Uitgangspunten:
- Alles losse onderdelen (individuen), vormen samen één geheel (het systeem).
- Als één van deze onderdelen (individuen) verandert, verandert de rest mee, ook het
geheel (het systeem).
- Het moet gaan om zelfstandig en zelf handhavende individuen die zich kunnen
voortplanten.
- Het individu moet in balans zijn met zichzelf en met de omgeving. Er moet spraken
zijn van een dynamisch evenwicht
- Alle onderdelen van het systeem moeten zich aan elkaar en aan hun omgeving
aan(kunnen)passen.
- Er is sprake van Circulaire causiteit; Er is geen begin, geen eind. Er wordt niet
gezocht naar de oorzaak, er wordt vastgesteld dát er een probleem is, en er wordt
gezocht naar een manier om die circulaire causiteit te doorbreken.
- Er is sprake van Input (Wederzijdse beïnvloeding)
Troughput
Output
- Dit houdt in dat ieder individu een ander kan beïnvloeden en zo dus ook het systeem.
Dus misschien is het lastige kind niet alleen het probleem. Waardoor is dat kind zo
lastig? Door de slechte band met vader?
Structurele systeemtheorie (Minuchuin)
Uitgangspunten:
Men kan niet niet communiceren. Geen antwoord geven op een vraag zegt ook genoeg
en is ook communicatie.
- Er wordt sterk gegeken naar hiërarchie binnen een systeem
- Er wordt gekeken naar de rolverdeling binnen het gezin
- Er wordt vanuit gegaan dat ieder onderdeel even belangrijk is en dat iedereen binnen
het systeem gelijk is
- Er wordt vanuit gegaan dat ieder individu grootendeels bezig is met communicatie en
verwantschappen
- Er wordt gestreefd naar het feit dat er niemand verstoten binnen het systeem;
harmonie.
- Er is/kan sprake zijn van subsystemen (ouderssysteem/kindsysteem) en functierollen
(ouder/verzorgende rol)