Vitamine C
Vraag:
Wat is de functie? Co-factor voor collageenvorming
Waar is het voor? Vitamine C helpt bij het vormen van het vezelige structurele eiwit van
(chemische structuur?) het bindweefsel, bekend als collageen. Collageen dient als de matrix
(voedingsbodem) waarop botten en tanden worden gevormd. Als
iemand gewond raakt dan zorgt collageen ervoor dat de beschadigde
weefsels aan elkaar worden geplakt en er een litteken wordt gevormd.
Cellen worden bij elkaar gehouden door collageen, dit is vooral
belangrijk in de wanden van de bloedvaten, welke tegen de weerstand
van de bloeddruk moeten kunnen.
Gedurende de synthese van collageen wordt er steeds proline of lysine
toegevoegd aan de eiwittenketting. En enzym hydrolyseert het
waardoor de aminozuren hydroxyproline en hydroxylysine worden
gemaakt. Deze 2 aminozuren zorgen voor een sterke binding van
collageenvezels voor sterke structuren. De omzetting van proline tot
hydroxyproline vereist zowel vitamine C en ijzer. Ijzer werkt als een
cofactor bij de reactie en vitamine C beschermt ijzer tegen oxidatie,
waardoor ijzer zijn taak kan uitoefenen. Zonder vitamine C en ijzer
treedt hydrolysering niet op.
Co-factor in andere reacties
Vitamine C helpt bij de hydrolysering van carnitine, een verbinding die
vetzuren, vooral lange ketenvetzuren transporteert, over het binnen
membraan van mitochondria in de cellen. Ook speelt vitamine C een
rol in de omzetting van het aminozuur tryptofaan en tyrosine naar de
neurotransmitters serotonine en noradrenaline. Vitamine C helpt ook
bij het maken van hormonen, zoals thyroxine, die de stofwisseling
reguleert. Wanneer metabolisme versnelt in tijdens van fysieke stress
stijgt het gebruik van vitamine C in het lichaam.
Bij stress neemt de behoefte aan vitamine C toe: bij infecties,
brandwonden, extreem hoge of lage temperaturen, inname van giftige
zware metalen, chronisch gebruik van bepaalde medicijnen (aspirine,
barbituraten en orale anticonceptiva), roken van sigaretten. Tijdens
stress maken de bijnieren vitamine C en andere hormonen vrij
(bijnieren bevatten het meeste vitamine C in het lichaam). Als cellen
van het immuunsysteem actief worden gebruiken ze veel zuurstof en
vrije radicalen. In dit geval zijn vrije radicalen nuttig. Ze fungeren als
munitie tegen een oxidatieve uitbarsting dat de virussen en bacteriën
vernietigt en het vernietigt de beschadigde cellen. Vitamine C grijpt in
als anti-oxidant om de oxidatieve activiteit te controleren.
Anti-oxidant: verliest snel elektronen. Vrije radicalen (moleculen met
ongepaarde elektronen waardoor onstabiel en reactief) > antioxidanten
kunnen vrije radicalen neutraliseren door een of 2 elektronen te
doneren. Hierdoor worden andere stoffen beschermd tegen schade
van vrije radicalen. (ascorbinezuur staat 2 H+ af en wordt
dehydroascorbinezuur)
Vitamine C beschermt weefsels tegen oxidatieve stress van vrije
radicalen en speelt dus een belangrijke rol in het voorkomen van
ziektes.
Vraag:
Wat is de functie? Co-factor voor collageenvorming
Waar is het voor? Vitamine C helpt bij het vormen van het vezelige structurele eiwit van
(chemische structuur?) het bindweefsel, bekend als collageen. Collageen dient als de matrix
(voedingsbodem) waarop botten en tanden worden gevormd. Als
iemand gewond raakt dan zorgt collageen ervoor dat de beschadigde
weefsels aan elkaar worden geplakt en er een litteken wordt gevormd.
Cellen worden bij elkaar gehouden door collageen, dit is vooral
belangrijk in de wanden van de bloedvaten, welke tegen de weerstand
van de bloeddruk moeten kunnen.
Gedurende de synthese van collageen wordt er steeds proline of lysine
toegevoegd aan de eiwittenketting. En enzym hydrolyseert het
waardoor de aminozuren hydroxyproline en hydroxylysine worden
gemaakt. Deze 2 aminozuren zorgen voor een sterke binding van
collageenvezels voor sterke structuren. De omzetting van proline tot
hydroxyproline vereist zowel vitamine C en ijzer. Ijzer werkt als een
cofactor bij de reactie en vitamine C beschermt ijzer tegen oxidatie,
waardoor ijzer zijn taak kan uitoefenen. Zonder vitamine C en ijzer
treedt hydrolysering niet op.
Co-factor in andere reacties
Vitamine C helpt bij de hydrolysering van carnitine, een verbinding die
vetzuren, vooral lange ketenvetzuren transporteert, over het binnen
membraan van mitochondria in de cellen. Ook speelt vitamine C een
rol in de omzetting van het aminozuur tryptofaan en tyrosine naar de
neurotransmitters serotonine en noradrenaline. Vitamine C helpt ook
bij het maken van hormonen, zoals thyroxine, die de stofwisseling
reguleert. Wanneer metabolisme versnelt in tijdens van fysieke stress
stijgt het gebruik van vitamine C in het lichaam.
Bij stress neemt de behoefte aan vitamine C toe: bij infecties,
brandwonden, extreem hoge of lage temperaturen, inname van giftige
zware metalen, chronisch gebruik van bepaalde medicijnen (aspirine,
barbituraten en orale anticonceptiva), roken van sigaretten. Tijdens
stress maken de bijnieren vitamine C en andere hormonen vrij
(bijnieren bevatten het meeste vitamine C in het lichaam). Als cellen
van het immuunsysteem actief worden gebruiken ze veel zuurstof en
vrije radicalen. In dit geval zijn vrije radicalen nuttig. Ze fungeren als
munitie tegen een oxidatieve uitbarsting dat de virussen en bacteriën
vernietigt en het vernietigt de beschadigde cellen. Vitamine C grijpt in
als anti-oxidant om de oxidatieve activiteit te controleren.
Anti-oxidant: verliest snel elektronen. Vrije radicalen (moleculen met
ongepaarde elektronen waardoor onstabiel en reactief) > antioxidanten
kunnen vrije radicalen neutraliseren door een of 2 elektronen te
doneren. Hierdoor worden andere stoffen beschermd tegen schade
van vrije radicalen. (ascorbinezuur staat 2 H+ af en wordt
dehydroascorbinezuur)
Vitamine C beschermt weefsels tegen oxidatieve stress van vrije
radicalen en speelt dus een belangrijke rol in het voorkomen van
ziektes.