Scheikunde hoofdstuk 1 4 VWO
1.1
Scheiden
Mengsels: bestaan uit 2 of meer soorten deeltjes: atomen of
moleculen
Zuivere Stoffen: bestaan uit 1 soort deeltjes: atomen of
moleculen
Van een mengsel naar een zuivere stof doe je met behulp van het
mengsel te scheiden.
Ontleden
Verbindingen (ontleedbare stoffen): bestaan uit moleculen met 2 of
meer atoomsoorten
Elementen (niet-ontleedbaar): bestaan uit moleculen of atomen van
1 atoomsoort
1.2
Periodiek Systeem
Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen van een atoom
(en dus ook het aantal elektronen).
Twee atomen met een gelijk aantal protonen, maar een verschillend
aantal neutronen, zijn isotopen van elkaar. (Binas tabel 25A).
Het massagetal van een atoom is de som van het aantal protonen en
het aantal neutronen.
De (relatieve) atoommassa is het gewogen gemiddelde van de
massa’s van in de natuur voorkomende isotopen.
, De molecuulmassa is de som van de massa’s van alle atomen in een
molecuul
Isotoop betekent ‘’dezelfde plaats”. Isotopen hebben dezelfde plats
in het Periodiek Systeem.
Modellen voor atoombouw
Atoomtheorie van Dalton:
Elementen bestaan uit kleine deeltjes, atomen genaamd. Deze zijn
ondeelbaar en onvernietigbaar.
Elk element wordt gekarakteriseerd door de massa van het atoom;
atomen van hetzelfde element hebben dezelfde massa en atomen van
verschillende elementen hebben een verschillende massa.
Atoommodel van Thomsen:
Atomen zijn massieve bollen
Er bestaan negatief geladen deeltjes.
Er bestaan positief geladen deeltjes Atoom is elektrisch neutraal.
Atoommodel van Rutherford
Het atoom bestaat voor het grootste deel uit lege ruimte.
Er is een positief geladen kern.
De elektronen cirkelen om de kern in een elektronenwolk of
elektronenmantel.
Atoommodel van Bohr
Elektronen bewegen zich niet kriskras door de elektronenwolk maar in
een paar gebieden.
Die gebieden noemde hij schillen en gaf deze letters.
1914 de theorie van Bohr
Elektronen bevinden zich in schillen rond de kern.
Een schil kan een beperkt aantal elektronen bevatten.
2
1.1
Scheiden
Mengsels: bestaan uit 2 of meer soorten deeltjes: atomen of
moleculen
Zuivere Stoffen: bestaan uit 1 soort deeltjes: atomen of
moleculen
Van een mengsel naar een zuivere stof doe je met behulp van het
mengsel te scheiden.
Ontleden
Verbindingen (ontleedbare stoffen): bestaan uit moleculen met 2 of
meer atoomsoorten
Elementen (niet-ontleedbaar): bestaan uit moleculen of atomen van
1 atoomsoort
1.2
Periodiek Systeem
Het atoomnummer is gelijk aan het aantal protonen van een atoom
(en dus ook het aantal elektronen).
Twee atomen met een gelijk aantal protonen, maar een verschillend
aantal neutronen, zijn isotopen van elkaar. (Binas tabel 25A).
Het massagetal van een atoom is de som van het aantal protonen en
het aantal neutronen.
De (relatieve) atoommassa is het gewogen gemiddelde van de
massa’s van in de natuur voorkomende isotopen.
, De molecuulmassa is de som van de massa’s van alle atomen in een
molecuul
Isotoop betekent ‘’dezelfde plaats”. Isotopen hebben dezelfde plats
in het Periodiek Systeem.
Modellen voor atoombouw
Atoomtheorie van Dalton:
Elementen bestaan uit kleine deeltjes, atomen genaamd. Deze zijn
ondeelbaar en onvernietigbaar.
Elk element wordt gekarakteriseerd door de massa van het atoom;
atomen van hetzelfde element hebben dezelfde massa en atomen van
verschillende elementen hebben een verschillende massa.
Atoommodel van Thomsen:
Atomen zijn massieve bollen
Er bestaan negatief geladen deeltjes.
Er bestaan positief geladen deeltjes Atoom is elektrisch neutraal.
Atoommodel van Rutherford
Het atoom bestaat voor het grootste deel uit lege ruimte.
Er is een positief geladen kern.
De elektronen cirkelen om de kern in een elektronenwolk of
elektronenmantel.
Atoommodel van Bohr
Elektronen bewegen zich niet kriskras door de elektronenwolk maar in
een paar gebieden.
Die gebieden noemde hij schillen en gaf deze letters.
1914 de theorie van Bohr
Elektronen bevinden zich in schillen rond de kern.
Een schil kan een beperkt aantal elektronen bevatten.
2