Kwaliteit met beleid. Basisboek voor sociale studies. Verhagen, P.
Hoofdstuk 1, Basisbegrippen
Primaire proces: de weg die de klant binnen een organisatie aflegt en dat wat zich hierbij
ondertussen afspeelt. Agogisch vakmatige taken (klant gebonden kerntaken) zijn hierbij van
belang. Dit zijn de verwachtingen van de kwaliteit die de klant van jou heeft.
Ook heb je te maken met organisatie gebonden kerntaken (binnen een organisatie) en
beroeps gebonden kerntaken (ontwikkeling van het beroep en van jezelf).
Beleid:
Doen we goede dingen?
Wat wil je bereiken, hoe te bereiken en wanneer dit te bereiken?
Beleid is het streven naar bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en bepaalde
tijdskeuzes.
In organisaties wordt dit opgenomen in een beleidsplan:
Missie: waar staan we voor?
Visie: waar gaan we voor?
Kernwaarden: waar geloven we in?
Vervolgens wordt er aangegeven hoe ze dit gaan bereiken (strategie), met welke middelen
dit gaat gebeuren en hoe het financiële beleid in elkaar zit (budget per activiteit).
Kwaliteit:
Doen we de dingen goed?
Dit heeft altijd betrekking op iets.
Kwaliteit is de mate waarin (1) het proces en het resultaat van een geleverd product of
geleverde dienst (2) voldoet aan de behoefte en verwachtingen van relevante
belanghebbenden (3) in relatie tot de visie van de organisatie: dit komt tot uitdrukking in (4)
objectieve en subjectieve beoordelingen van belanghebbenden.
1. Het gaat om resultaten, het hoe, de manier van aanpak en manier van omgaan met
klanten.
2. Interne belanghebbenden (binnen de organisatie): de belangen kunnen botsen.
3. De visie geeft de richting van een organisatie aan. Leidraad hierin zijn de
kernwaarden.
4. Statische kwaliteit: kwaliteit die is vastgelegd in standaarden (gedragscodes bv.) =
objectief
Dynamische kwaliteit: kwaliteit die voortduurt in de ontwikkeling. Deze is meer
subjectief. Het gaat hier om het lerend vermogen van een organisatie.
Plan- Do- Check- Act- Cirkel (komt terug in elk hoofdstuk!):
Nooit eindigende rondgang van leren en ontwikkelen en verandering van vragen van
klanten.
1. Plannen: beleid vaststellen
2. Doen: plan uitvoeren
3. Checken: toetsen, evalueren, conclusies trekken -> hoe anders?
4. Actie ondernemen: verbeter punten structureel doorvoeren
De PDCA-cirkel wordt ook wel de verbetercirkel genoemd.
Plannen en meten zijn statistisch.
Bijstellen en evalueren zijn dynamisch.
Kwaliteitszorg:
- Vaste plaats voor kwaliteitsverbetering door middel van systematische, gerichte en
geplande activiteiten.