Periode 4, week 1 pathologie rond conceptie, geboorte, groei en ontwikkeling
Leerdoelen
1 Vormen van anticonceptie, oorzaken en behandeling van verminderde vruchtbaarheid, en definitie,
symptomen en behandeling van EUG benoemen
2 Vormen van prenatale diagnostiek en indicaties voor erfelijkheidsadvisering uitleggen
3 Teratogene factorenen de meest gevoelige fasen in de zwangerschap daarvoor herkennen
4 De meest voorkomende oorzaken van een aangeboren of perinataal verworven verstandelijke
handicap noemen
5 Afwijkende diagnostiek in tweede en derde trimester van de zwangerschap (lichamelijk onderzoek,
echoscopie, foetale bewegingen, CTG) relateren aan gezondheidsproblemen van moeder en kind
6 Problemen rond de bevalling en risico’s voor vroeg/SGA geboren kinderen in grote lijnen kunnen
beschrijven
7 Uitleggen waarom, en waarnaar, in de eerste jaren frequent onderzoek op het CB plaatsvindt en
pathologie in deze jaren benoemen
8 Aanduiden welke gezondheidsrisico’s de specifieke lichamelijke en geestelijke veranderingen in de
adolescentie met zich mee kunnen brengen
Middelen ter voorkoming van zwangerschap:
- Anticonceptiepil
- Prikpil
- Spiraaltje
- Condoom (man / vrouw)
- Pessarium, kapje wat in de vagina gebracht wordt met zaaddodend pasta erop
- Sterilisatie
- Morning afterpil
Er is pas sprake van een verminderde vruchtbaarheid als de zwangerschap gedurende 1 jaar of langer
uitblijft bij onbeschermde geslachtsgemeenschap. In 60% van de gevallen worden de paren zonder
behandeling alsnog zwanger.
Mocht er geen zwangerschap optreden dan kan het door een van deze problemen komen:
- Problemen met het sperma, de ovulatie of de eileiders
- Problemen met het baarmoederslijmvlies
- Onverklaarbare oorzaak
Verminderde vruchtbaarheid kan behandeld worden door “vruchtbaarheidsmedicijnen” of
kunstmatige inseminatie.
“Vruchtbaarheidsmedicijnen”:
- Clomifeen (stimuleert afgifte FSH/LH)
- Gonadotrofinen (FSH/LH) vergroot de kans op zwangerschap eisprong met 10 tot 15%.
Grotere kans op meerlingen.
Kustmatige inseminatie:
- intra-uteriene inseminatie (IUI), inbrengen van zaadcellen in de baarmoeder
- In vitro fertilisatie (IVF), “in glas bevruchting”
- Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI), een zaadcel met een naald in de eicel brengen.
Extra-uteriene Graviditeit (EUG), is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. De innesteling vindt
dan plaats in de eileider, eierstok, cervix (baarmoederhals) of elders in de buikholte. Er treedt dan
een relatief lage HCG-waarde (humaan choriongonadotrofine) op, buikpijn en bloedverlies. Of er
sprake is van een EUG kan worden vastgesteld door een inwendige vaginale echo. Het vruchtje moet
dan operatief worden verwijderd of verwijderd worden door medicatie (methotrexaat:
cytostaticum).
Leerdoelen
1 Vormen van anticonceptie, oorzaken en behandeling van verminderde vruchtbaarheid, en definitie,
symptomen en behandeling van EUG benoemen
2 Vormen van prenatale diagnostiek en indicaties voor erfelijkheidsadvisering uitleggen
3 Teratogene factorenen de meest gevoelige fasen in de zwangerschap daarvoor herkennen
4 De meest voorkomende oorzaken van een aangeboren of perinataal verworven verstandelijke
handicap noemen
5 Afwijkende diagnostiek in tweede en derde trimester van de zwangerschap (lichamelijk onderzoek,
echoscopie, foetale bewegingen, CTG) relateren aan gezondheidsproblemen van moeder en kind
6 Problemen rond de bevalling en risico’s voor vroeg/SGA geboren kinderen in grote lijnen kunnen
beschrijven
7 Uitleggen waarom, en waarnaar, in de eerste jaren frequent onderzoek op het CB plaatsvindt en
pathologie in deze jaren benoemen
8 Aanduiden welke gezondheidsrisico’s de specifieke lichamelijke en geestelijke veranderingen in de
adolescentie met zich mee kunnen brengen
Middelen ter voorkoming van zwangerschap:
- Anticonceptiepil
- Prikpil
- Spiraaltje
- Condoom (man / vrouw)
- Pessarium, kapje wat in de vagina gebracht wordt met zaaddodend pasta erop
- Sterilisatie
- Morning afterpil
Er is pas sprake van een verminderde vruchtbaarheid als de zwangerschap gedurende 1 jaar of langer
uitblijft bij onbeschermde geslachtsgemeenschap. In 60% van de gevallen worden de paren zonder
behandeling alsnog zwanger.
Mocht er geen zwangerschap optreden dan kan het door een van deze problemen komen:
- Problemen met het sperma, de ovulatie of de eileiders
- Problemen met het baarmoederslijmvlies
- Onverklaarbare oorzaak
Verminderde vruchtbaarheid kan behandeld worden door “vruchtbaarheidsmedicijnen” of
kunstmatige inseminatie.
“Vruchtbaarheidsmedicijnen”:
- Clomifeen (stimuleert afgifte FSH/LH)
- Gonadotrofinen (FSH/LH) vergroot de kans op zwangerschap eisprong met 10 tot 15%.
Grotere kans op meerlingen.
Kustmatige inseminatie:
- intra-uteriene inseminatie (IUI), inbrengen van zaadcellen in de baarmoeder
- In vitro fertilisatie (IVF), “in glas bevruchting”
- Intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI), een zaadcel met een naald in de eicel brengen.
Extra-uteriene Graviditeit (EUG), is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap. De innesteling vindt
dan plaats in de eileider, eierstok, cervix (baarmoederhals) of elders in de buikholte. Er treedt dan
een relatief lage HCG-waarde (humaan choriongonadotrofine) op, buikpijn en bloedverlies. Of er
sprake is van een EUG kan worden vastgesteld door een inwendige vaginale echo. Het vruchtje moet
dan operatief worden verwijderd of verwijderd worden door medicatie (methotrexaat:
cytostaticum).