, wordt je gedrag al
beïnvloed.
Sociale invloed: het effect dat de woorden, daden of alleen al de aanwezigheid van
andere mensen hebben op onze gedachten, gevoelens, houdingen of gedrag.
Het analyse niveau van sociale psychologie is het individu in de sociale context.
Construct: de manier waarop mensen de sociale wereld waarnemen, begrijpen en
interpreteren.
3 perspectieven in de sociale psychologie:
Evolutionair: sociaal gedrag wordt verklaard door te kijken hoe genetische factoren
over de eeuwen heen zijn aangepast om de overlevings- en voortplantingskansen te
vergroten.
o Natuurlijke selectie: het proces waarbij belangrijke eigenschappen die gunstig
zijn voor de overleving worden doorgegeven aan het nageslacht.
o Mensen hebben veel gemeen met andere dieren relaties
o Sommige menselijke gewoonten zijn universeel incest is taboe
Socio-cultureel: sociaal gedrag wordt verklaard door te kijken naar de invloed van
grotere sociale groepen.
o Sommige gewoonten, tradities en gedragingen zijn verschillend, afhankelijk
van de culturele context. Er moet dus cross-cultureel onderzoek gedaan
worden.
Sociaal leren: sociaal gedrag wordt verklaard door te kijken hoe leergedragingen in
het verleden toekomstige gedrag voorspellen.
o Mensen zijn geneigd om gedrag te imiteren van rolmodellen.
Wat bepaalt ons gedrag?
Kurt Lewin: B = f(P * E)
o Grondlegger van de psychologie
o Behavior is een functie van person * environment
Gestalt psychologie: bestudeert de subjectieve manier waarop een object in de geest
van mensen verschijnt.
Naïef realisme: mensen zijn overtuigd dat wat ze zien, daadwerkelijk is hoe ze zijn
Basale menselijke motieven
Zelf-verbeteringsmodel: mensen willen een goed gevoel hebben over zichzelf
, Accuraatheidsmodel: mensen willen een correct beeld hebben over zichzelf
Illusies
Beter-dan-gemiddeld effect: neiging om eigen capaciteiten te overschatten, om
zelfbeeld te beschermen.
Onrealistisch optimisme: over wat ons gaat overkomen in ons leven. Onderschatten
slechte gebeurtenissen, overschatten goede gebeurtenissen.
Depressief realisme: depressieve mensen zijn heel realistisch in het inschatten wat
hun overkomt of hun eigen kunnen.
Vals consensus effect: als wij iets negatiefs hebben in onze persoonlijkheid, denken
we ten onrechte dat iedereen een beetje zo is. Alle mensen zijn wel eens te laat.
Vals uniciteitseffect: als we iets heel goed kunnen, dan zien we het juist als heel erg
uniek.
Hoorcollege 2
Problemen van sociaal psychologen:
Imago hindsight bias
Onethisch onderzoek
Slechte onderzoekspraktijken Diederik Stapel
Replicatiecrisis
Hoe nu verder?
Informed consent
Voorkom misleiding
Bescherm deelnemers
Vertrouwelijkheid
Debriefing
Institutional Review Board ethische commisie
Onderzoeksuitkomsten meten
Archiefanalyse tinder gegevens bekijken
Observaties in de club observeren
Surveys
Onderzoeksmethoden
Correlationele methode: onderzoekt de natuurlijke samenhang tussen variabelen,
zonder een van de variabelen te beïnvloeden.
, Experimentele methode: onderzoeksopzet waarbij deelnemers willekeurig
toegewezen worden aan condities. Een variabele wordt beïnvloed, de ander wordt
gemeten.
o Je kan een uitspraak doen over causaliteit (oorzaak en gevolg)
o Onafhankelijke variabele: de variabele die wordt beïnvloed door de
onderzoeker, dit wordt verondersteld als de oorzaak.
o Afhankelijke variabele: variabele die wordt gemeten, dit wordt verondersteld
als het gevolg.
Hoorcollege 3
Sociale cognitie
Schema: alle overkoepelende informatie over 1 onderwerp
o Chronische toegankelijkheid, altijd actief
Kennis die heel belangrijk voor je is (familie)
Gedachteonderdrukking white bear effect
o Priming: schema even actief
o Product placement
Perseveratie-effect: als we een overtuiging hebben blijft deze hangen, zelfs als we
informatie krijgen waardoor het ontkracht wordt.
Confirmatie bias: selectief in de informatie die onze ideeën ondersteunen
Self-fulfilling prophecy
Systemen om informatie te verwerken
Gecontroleerd denken: langzaam, zorgvuldig, bewust slechte stemming
Automatisch denken: snel, intuïtief, onbewust goede stemming
Cultuur
o Analytische denkstijl: neiging om te concentreren op eigenschappen van
objecten en niet de omgeving
o Holistische denkstijl: kijken naar het geheel en relaties tussen objecten
Automatisch denken
Beoordelingsheuristieken: mentale ‘shortcuts’ die ons in staat stellen om snel en
efficiënt beslissingen te nemen.
o Beschikbaarheid: beoordeling wordt gemaakt op basis van de
beschikbaarheid van de informatie
o Representatie: wordt gebruikt om inschattingen te maken over een persoon
en of deze in een sociale categorie past.
o Base rate informatie: hoe vaak iets voorkomt.
Gecontroleerd denken
Illusoire correlatie: verbanden zien die er niet zijn
Illusie van controle: verlangen naar controle heeft invloed op gedrag gooien van
dobbelstenen i.v.m. hoge of lage stenen
Het drama van zilver ‘bijna’ gewonnen, voelt verder dan brons want die hebben
net het podium gehaald in plaats van net verloren.
Contrafeitelijk denken: gedachtes hebben aan wat ook bijna had kunnen gebeuren,
als je nou maar dat ene had gedaan had het wel gelukt.